Verwerping Franstalig college

Opdrachtgever trekt gunning in na beroep? De kosten zijn voor hem

Arrest nr. 262695 · 21 maart 2025 · VIe kamer

De Raad van State verwerpt een schorsingsberoep als onontvankelijk omdat Infrabel de bestreden gunningsbeslissing had ingetrokken, maar legt de proceskosten ten laste van Infrabel omdat de intrekking een surrogaat vormt van een vernietiging.

Wat gebeurde er?

Infrabel gunde op 4 februari 2024 perceel 1 van een raamovereenkomst voor postdiensten aan bpost. SA Postalia Belgium, de andere inschrijver, vorderde op 20 februari 2025 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Nog vóór de terechtzitting van 11 maart 2025 trok Infrabel de bestreden gunningsbeslissing in met een besluit van 4 maart 2025. De Raad stelde vast dat die intrekking met terugwerkende kracht werkte tot op de datum van de oorspronkelijke beslissing. Daardoor waren de aangevoerde onwettigheden — zelfs als ze bewezen zouden zijn — niet meer van aard om Postalia te benadelen. Eén van de twee ontvankelijkheidsvoorwaarden van artikel 14 van de Wet Rechtsbescherming was dus niet meer vervuld, en de vordering werd onontvankelijk verklaard. Over de proceskosten nam de Raad hetzelfde standpunt in als in het arrest van dezelfde dag over Atelier Jordens: de intrekking van de bestreden beslissing is een surrogaat van een vernietiging. Infrabel moet daarom worden beschouwd als de verliezende partij in de zin van artikel 30/1 van de Gecoördineerde Wetten, ook al wordt de vordering formeel verworpen. Postalia kreeg een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro toegekend. Opmerkelijk: Postalia merkte ter zitting op dat als het intrekkingsbesluit zelf later zou worden vernietigd, de oorspronkelijke gunningsbeslissing zou herleven — en dat haar dan een nieuwe termijn van vijftien dagen zou moeten worden gegund om de schorsing alsnog te vorderen.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest bevestigt — samen met arrest 262.690 van dezelfde dag — de vaste lijn dat een opdrachtgever die zijn gunningsbeslissing intrekt nadat een beroep werd ingesteld, de proceskosten draagt. Het formele etiket van de uitspraak (onontvankelijk vs. zonder voorwerp) maakt niet uit: de intrekking wordt steeds beschouwd als een surrogaat van een vernietiging. De kostenveroordeling volgt automatisch.

De les

Als je een vordering instelt en de opdrachtgever trekt de bestreden beslissing vervolgens in, word je beschouwd als de partij die gelijk heeft gekregen. Je kunt de proceskosten verhalen op de opdrachtgever. Focus daarna op de eventuele nieuwe beslissing die in de plaats komt — en besef dat als het intrekkingsbesluit zelf onrechtmatig zou blijken, de oorspronkelijke beslissing herleeft.

Stel jezelf de vraag

Als de opdrachtgever de bestreden beslissing intrekt: heb ik de proceskosten gevorderd, en let ik op de nieuwe beslissing die in de plaats komt?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →