Verwerping Franstalig college

Motiveringsgebreken bij subcriteria doen er pas toe als ze samen genoeg punten vertegenwoordigen om het resultaat te kunnen wijzigen — en een BAFO die alleen de prijs betreft, benadeelt niet wie al de laagste prijs had

Arrest nr. 263546 · 10 juni 2025 · VIe kamer

De Raad van State verwerpt de vordering tegen de gunning van een raamovereenkomst voor langlopende IT-opleidingen in elf percelen, omdat de vastgestelde motiveringsgebreken bij afzonderlijke subcriteria onvoldoende punten vertegenwoordigden om het resultaat te kunnen wijzigen, omdat de verzoekende partij geen kennelijke beoordelingsfout aantoonde bij de evaluatie van de cv's van haar opleiders, en omdat de onderhandeling met enkel de eerstgerangschikte zich beperkte tot de prijs — zodat de verzoeker, die al de beste prijs had en het maximum op het prijscriterium scoorde, niet werd benadeeld.

Wat gebeurde er?

Het Brussels Franstalig Instituut voor Beroepsopleiding (Bruxelles Formation) publiceerde op 21 januari 2025 in het Bulletin der Aanbestedingen en op 22 januari 2025 in het Publicatieblad van de Europese Unie een aankondiging voor een raamovereenkomst voor diensten: langlopende IT-opleidingen, verdeeld over elf percelen (referentie BF/DI/25/001). De plaatsingsprocedure was een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking. Alleen de percelen 9 (Game Design), 10 (Motion Design) en 11 (Compositor VFX) zijn in het geding. De gunningscriteria waren de 'appropriation de la mission' (50 punten, verdeeld over zeven subcriteria) en de ervaring van de opleiders (30 punten), samen 80 punten op kwaliteit, aangevuld met de prijs (20 punten). Het bestek bepaalde dat een offerte die niet minstens 60 procent haalde op de criteria 1 en 2 samen (dus 48 op 80), ambtshalve zou worden geweerd als substantieel onregelmatig. De uiterste indieningstermijn was 17 februari 2025. Acht inschrijvers dienden een offerte in: drie voor perceel 9 (Ascent, Brainstorm Consulting en de verzoekende partij), twee voor perceel 10 (Ascent en de verzoekende partij) en twee voor perceel 11 (Ascent en de verzoekende partij). Op 18 maart 2025 nodigde de aanbestedende overheid Ascent, als vermoedelijk eerstgerangschikte voor percelen 10 en 11, uit om een BAFO in te dienen met een verbeterde prijs — uitdrukkelijk met dezelfde inhoudelijke offerte. Ascent diende een BAFO in die uitsluitend de prijs wijzigde en geen extra kwaliteitspunten opleverde. Op 26 maart 2025 nam de aanbestedende overheid de gunningsbeslissing, die op 7 april 2025 aan de verzoekende partij werd meegedeeld. Voor perceel 9 werd de offerte van SRL Real Reality als substantieel onregelmatig geweerd (39 op 80 punten, onder de 60-procentdrempel) en het perceel gegund aan Brainstorm Consulting. Voor percelen 10 en 11 werd de opdracht gegund aan Ascent; Real Reality was telkens tweede gerangschikt, met een verschil van 16 respectievelijk 18 punten. SRL Real Reality stelde op 22 april 2025 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in. Bij beschikking van 25 april 2025 werd de procedurekalender vastgesteld en de zaak bepaald op de terechtzitting van 22 mei 2025. Staatsraad Florence Piret bracht als waarnemend voorzitter verslag uit en auditeur Marie Lambert de Rouvroit gaf een met het arrest strijdig advies. De verzoekende partij voerde vier middelen aan. In het eerste middel betoogde zij dat de motivering van diverse puntenaftrekken bij het eerste gunningscriterium ontoereikend was. De Raad ging de subcriteria stuk voor stuk na. Voor sommige was de motivering toereikend: wanneer het bestek een gedetailleerde beschrijving vroeg en de offerte te beknopt was, volstond de vermelding dat de uitleg 'te beknopt' was. Voor andere was de motivering ontoereikend: het gebruik van het woord 'of' tussen twee verschillende verwijten maakte onduidelijk welk gebrek precies werd aangerekend, en stereotiepe motiveringen als 'de offerte mist helderheid en is moeilijk leesbaar' waren niet te herleiden tot het beoordeelde subcriterium. Maar de onvoldoende gemotiveerde aftrekken vertegenwoordigden samen te weinig punten om het resultaat te kunnen wijzigen: voor perceel 9 ging het om 8 punten terwijl er 9 nodig waren, voor perceel 10 om 6 punten terwijl er 16 nodig waren, en voor perceel 11 om 10 punten terwijl er 18 nodig waren. Bij gebrek aan belang was het middel niet ernstig. In het tweede middel betoogde de verzoekende partij dat de aanbestedende overheid een kennelijke beoordelingsfout had begaan bij de evaluatie van de cv's van haar opleiders. De Raad stelde vast dat de discrepanties tussen de bijlagen en de eigenlijke cv's een afdoende verklaring boden voor de lagere scores — wanneer de bijlage een pedagogisch certificaat vermeldde maar het cv er niet van repte, mocht de aanbestedende overheid dat als niet-verifieerbaar beschouwen. Het was aan de inschrijver om zijn offerte conform het bestek op te stellen, inclusief het effectieve opleidingsvolume in de cv's. Geen kennelijke beoordelingsfout aangetoond. In het derde middel betoogde de verzoekende partij dat de aanbestedende overheid offertes beoordeelde op de helderheid van de antwoorden in plaats van op de inhoud. De Raad verwierp dit: wanneer het bestek vraagt om gedetailleerde methodes en de offerte te beknopt is, kan de inhoud simpelweg niet worden beoordeeld — het gaat niet om een beoordeling van de vorm maar om de vaststelling dat er onvoldoende inhoud is om te evalueren. In het vierde middel betoogde de verzoekende partij dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden doordat enkel Ascent de mogelijkheid kreeg om een BAFO in te dienen voor percelen 10 en 11. De Raad stelde vast dat de BAFO uitsluitend betrekking had op de prijs, dat Ascent geen extra kwaliteitspunten had gekregen, en dat de verzoekende partij zelf al de beste prijs had voor beide percelen en het maximum op het prijscriterium scoorde. Aangezien Ascent evenmin de gelegenheid had gekregen om haar offerte op kwalitatief vlak te verbeteren, was er geen ongelijke behandeling. Alle middelen werden verworpen. De kosten werden gereserveerd.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest illustreert hoe de Raad van State het belang toetst bij motiveringsgebreken in een puntensysteem. Zelfs als bepaalde puntenaftrekken onvoldoende zijn gemotiveerd, leidt dat pas tot schorsing als de som van die aftrekken groot genoeg is om het eindresultaat te kunnen wijzigen — anders ontbreekt het belang. Het arrest verduidelijkt ook dat een aanbestedende overheid die enkel over de prijs onderhandelt met de eerstgerangschikte, het gelijkheidsbeginsel niet schendt ten aanzien van een concurrent die al de laagste prijs bood. Opmerkelijk is dat de auditeur een met het arrest strijdig advies gaf — de Raad verwierp dus tegen het advies van het auditoraat in.

De les

Breng als inschrijver je middelen strategisch in kaart: tel de punten die elk motiveringsgebrek vertegenwoordigt, en ga na of het totaal volstaat om het verschil met de gekozen inschrijver te overbruggen. En als aanbestedende overheid: vermijd stereotiepe of dubbelzinnige motiveringen — het woord 'of' tussen twee verwijten maakt onduidelijk welk gebrek je precies aanrekent. Formuleer elk verwijt afzonderlijk en concreet.

Stel jezelf de vraag

Vertegenwoordigen de motiveringsgebreken die ik heb geïdentificeerd samen genoeg punten om het eindresultaat daadwerkelijk te kunnen wijzigen — of investeer ik mijn energie in grieven die bij gebrek aan belang toch niet tot schorsing kunnen leiden?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →