Verwerping Nederlandstalig college

Weigering prijsverantwoording voor 42,86% goedkopere offerte geofysisch bodemonderzoek doorstaat marginale toetsing

Arrest nr. 262413 · 19 februari 2025 · XIVe kamer

De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid tegen de substantieel onregelmatigverklaring van een offerte voor geofysisch bodemonderzoek, omdat de aanbestedende overheid binnen haar beoordelingsruimte kon oordelen dat de prijsverantwoording — bestaande uit algemene efficiëntiefactoren en een loutere prijsopbouw per post — niet afdoende het schijnbaar abnormaal karakter van een totaalprijs die 42,86% onder het gemiddelde lag, weerlegt.

Wat gebeurde er?

Het Agentschap Onroerend Erfgoed schrijft een raamovereenkomst uit voor geofysisch bodemonderzoek via een openbare procedure, met prijs (60%), teamsamenstelling (30%) en visie (10%) als gunningscriteria. Vijf offertes worden ontvangen. De offerte van de verzoekende partijen (€138.563 btw inclusief) wijkt 42,86% af van het gemiddelde van de overige offertes (€242.466). Er wordt een prijsverantwoording gevraagd. De verzoekende partijen voeren efficiëntie, moderne apparatuur, schaalvoordelen en mobiele opstellingen aan als verklaring, aangevuld met een kostprijscalculatie per post. Het agentschap oordeelt dat deze factoren niet onderscheidend zijn ten opzichte van de concurrenten, en stelt bijkomend vast dat de verzoekende partijen — anders dan vrijwel alle andere inschrijvers — geen verschillende prijzen hanteren naargelang mobiele/niet-mobiele uitvoering of lage/hoge resolutie. De offerte wordt substantieel onregelmatig verklaard en de opdracht wordt gegund aan W. De verzoekende partijen voeren ook machtsafwending aan op basis van het verloop van drie opeenvolgende gunningsprocedures.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest illustreert de beoordelingsruimte van de aanbestedende overheid bij de evaluatie van een prijsverantwoording (art. 36, § 3 KB 2017). De Raad bevestigt dat een loutere prijsopbouw per post — met opsplitsing van uurprijs, uren, afschrijvingskosten en winst — zonder nadere toelichting niet volstaat om het schijnbaar abnormaal karakter van de totaalprijs te weerleggen. De inschrijver moet concreet aantonen dat hij beschikt over uitzonderlijke omstandigheden die het grote prijsverschil verklaren. Voorts illustreert het arrest dat een verschil in behandeling inzake prijsbevraging niet per se onwettig is wanneer de situaties objectief niet vergelijkbaar zijn (16% vs. 42% afwijking), en dat de aanbestedende overheid de kostprijscalculaties niet noodzakelijk in detail hoeft te onderzoeken indien de algemene verantwoording reeds niet overtuigend is bevonden.

De les

Als inschrijver: een prijsverantwoording die louter verwijst naar efficiëntie, moderne apparatuur en schaalvoordelen volstaat niet wanneer deze factoren ook bij andere inschrijvers spelen. Toon concreet aan welke uitzonderlijke omstandigheden uw lagere prijs verantwoorden. Verklaar in het bijzonder waarom uw prijsstructuur afwijkt van de marktstandaard (bijvoorbeeld gelijke prijzen voor mobiel/niet-mobiel of lage/hoge resolutie). Als aanbestedende overheid: u mag beoordelen of de prijsverantwoording overtuigend is op basis van de algemene factoren, zonder verplicht elke individuele kostprijscalculatie te analyseren.

Stel jezelf de vraag

Wijkt uw totaalprijs sterk af van het gemiddelde? Bevat uw prijsverantwoording concrete, onderscheidende elementen die aantonen waarom u goedkoper kunt zijn dan de concurrentie? Kunt u verklaren waarom uw prijsstructuur eventueel afwijkt van wat de markt als standaard hanteert?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →