Verwerping Franstalig college

De gedwongen invordering van schuldvorderingen door een gerechtsdeurwaarder valt buiten de overheidsopdrachtenregelgeving — en wie dan toch de UDN-procedure uit de wet van 17 juni 2013 inroept zonder de urgentie te bewijzen, vangt bot

Arrest nr. 263974 · 23 juli 2025 · VIe kamer

De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de gunning van een opdracht voor de gedwongen invordering van gemeentelijke schuldvorderingen door een gerechtsdeurwaarder, omdat die diensten — als uitoefening van openbaar gezag — zijn uitgesloten van de wet overheidsopdrachten op grond van artikel 28, § 1, 4°, e), en de verzoeker bijgevolg niet de UDN-procedure van de wet van 17 juni 2013 kan inroepen maar de gewone schorsingsprocedure had moeten volgen, met bewijs van urgentie, wat zij heeft nagelaten.

Wat gebeurde er?

De gemeente Quiévrain en het OCMW lanceerden een consultatieronde voor de aanstelling van een gerechtsdeurwaarder voor de gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale gemeentelijke schuldvorderingen en administratieve boetes. De opdracht werd gegund aan Unilex. De SRL Legalink, een ander gerechtsdeurwaarderskantoor, vorderde de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid op grond van de wet van 17 juni 2013 (de rechtsbeschermingswet overheidsopdrachten). De gemeente verweerde zich met het argument dat de opdracht niet onder de wet overheidsopdrachten viel: gerechtsdeurwaardersdiensten voor gedwongen invordering zijn uitgesloten op grond van artikel 28, § 1, 4°, e), van de wet van 17 juni 2016, omdat zij verband houden met de uitoefening van openbaar gezag. De Raad volgde dat standpunt. Hij stelde vast dat de opdracht uitsluitend betrekking had op de gedwongen invordering van schuldvorderingen op basis van een uitvoerbare titel — een activiteit die behoort tot het wettelijk monopolie van de gerechtsdeurwaarder (artikel 519, § 1, Gerechtelijk Wetboek) en die een directe en specifieke deelname aan de uitoefening van de openbare macht inhoudt in de zin van artikel 51 VWEU. De Raad verwierp het argument dat de gemeente de opdracht vrijwillig aan de wet overheidsopdrachten had onderworpen: het gebruik van het woord 'marché' in de stukken volstaat niet, de gunningsbeslissing verwees uitdrukkelijk naar de uitsluiting van artikel 28, en de mededinging was georganiseerd op basis van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, niet op grond van de wet overheidsopdrachten. Zelfs indien de overheid de opdracht vrijwillig aan de wet had onderworpen, zou dat niet volstaan om het bijzondere rechtsbeschermingsregime van de wet van 17 juni 2013 van toepassing te maken. Omdat de UDN-procedure van de wet van 17 juni 2013 niet van toepassing was, moest de verzoeker de urgentie bewijzen volgens de gewone regels van artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. De vordering bevatte echter geen enkel element dat de urgentie of de uiterst dringende noodzakelijkheid aantoonde. De vordering werd verworpen. Het OCMW werd buiten zake gesteld omdat alleen de gemeente de gunningsbeslissing had genomen. Florence Piret zetelde als kamervoorzitter, bijgestaan door griffier Vincent Durieux. Auditeur Pacôme Noumair gaf een eensluidend advies.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest verduidelijkt een belangrijke afbakeningskwestie: diensten van gerechtsdeurwaarders voor de gedwongen invordering van schuldvorderingen vallen buiten de wet overheidsopdrachten als uitoefening van openbaar gezag. Dat heeft verstrekkende gevolgen voor de rechtsbescherming: de bijzondere UDN-procedure van de wet van 17 juni 2013, waarbij de urgentie niet moet worden bewezen, is dan niet beschikbaar. De inschrijver moet dan terugvallen op de gewone schorsingsprocedure en de urgentie zelf aantonen. Het arrest maakt ook duidelijk dat een vrijwillige onderwerping aan de wet overheidsopdrachten — zelfs als die zou vaststaan — het bijzondere rechtsbeschermingsregime niet activeert.

De les

Als je als gerechtsdeurwaarder een opdracht voor gedwongen invordering verliest en je wilt die beslissing aanvechten, vergeet dan niet dat de wet overheidsopdrachten wellicht niet van toepassing is — en dat je bijgevolg niet de versnelde UDN-procedure van de wet van 17 juni 2013 kunt inroepen. Je moet dan de gewone urgentieprocedure volgen en de urgentie uitdrukkelijk bewijzen in je verzoekschrift. En als aanbestedende overheid: het feit dat je een mededinging organiseert voor gerechtsdeurwaardersdiensten voor gedwongen invordering, betekent niet dat je de wet overheidsopdrachten toepast. Vermeld duidelijk in je beslissing dat de uitsluiting van artikel 28 van toepassing is.

Stel jezelf de vraag

Als ik een opdracht voor gerechtsdeurwaardersdiensten verlies en een schorsingsprocedure overweeg, heb ik dan gecontroleerd of de opdracht wel onder de wet overheidsopdrachten valt — en zo niet, heb ik dan de urgentie en de uiterst dringende noodzakelijkheid uitdrukkelijk onderbouwd in mijn verzoekschrift?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →