Een referentie voor de levering van één fiets is niet vergelijkbaar met een opdracht voor 900 fietsen
De Raad van State verwerpt de vordering tegen de niet-selectie van een inschrijver voor een raamovereenkomst voor elektrische fietsen, omdat twee van de drie voorgelegde referenties slechts de levering van telkens één fiets betroffen — wat geen vergelijkbare opdracht is in het licht van een opdracht voor vermoedelijk 900 fietsen.
Wat gebeurde er?
De Stad Gent schreef als aankoopcentrale via openbare procedure een raamovereenkomst uit voor de levering van fietsen en toebehoren (bestek SLS/2023/035 – ID5458), verdeeld over zes percelen. Perceel 2 betrof elektrische fietsen (dames- en herenmodel) met een vermoedelijke hoeveelheid van 900 stuks en een maximale waarde van 3.963.000 euro exclusief btw. Het bestek vereiste als selectiecriterium minstens drie referenties inzake vergelijkbare opdrachten — voor perceel 2 omschreven als 'levering van elektrische fietsen' — gerealiseerd in de laatste drie jaar, waarvan minstens één met een jaaromzet van minimaal 75.000 euro en minstens één in het kader van een raamovereenkomst. De inschrijver moest per referentie een informatiefiche voorleggen met naam klant, contactgegevens, het aantal afgenomen artikelen op jaarbasis en de omzet op jaarbasis. Vier ondernemingen dienden een offerte in. BV B. legde voor perceel 2 drie referenties voor: één voor de Stad Antwerpen (150 fietsen, 369.600 euro) en twee andere voor telkens één fiets (950 euro respectievelijk 3.300 euro). Op 3 december 2024 vroeg de Stad Gent per e-mail om aanvullende referenties of informatie waaruit bleek dat de referenties aan de minimumvereisten voldeden. BV B. antwoordde op 5 december 2024 met louter een toelichting — zij verwees naar de referentie van Stad Antwerpen en argumenteerde dat een referentie voor elektrische fietsen ook geldig was voor andere percelen, maar leverde geen nieuwe referenties aan. In het gunningsverslag van 3 februari 2025 werd BV B. niet weerhouden omdat de referenties niet vergelijkbaar waren. Op 27 februari 2025 besliste het college van burgemeester en schepenen de percelen 1 en 2 te gunnen aan een derde. De Raad van State bevestigde die beslissing. Hoewel het bestek vergelijkbaarheid omschreef als 'levering van elektrische fietsen' zonder een minimumaantal te noemen, betekent dat niet dat de levering van één fiets een vergelijkbare opdracht is voor een raamovereenkomst van 900 fietsen. Een referentie voor één fiets geeft geen enkel inzicht in de ervaring of de personele en technische middelen van de inschrijver voor een opdracht van die omvang. Bovendien vereiste het bestek dat de informatiefiche een indicatie bevatte van het aantal afgenomen artikelen op jaarbasis — de inschrijver kon zich er dus aan verwachten dat ook het aantal geleverde fietsen van belang was. Het argument dat de eerste referentie ruimschoots boven het minimumbedrag van 75.000 euro lag, deed daar niet aan af: het bestek vereist drie vergelijkbare referenties, niet één goede. En het verweer dat BV B. ook andere referenties had kunnen voorleggen, maakte het alleen maar erger: zij was blijkbaar niet ingegaan op de uitnodiging van 3 december 2024 om juist dat te doen.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest verduidelijkt dat 'vergelijkbare opdrachten' als selectiecriterium niet alleen slaat op het type product maar ook op de omvang van de opdracht — ook al vermeldt het bestek geen minimumaantal. De aanbestedende overheid mag referenties beoordelen in het licht van het voorwerp én de omvang van de uit te schrijven opdracht. Het arrest bevestigt ook dat één sterke referentie de zwakte van de andere twee niet compenseert als het bestek drie vergelijkbare referenties vereist.
De les
Vergelijkbaarheid van referenties gaat niet alleen over het type product, maar ook over de schaal. Een referentie voor de levering van één fiets is niet vergelijkbaar met een raamovereenkomst voor 900 fietsen — ook al staat er geen minimumaantal in het bestek. En als de aanbestedende overheid je vraagt om bijkomende referenties, ga daar dan op in met echte nieuwe referenties: een loutere toelichting zonder nieuw bewijs volstaat niet.
Stel jezelf de vraag
Zijn mijn drie referenties elk afzonderlijk vergelijkbaar met de opdracht waarvoor ik inschrijf — niet alleen qua type product, maar ook qua omvang en complexiteit? En als de overheid mij om verduidelijking vraagt, lever ik dan ook echt bijkomend bewijs?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →