Verwerping Franstalig college

Vordering verworpen wegens onbevoegdheid: universitair ziekenhuis opgericht door privaat initiatief is geen administratieve overheid in de zin van artikel 14, §1 gecoördineerde wetten – hoedanigheid van aanbestedende overheid volstaat niet

Arrest nr. 264596 · 21 oktober 2025 · VIe kamer

De Raad van State verwierp de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van PEO BV tegen het CHU Dinant-Godinne-Sainte-Élisabeth-UCL Namur wegens onbevoegdheid, omdat het CHU — opgericht door privaat initiatief en bestuurd door privaatrechtelijke personen — geen administratieve overheid is in de zin van artikel 14, §1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, en de hoedanigheid van aanbestedende overheid in de zin van de wet van 17 juni 2013 niet automatisch die van administratieve overheid meebrengt.

Wat gebeurde er?

PEO BV diende op 19 september 2025 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in tegen het CHU Dinant-Godinne-Sainte-Élisabeth-UCL Namur (hierna: het CHU). De vordering betrof de technische specificaties van het aanbestedingsdossier PO-18, die volgens PEO BV gekoppeld waren aan een specifiek product of merk en daardoor de mededinging beperkten. PEO BV vroeg de schorsing van deze technische specificaties en, subsidiair, van elk later document dat deze eisen bevestigde. Daarnaast vroeg zij het CHU te bevelen een addendum te publiceren met neutrale en meetbare prestatiecriteria en de indieningstermijn voor de offertes proportioneel te verlengen. Op 20 oktober 2025 diende PEO BV ook een vernietigingsberoep in tegen de discriminatoire technische clausules van het bestek, met inbegrip van het zogenaamde 'mechanisme van 0 punten' voor niet-identieke systemen, en subsidiair tegen het antwoord van de Q&A van 22 september 2025 ('modification : aucune') als zelfstandig aanvechtbare rechtshandeling. Het CHU wierp in zijn nota van opmerkingen een exceptie van onbevoegdheid ratione personae op. Het CHU betoogde dat het geen administratieve overheid is in de zin van artikel 14, §1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Op grond van artikel 24 van de wet van 17 juni 2013 is de Raad van State enkel bevoegd wanneer de aanbestedende overheid tevens een administratieve overheid is in de zin van artikel 14, §1. PEO BV formuleerde ter zitting geen enkel verweer op dit punt. De Raad van State onderzocht de bevoegdheidskwestie. Op grond van artikel 24 van de wet van 17 juni 2013 is de afdeling bestuursrechtspraak bevoegd om kennis te nemen van vorderingen tot schorsing van gunningsbeslissingen wanneer de aanbestedende overheid een overheid is als bedoeld in artikel 14, §1 van de gecoördineerde wetten. De Raad stelde vast dat de hoedanigheid van aanbestedende overheid in de zin van de wet van 17 juni 2013 niet noodzakelijk en onmiddellijk de kwalificatie van administratieve overheid meebrengt in de zin van artikel 14, §1. Het CHU was opgericht door een privaat initiatief en wordt bestuurd door privaatrechtelijke personen. Het bleek niet dat het CHU beschikt over de bevoegdheid om eenzijdig bindende beslissingen te nemen ten aanzien van derden. De hoedanigheid van administratieve overheid kon het CHU daarom niet worden toegekend, in het bijzonder in het kader van het beroep tegen de aangevochten handeling. Aangezien het CHU geen administratieve overheid is, was de Raad van State niet bevoegd om kennis te nemen van de ingediende vorderingen. De vorderingen werden verworpen. De kosten werden gereserveerd.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest herinnert aan een fundamenteel bevoegdheidsprincipe in het Belgische overheidsopdrachtencontentieux: de Raad van State is op grond van artikel 24 van de wet van 17 juni 2013 enkel bevoegd wanneer de aanbestedende overheid tevens een administratieve overheid is in de zin van artikel 14, §1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. De hoedanigheid van 'aanbestedende overheid' (pouvoir adjudicateur) in de zin van de overheidsopdrachtenreglementering brengt niet automatisch de kwalificatie van 'administratieve overheid' (autorité administrative) mee. Voor entiteiten opgericht door privaat initiatief, bestuurd door privaatrechtelijke personen en zonder bevoegdheid om eenzijdig bindende beslissingen te nemen ten aanzien van derden — zoals bepaalde private ziekenhuizen — moet de inschrijver zich tot de burgerlijke rechter wenden.

De les

Als inschrijver: controleer vóór het instellen van een vordering bij de Raad van State of de aanbestedende overheid ook een administratieve overheid is in de zin van artikel 14, §1 van de gecoördineerde wetten. Bij private ziekenhuizen, VZW's en andere privaatrechtelijke entiteiten die als aanbestedende overheid optreden, is de Raad van State mogelijk niet bevoegd en moet je je tot de burgerlijke rechter wenden op grond van artikel 24 van de wet van 17 juni 2013. Het stilzwijgen van PEO BV ter zitting op de bevoegdheidsexceptie illustreert het belang van een grondige voorafgaande analyse van de bevoegdheidsvraag.

Stel jezelf de vraag

Als inschrijver die een vordering overweegt: is de aanbestedende overheid een publiekrechtelijke entiteit met de bevoegdheid om eenzijdig bindende beslissingen te nemen (administratieve overheid), of een privaatrechtelijke entiteit die weliswaar als aanbestedende overheid optreedt maar geen administratieve overheid is? Heb je gecontroleerd of de Raad van State bevoegd is op grond van artikel 24 van de wet van 17 juni 2013, of moet je je tot de burgerlijke rechter wenden?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →