Schorsing Franstalig college

Een louter beschrijvende beoordeling van offertes volstaat niet — de motivering moet voor elk beoordelingselement uit het bestek aangeven of en waarom een offerte beter of minder goed scoort

Arrest nr. 263488 · 3 juni 2025 · VIe kamer

De Raad van State schorst voor de tweede maal de gunning van een architectuuropdracht voor 45 studentenwoningen in Doornik, omdat het nieuwe gunningsverslag — opgesteld na een eerste schorsingsarrest wegens motiveringsgebreken — opnieuw faalde in de formele motivering: de beoordeling van de offertes was louter beschrijvend zonder aan te geven of elementen positief of negatief werden gewaardeerd, gebruikte niet dezelfde beoordelingselementen voor elke offerte, en behandelde niet alle in het bestek aangekondigde beoordelingselementen voor het tweede criterium.

Wat gebeurde er?

Le Logis Tournaisien besliste op 19 juni 2024 om via openbare procedure een overheidsopdracht voor diensten te plaatsen: een volledige architectuuropdracht voor de realisatie van 45 studentenwoningen aan de Rue des Carmes 45-47 te Doornik. De opdracht omvatte een vaste schijf (studie) en een voorwaardelijke schijf (opvolging werken) en werd gegund op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding met drie criteria: prijs (30 procent), technische kwaliteiten (35 procent) en ruimtelijke kwaliteiten (35 procent). Het bestek preciseerde de beoordelingselementen voor het tweede criterium: de rationaliteit en zuinigheid van het project, de bouw-, onderhouds- en exploitatiekosten, en de energetische evaluatie. De uiterste indieningsdatum was 4 oktober 2024. Vier offertes werden ontvangen. Op 13 november 2024 werd het verslag van nazicht afgerond: alle inschrijvers voldeden aan de selectiecriteria en alle offertes waren regelmatig. Het verslag stelde voor de opdracht te gunnen aan het Atelier d'architecture Meunier-Westrade. Op 19 november 2024 gunde de raad van bestuur de opdracht aan Meunier-Westrade voor een geraamd bedrag van 313.162,30 euro excl. btw. De tweede-gerangschikte tijdelijke vereniging SRL ZigZag Architecture en SRL EWAA vorderde een eerste maal de schorsing. Bij arrest nr. 262.910 van 3 april 2025 schorste de Raad van State de gunningsbeslissing wegens een gebrekkige formele motivering. De aanbestedende overheid trok daarop bij beraadslaging van 15 april 2025 haar oorspronkelijke beslissing in — zij het met het woord 'annuler' in plaats van 'retirer' — en nam bij een tweede beraadslaging op dezelfde dag een nieuwe gunningsbeslissing, gebaseerd op een nieuw gunningsverslag van 7 april 2025, waarmee zij de opdracht opnieuw aan dezelfde inschrijver gunde. De beslissing werd op 22 april 2025 meegedeeld aan de verzoekende partijen. ZigZag Architecture en EWAA stelden op 2 mei 2025 een tweede vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in. Bij beschikking van 6 mei 2025 werd de procedurekalender vastgesteld en de zaak bepaald op de terechtzitting van 28 mei 2025. Staatsraad Xavier Close bracht als waarnemend voorzitter verslag uit en eerste auditeur-afdelingshoofd Christian Amelynck gaf een met het arrest strijdig advies. De verzoekende partijen voerden drie middelen aan. In het eerste middel betoogden zij dat de aanbestedende overheid onbevoegd was om een nieuwe beslissing te nemen zonder de eerdere beslissing eerst in te trekken. De Raad verwierp dit: de overheid had de eerdere beslissing wel degelijk ingetrokken in een afzonderlijke beraadslaging. Het gebruik van het woord 'annuler' in plaats van 'retirer' was een terminologische fout die geen afbreuk deed aan de bedoeling en het effect van de intrekking — zowel intrekking door de auteur als vernietiging door de Raad van State hebben immers hetzelfde retroactieve effect. Het eerste middel miste feitelijke grondslag. In het tweede middel betwistten de verzoekende partijen opnieuw de formele motivering van de beoordeling. De Raad stelde ambtshalve vast dat het middel niet-ontvankelijk was voor zover het de schending aanvoerde van de artikelen 4 en 83 van de Wet Overheidsopdrachten en artikel 76 van het KB Plaatsing Klassieke Sectoren, omdat de verzoekende partijen niet uitlegden hoe die bepalingen waren geschonden. Ten gronde oordeelde de Raad dat ook het nieuwe gunningsverslag niet aan de motiveringsplicht voldeed, en dit om drie redenen. Ten eerste: de opsomming van elementen per offerte was louter beschrijvend, zonder aan te geven of een element positief of negatief werd gewaardeerd, terwijl die waardering niet altijd vanzelfsprekend was. Ten tweede: de gehanteerde elementen waren niet dezelfde voor elke offerte — zo vermeldde het verslag bij de begunstigde een 'industriële en robuuste esthetiek' en het gebruik van prefab douchecellen, maar ging het bij de andere inschrijvers niet in op de esthetiek of de douches. Ten derde: de motivering behandelde niet alle beoordelingselementen die het bestek voor het tweede criterium had aangekondigd — de rationaliteit en zuinigheid van het project, de bouw-, onderhouds- en exploitatiekosten en de energetische evaluatie kwamen niet of nauwelijks aan bod. Het tweede middel was ernstig voor zover het de schending van de Wet Formele Motivering aanvoerde. De schorsing werd bevolen. In het derde middel betoogden de verzoekende partijen dat de begunstigde was bevoordeeld: een verkiezingspamflet van de voorzitter van de raad van bestuur bevatte een schets die volgens hen afkomstig was uit de offerte van de begunstigde. De Raad stelde vast dat het pamflet een 3D-visualisatie gebruikte uit een stedenbouwkundige vergunning van 2017, niet uit de offerte van de begunstigde. De begunstigde had destijds als architect opgetreden voor de vorige eigenaar van het terrein. De offerte van de begunstigde bevatte een ander ontwerp dan het project van 2017. Het derde middel miste feitelijke grondslag. De belangenafweging leidde tot schorsing: de verwerende partij identificeerde geen negatieve gevolgen die zwaarder wogen dan de voordelen van een schorsing. De vertrouwelijkheid van de offerte van de begunstigde werd gehandhaafd: de Raad kon zelf vaststellen dat het pamflet niet uit de offerte kwam, en de opheffing van de vertrouwelijkheid zou een onevenredige schending van de zakengeheimen meebrengen. De kosten — een rolrecht van 400 euro en een bijdrage van 26 euro — werden ten laste gelegd van de verwerende partij.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest illustreert drie belangrijke punten over de motivering van gunningsbeslissingen. Ten eerste: een gunningsverslag mag niet louter beschrijvend zijn. Wanneer het bestek beoordelingselementen aankondigt bij een gunningscriterium, moet de motivering voor elke offerte op elk van die elementen een waardering bevatten — positief of negatief, en waarom. Een opsomming van kenmerken zonder waardering is geen motivering. Ten tweede: de beoordeling moet consistent zijn. Dezelfde elementen moeten voor alle offertes worden behandeld; selectief elementen vermelden bij de ene offerte en niet bij de andere is willekeurig. Ten derde: een terminologische fout in een intrekkingsbeslissing doet geen afbreuk aan de geldigheid ervan, als de bedoeling duidelijk is. Opmerkelijk is ook dat de eerste auditeur-afdelingshoofd een met het arrest strijdig advies gaf — de Raad schorste dus tegen het advies van het auditoraat in.

De les

Als je na een schorsingsarrest een nieuw gunningsverslag opstelt, volstaat het niet om elementen uit de offertes op te sommen. Je moet voor elk beoordelingselement dat je in het bestek hebt aangekondigd duidelijk aangeven hoe je de offerte waardeert — positief, negatief, en waarom. Doe dat consistent voor alle offertes, met dezelfde beoordelingselementen. Een beschrijving zonder waardering is geen motivering — ook niet de tweede keer.

Stel jezelf de vraag

Bevat mijn gunningsverslag voor elk beoordelingselement dat ik in het bestek heb aangekondigd een duidelijke waardering — niet alleen een beschrijving — en pas ik dezelfde elementen consistent toe op alle offertes?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →