Parallelle UDN-vordering Siemens tegen AM30-raamakkoord verliest voorwerp vijf dagen na eerdere schorsing in zaak-Alstom
De Raad van State verwerpt de UDN-vordering van Siemens tegen de aanwijzing van CAF als voorkeursbieder voor het AM30-raamakkoord van de NMBS omdat diezelfde beslissing vijf dagen eerder, op 17 april 2025, al werd geschorst in arrest 263.012 op vordering van Alstom.
Wat gebeurde er?
Op 28 februari 2025 wees de raad van bestuur van de NMBS CAF (Construcciones Y Auxiliar Ferrocarriles) aan als voorkeursbieder voor de gunning van de AM30-raamovereenkomst — een van de grootste aankopen van elektrische treinstellen in de Belgische spoorgeschiedenis (tot circa 4,66 miljard euro). Alstom werd als tweede best gerangschikt en Siemens als derde geplaatst in de zogenaamde 'wachtkamer'. Zowel Alstom als Siemens stelden afzonderlijk een UDN-vordering in. Siemens Mobility (GmbH naar Duits recht en de NV Siemens Mobility) dienden hun vordering in op 14 maart 2025. Bij beschikking van 17 maart werd de procedurekalender vastgesteld en de zitting gepland op 9 april om 11.00 uur. CAF en Alstom Belgium vroegen om tussen te komen — beide verzoeken werden ingewilligd (CAF heeft voordeel bij de bestreden beslissing, Alstom heeft belang bij schorsing omdat het in de wachtkamer werd geplaatst). Maar op 17 april 2025 — vijf dagen vóór de uitspraak in deze Siemens-zaak — schorste de Raad van State de bestreden beslissing al bij arrest 263.012 op vordering van Alstom. De schorsing werd toegekend omdat de beoordelingsmethode voor het gunningscriterium 'technische waarde' onbegrijpelijk was: het verband tussen de generieke kwalitatieve labels en de toegekende puntenscores kon niet worden gereconstrueerd. Door die eerdere schorsing was de Siemens-vordering zonder voorwerp geworden. De Raad wees de tussenkomsten toe, verklaarde het beroep zonder voorwerp, en veroordeelde de NMBS niettemin in de kosten van de schorsingsprocedure (rolrecht 400 euro, bijdrage 26 euro, rechtsplegingsvergoeding 770 euro verschuldigd aan Siemens). Elke tussenkomende partij betaalt 150 euro tussenkomstkosten.
Waarom doet dit ertoe?
Wanneer meerdere inschrijvers onafhankelijk UDN-beroep instellen tegen dezelfde gunningsbeslissing, kan de eerste uitspraak de vorderingen van de anderen zonder voorwerp maken. Dat betekent niet dat je vergeefs hebt geprocedeerd: de Raad kent de kosten gewoonlijk toch toe aan de verliezende aanbesteder wanneer de bestreden beslissing al is geschorst. Wie in de wachtkamer staat (2de of 3de gerangschikte) heeft belang om eigen middelen te formuleren — de later uitgesproken schorsing kan immers op andere gronden steunen die ook tegen jouw positie in de herbeoordeling kunnen werken.
De les
Als je als niet-winnende inschrijver vermoedt dat andere benadeelden ook beroep zullen instellen, stel je eigen vordering niettemin onverkort in en wacht niet af. Een eigen beroep beschermt je positie bij de herbeoordeling na schorsing: je hebt dan een dossier waarin de Raad je eigen middelen heeft getoetst (hier was dat niet het geval want de zaak werd zonder voorwerp verklaard), en je hebt recht op terugvordering van je kosten. Dien UDN-vorderingen in binnen de wachttermijn — als de gunning intussen wordt geschorst via een andere procedure, ben je procedureel niet benadeeld.
Te onthouden
- Parallelle UDN-beroepen tegen dezelfde gunningsbeslissing zijn toegelaten en wordelijk aan te bevelen voor alle benadeelde inschrijvers
- Een eerdere schorsing maakt een later behandeld beroep tegen dezelfde beslissing zonder voorwerp
- De aanbesteder draagt de kosten van het zonder-voorwerp geworden beroep (400 euro rolrecht, 770 euro rechtsplegingsvergoeding)
- Wie in de 'wachtkamer' staat heeft belang bij tussenkomst in beroepen van andere benadeelden — dat belang wordt ruim geïnterpreteerd
Waarop letten
- Plan je UDN-vordering niet op basis van wat andere inschrijvers doen — dien binnen de wachttermijn in
- Check of parallelle zaken hangende zijn vóór de zitting van je eigen zaak; dat bepaalt of je zitting substantieel wordt behandeld of zonder voorwerp wordt verklaard
- Tussenkomst in een andere zaak biedt geen bescherming voor je eigen middelen — dien eigen beroep in
Stel jezelf de vraag
Sta je in de wachtkamer (2de of 3de gerangschikt) en hebben andere inschrijvers beroep aangekondigd of ingesteld? Dien dan je eigen UDN-vordering in binnen de wachttermijn (meestal 15 kalenderdagen) en motiveer eigen middelen — ook al is er overlap met middelen van andere verzoekers. Een zonder-voorwerp-verklaring kost je de substantiële uitspraak maar niet het rolrecht of de rechtsplegingsvergoeding.
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →