Cateringdiensten crematoria: anderhalf jaar oud verzekeringsattest volstaat niet als 'geldig actueel attest' — inschrijver draagt zelf verantwoordelijkheid
De Raad van State verwerpt de vordering van een cateringbedrijf tegen haar niet-selectie voor een raamovereenkomst voor cateringdiensten in crematoria, omdat een verzekeringsattest van anderhalf jaar vóór de indieningstermijn geen geldig actueel attest is in de zin van het bestek — de aanbestedende overheid is niet verplicht om de inschrijver te bevragen over gebreken die voortvloeien uit zijn eigen onzorgvuldigheid, en het overleggen van recente attesten in een jurisdictionele procedure is onverenigbaar met het gelijkheidsbeginsel.
Wat gebeurde er?
Het intergemeentelijk samenwerkingsverband PONTES schrijft via een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking een raamovereenkomst uit voor cateringdiensten in de crematoria van Antwerpen en Turnhout. De opdracht heeft een basisduur van één jaar met driemaal stilzwijgende verlenging en een mogelijkheid tot herhalingsopdracht, voor een geschatte maximale waarde van 7.000.000 euro exclusief btw over zeven jaar. De opdracht wordt Europees en nationaal bekendgemaakt met uiterste indieningsdatum 28 februari 2025. Het bestek vereist als selectiecriteria voor economische en financiële draagkracht: een minimale jaaromzet van 1.000.000 euro over de drie meest recente boekjaren, een solvabiliteitsratio van minimaal 25% over diezelfde periode, en een geldig actueel attest van een geldige verzekering tegen beroepsrisico's (BA Uitbating). Twee ondernemingen dienen een offerte in: de verzoekende partij (NV GUSTO) en UMERIS. Het gunningsverslag van 14 mei 2025 stelt vast dat geen van beide inschrijvers aan alle selectiecriteria voldoet. GUSTO voldoet niet aan de solvabiliteitsvereiste en heeft geen geldig actueel verzekeringsattest voorgelegd: het bijgevoegde attest dateert van 4 augustus 2023, meer dan anderhalf jaar vóór de indieningstermijn. UMERIS voldoet niet aan het omzetcriterium en kan geen relevante referenties voorleggen. De opdracht wordt op 22 mei 2025 niet geplaatst. De bestreden beslissing bevat een materiële vergissing: zij vermeldt dat GUSTO niet aan het omzetcriterium voldoet, terwijl het gunningsverslag vaststelt dat zij daar wél aan voldoet. PONTES erkent deze vergissing in de nota met opmerkingen. GUSTO vordert schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en voert één middel aan met drie onderdelen. Het eerste onderdeel (omzetcriterium) wordt verworpen bij gebrek aan belang: PONTES erkent de vergissing en de niet-selectie berust niet op dit motief. Het derde onderdeel (verzekeringsattest) wordt als eerste inhoudelijk onderzocht. GUSTO heeft een verzekeringsattest van 4 augustus 2023 bij haar offerte gevoegd. De Raad van State oordeelt dat de verwerende partij op het eerste gezicht niet ten onrechte de bewijskracht verwerpt van een attest dat op datum van indiening meer dan anderhalf jaar oud is. Een normaal zorgvuldig inschrijver moet beseffen dat een 'geldig actueel attest' een recent attest vereist dat bewijst dat de verzekering op het ogenblik van indiening effectief van kracht is. De verantwoordelijkheid om tijdig een bijgewerkt attest op te vragen bij de verzekeraar berust bij de inschrijver zelf. Het feit dat GUSTO bij haar verzoekschrift alsnog recente attesten overlegt, maakt dit niet anders: het overleggen van essentiële bewijsstukken in een jurisdictionele procedure, ná de bestreden beslissing, is onverenigbaar met het gelijkheids- en transparantiebeginsel. De aanbestedende overheid is op grond van artikel 66, § 3, eerste lid, wet 17 juni 2016 niet verplicht de inschrijver te bevragen over gebreken in de offerte, zeker niet wanneer de inschrijver zelf onzorgvuldig heeft gehandeld. Wat de beweerde onwettigheid van het criterium betreft — het bestek bepaalt geen specifiek dekkingsbedrag of maximale franchise — oordeelt de Raad dat het criterium zich niet leent tot het vooraf vaststellen van een uniform niveau, gezien de uiteenlopende manieren waarop inschrijvers hun beroepsaansprakelijkheid structureren. Dit bevordert de mededinging en valt binnen artikel 65, tweede lid, KB 18 april 2017. Het tweede onderdeel (solvabiliteit) wordt niet-ontvankelijk verklaard bij gebrek aan belang: het verzekeringsattest is een zelfstandig draagkrachtig motief en de solvabiliteit is bijgevolg een overtollig motief. Het enig middel is, voor zover ontvankelijk, niet ernstig. De vordering wordt verworpen.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest verduidelijkt de verplichtingen van inschrijvers bij het voorleggen van selectiedocumenten en de grenzen van de bevragingsplicht van de aanbestedende overheid. Vier principes worden bevestigd. Ten eerste: wanneer het bestek een 'geldig actueel attest' vereist, moet de inschrijver een attest voorleggen dat de actuele geldigheid van de verzekering op het moment van indiening aantoont — een anderhalf jaar oud attest volstaat niet. Ten tweede: de aanbestedende overheid is niet verplicht om inschrijvers te bevragen over gebreken die voortvloeien uit hun eigen onzorgvuldigheid; artikel 66 §3 wet 17 juni 2016 schept een recht maar geen verplichting tot bevraging. Ten derde: het overleggen van ontbrekende of verouderde stukken in een jurisdictionele procedure, ná de bestreden beslissing, is onverenigbaar met het gelijkheids- en transparantiebeginsel. Ten vierde: het niet vooraf vaststellen van een specifiek dekkingsbedrag of franchise voor een verzekeringsvereiste is niet per se in strijd met artikel 65, tweede lid, KB 18 april 2017 wanneer het criterium zich niet leent tot een uniform niveau.
De les
Als inschrijver: een verzekeringsvereiste in het bestek is geen formaliteit. Wanneer een 'geldig actueel attest' wordt gevraagd, moet u een recent attest voorleggen dat de effectieve geldigheid van uw verzekering op het moment van indiening bewijst. Vraag tijdig een bijgewerkt attest op bij uw verzekeraar — een attest dat maanden of jaren oud is, biedt geen enkele waarborg en zal worden afgewezen. Wacht niet tot u een negatieve beslissing ontvangt om alsnog recente stukken voor te leggen: het gelijkheidsbeginsel verhindert dat u achteraf uw offerte alsnog in regel stelt. Als aanbesteder: wanneer u een verzekering tegen beroepsrisico's als selectiecriterium opneemt zonder specifiek dekkingsbedrag of franchise, handelt u niet per se onwettig — het criterium kan zich niet lenen tot een uniform niveau. U bent niet verplicht om inschrijvers te bevragen over gebreken die het gevolg zijn van hun eigen nalatigheid.
Stel jezelf de vraag
Als inschrijver: is uw verzekeringsattest recent genoeg om op het moment van indiening de actuele geldigheid van uw verzekering te bewijzen? Hebt u alle door het bestek vereiste bewijsstukken gecontroleerd op datum en volledigheid? Als aanbesteder: hebt u in het bestek duidelijk gemaakt dat een 'actueel' attest wordt vereist? Hebt u overwogen of het selectiecriterium een specifiek minimumniveau vereist of zich daar niet toe leent?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →