Referentieprojecten 'van vergelijkbare omvang' zijn een kwantitatieve vereiste die je niet kunt weginterpreteren via de minimumvereisten
De Raad van State schorst de gunning van de interieurrestauratie van een beschermd monument omdat de aanbestedende overheid een inschrijver selecteerde op basis van referentieprojecten waarvan slechts één een vergelijkbare financiële omvang had als de opdracht — terwijl het bestek uitdrukkelijk drie referentieprojecten 'van vergelijkbare omvang' vereiste en vier van de vijf voorgelegde referenties ver onder de waarde van de opdracht lagen.
Wat gebeurde er?
De stad Nieuwpoort schreef via openbare procedure een opdracht uit voor werken met als voorwerp de interieurrestauratie van Villa Hurlebise, een beschermd monument aan de Albert I-laan 110 te Nieuwpoort-Bad. De prijs was het enig gunningscriterium. De opdracht werd nationaal bekendgemaakt. De ontwerper stelde op 22 september 2022 een eerste versie van het bestek op. Op 1 maart 2024 verscheen op e-procurement een tweede versie, opgemaakt op 29 februari 2024. Het bestek vereiste als selectiecriterium voor technische en beroepsbekwaamheid drie referentieprojecten 'van vergelijkbare omvang waarbij gevel en het interieur van geklasseerde monumenten gerenoveerd worden', met een attest van goede uitvoering dat onder meer het bedrag vermeldt. De minimumvereisten spraken van 'drie relevante referentieprojecten met restauratie historisch interieur'. Daarnaast was erkenning D23 (restauratie door ambachtslieden) en D24 (restauratie van monumenten), klasse 6, vereist. De uiterste indieningsdatum was 21 maart 2024, verplaatst naar 28 maart 2024. Drie inschrijvers, waaronder NV A. en NV V., dienden een offerte in. Het ramingsbedrag bedroeg 2.669.252,74 euro exclusief btw. Op basis van het verslag van nazicht van 12 juni 2024 gunde het college van burgemeester en schepenen op 9 juli 2024 de opdracht aan NV A. Naar aanleiding van een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid door NV V. trok de stad haar gunningsbeslissing in op 6 augustus 2024. Bij arrest nr. 260.593 van 10 september 2024 werd de vordering verworpen bij gebrek aan voorwerp. Op 21 februari 2025 werd een nieuw gunningsverslag opgesteld, waarin de ontwerper voorstelde de opdracht te gunnen aan NV V. voor een bedrag van 2.326.829,42 euro exclusief btw. Het college keurde op 4 maart 2025 het gunningsverslag goed en gunde de opdracht aan NV V. NV A. vorderde op 29 maart 2025 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Bij beschikking van 1 april 2025 werd de procedurekalender vastgelegd. NV V. vroeg op 10 april 2025 om te mogen tussenkomen. De terechtzitting vond plaats op 23 april 2025, waar staatsraad Patricia De Somere als waarnemend voorzitter verslag uitbracht en eerste auditeur Frederic Eggermont een eensluidend advies gaf. NV A. betoogde dat slechts één van de vijf door NV V. voorgelegde referentieprojecten een vergelijkbare financiële omvang had als de opdracht — de vier andere lagen substantieel onder de helft van zowel het offertebedrag als het ramingsbedrag. De stad argumenteerde dat de woorden 'van vergelijkbare omvang' niet in de minimumvereisten stonden en dat de referenties inhoudelijk moesten worden bekeken, en verwees naar de erkenning klasse 6 van NV V. NV V. voerde aan dat referentieprojecten van vergelijkbare omvang zijn zodra zij de drempels van de erkenningsreglementering overschrijden — 725.000 euro exclusief btw bij drie referenties — en dat ook de dagomzet in aanmerking moest worden genomen. Zij stelde dat drie van haar vijf referentieprojecten een dagomzet hadden tussen 4.934 en 7.919 euro per werkdag, vergelijkbaar met de 7.756,10 euro per werkdag van de huidige opdracht. De Raad oordeelde als volgt. De vereiste 'van vergelijkbare omvang' is een kwantitatieve vereiste die cumulatief geldt met de kwalitatieve vereiste van restauratie van beschermde monumenten. De omstandigheid dat de minimumvereisten enkel spreken van 'relevante referentieprojecten' doet daar niet aan af — het woord 'relevant' omvat de vereiste van vergelijkbare omvang, en het gunningsverslag vermeldt zelf uitdrukkelijk de bedragen van de referenties. Het erkenningsargument werd verworpen: erkenning en referenties zijn afzonderlijke selectiecriteria, en het feit dat een inschrijver over de vereiste erkenningsklasse beschikt, houdt niet in dat zijn referentieprojecten automatisch van vergelijkbare omvang zijn. Het dagomzetargument werd eveneens verworpen: de stad had die interpretatie blijkens het gunningsverslag niet gehanteerd, en de vermelding van het tijdstip leek bedoeld om na te gaan of de referenties betrekking hadden op de 'afgelopen tien jaar'. Door alle referenties van NV V. te aanvaarden terwijl vier van de vijf ver onder de waarde van de opdracht lagen, had de stad haar eigen bestek geschonden. Het eerste middel was ernstig en de schorsing werd bevolen.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest verduidelijkt hoe de Raad van State omgaat met de spanning tussen de omschrijving van een selectiecriterium en de bijhorende minimumvereisten. Als het selectiecriterium een kwantitatieve vereiste bevat — zoals 'van vergelijkbare omvang' — dan blijft die gelden, ook al is ze niet letterlijk herhaald in de minimumvereisten. Het woord 'relevant' in de minimumvereisten omvat de kwantitatieve dimensie uit het selectiecriterium. Bovendien bevestigt het arrest dat erkenning en referenties afzonderlijke selectiecriteria zijn: het feit dat een inschrijver de vereiste erkenningsklasse heeft, impliceert niet dat zijn referenties automatisch van vergelijkbare omvang zijn. Een creatieve interpretatie via dagomzet of erkenningsdrempels wordt niet aanvaard als de aanbestedende overheid die interpretatie zelf niet heeft gehanteerd.
De les
Als je in je bestek referentieprojecten 'van vergelijkbare omvang' vraagt, dan is dat een kwantitatieve vereiste die je moet toepassen. Je kunt die vereiste niet achteraf neutraliseren door te verwijzen naar het ontbreken ervan in de minimumvereisten. Omgekeerd: als je die kwantitatieve vereiste niet wilt, neem ze dan niet op in je selectiecriterium. Beoordeel referenties altijd op beide dimensies — aard én omvang — als je bestek dat vereist.
Stel jezelf de vraag
Heb ik bij de beoordeling van de referenties alle vereisten uit mijn selectiecriterium toegepast — inclusief kwantitatieve vereisten zoals 'van vergelijkbare omvang' — en kan ik die beoordeling motiveren?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →