Verwerping Nederlandstalig college

Verwerping UDN-vordering tegen gunning fotovoltaïsche zonnepanelen: prijscriterium op basis van totaal samenvattende meetstaat is helder, PVsyst-berekeningsnota volstaat als objectieve verificatie jaaropbrengst

Arrest nr. 264881 · 18 november 2025 · XIVe kamer

De Raad van State verwierp de UDN-vordering van BV M. tegen de gunning door UZ Gent van de opdracht voor fotovoltaïsche zonnepanelen op het parkeergebouw aan BV E., omdat geen van de drie middelen ernstig was: het prijscriterium op basis van het totaal van de samenvattende meetstaat was helder en liet geen onbeperkte keuzevrijheid, de verplichting om een PVsyst-berekeningsnota bij de offerte te voegen voorzag in een objectieve verificatie van de verwachte jaaropbrengst, en de bestreden beslissing was afdoende formeel gemotiveerd na een grondig intern technisch onderzoek dat volgde op de intrekking van de eerste gunningsbeslissing.

Wat gebeurde er?

UZ Gent schreef een openbare procedure uit voor het leveren, plaatsen, aansluiten en in dienst stellen van fotovoltaïsche zonnepanelen op de bestaande primaire draagconstructie van het parkeergebouw personeel (PAPE). Het bestek stelde functionele en prestatie-eisen aan de panelen (o.a. monokristallijn silicium, minimum 210 Wp/m², efficiëntie minimum 21%, Tier 1) maar liet de schikking, oriëntatie en hellingshoek over aan de kennis van de inschrijver, met het oog op een maximale opbrengst. De gunningscriteria waren prijs (60 punten) en verwachte totale jaaropbrengst in kWh volgens PVsyst gedurende het eerste jaar (40 punten). Voor het prijscriterium bepaalde het bestek uitdrukkelijk dat de maximumscore werd toegekend aan de laagste aanbieding op basis van 'het totaal van de samenvattende meetstaat', met proportionele verrekening via de formule Sx = (Pmin / Px) * Smax. Voor het opbrengstcriterium dienden de inschrijvers een berekeningsnota PVsyst bij hun offerte te voegen. Acht inschrijvers dienden een offerte in. Een eerste gunningsbeslissing van 1 juli 2025, waarbij de opdracht was gegund aan BV E., werd op 23 juli 2025 ingetrokken nadat UZ Gent de middelen van BV M. prima facie voldoende ernstig achtte om te onderzoeken. Een eerder door BV M. ingestelde UDN-vordering werd in arrest nr. 264.363 van 29 september 2025 zonder voorwerp verworpen wegens de intrekking. Na de intrekking onderwierp UZ Gent de door BV M. opgeworpen grieven aan een intern technisch onderzoek, dat concludeerde dat de gunningscriteria 'zonder enige technische twijfel' garant stonden voor de gunning van de economisch meest voordelige offerte. Op 11 september 2025 werd een nieuw verslag van nazicht opgesteld. Vijf van de acht offertes werden substantieel onregelmatig bevonden; drie offertes, waaronder die van BV M. en BV E., werden regelmatig bevonden. BV E. behaalde 60 punten op prijs (laagste prijs van € 1.299.775,01) en 39,04 op jaaropbrengst (1.251.260,6 kWh), totaal 99,04. BV M. behaalde 56,86 op prijs (€ 1.371.446,83) en 34,79 op jaaropbrengst (1.114.900 kWh), totaal 91,65. Op 2 oktober 2025 besliste het Bestuurscomité van UZ Gent opnieuw te gunnen aan BV E. In het eerste middel betoogde BV M. dat het onduidelijk was of het prijscriterium zou worden beoordeeld op basis van het totaal van de samenvattende meetstaat dan wel op basis van de prijs per geïnstalleerd vermogen (kWp), en dat UZ Gent zich daardoor een onbeperkte keuzevrijheid had voorbehouden. De Raad van State oordeelde dat het bestek uitdrukkelijk verwees naar 'het totaal van de samenvattende meetstaat' als basis voor de prijsbeoordeling, wat meteen zichtbaar was voor een gespecialiseerde inschrijver. Van een onbeperkte keuzevrijheid was geen sprake. In een tweede grief binnen dit middel betoogde BV M. dat de prijzen onvergelijkbaar waren nu het aantal zonnepanelen of totaal kWp kon verschillen. De Raad wees erop dat de economisch meest voordelige offerte werd bepaald op basis van zowel prijs als verwachte jaaropbrengst (beste prijs-kwaliteitsverhouding), en dat het feit dat het bestek geen vastgelegd aantal panelen oplegde maar functionele eisen stelde, niet aantoonde dat de offertes onvergelijkbaar waren. Bovendien bleek uit de vertrouwelijke stukken dat BV M. een installatie met een lager geïnstalleerd vermogen (kWp) had aangeboden dan de gekozen inschrijver. Het eerste middel was niet ernstig. In het tweede middel betoogde BV M. dat UZ Gent de ingediende offertes een score had toegekend voor de verwachte jaaropbrengst zonder enig onderzoek naar het realistisch karakter ervan. De Raad oordeelde dat het bestek voorzag in een objectieve verificatie: de inschrijvers dienden niet alleen de verwachte jaaropbrengst op te geven maar ook de volledige PVsyst-berekeningsnota bij hun offerte te voegen. Dat bepaalde parameters zoals de 'soiling loss factor' door de inschrijvers zelf dienden te worden ingevuld, hing samen met het voorwerp van de opdracht, nu het bestek het dimensioneren overliet aan de inschrijver. De jaaropbrengst van de gekozen inschrijver (1.251.260,6 kWh) lag bovendien tussen die van BV M. en de tweede gerangschikte (1.281.900 kWh), zodat er geen indicaties waren van een onrealistische opbrengst. Het tweede middel was niet ernstig. In het derde middel betoogde BV M. dat de bestreden beslissing geen inhoudelijke motivering bevatte over het bijkomend onderzoek na de intrekking van de eerste gunningsbeslissing. De Raad stelde vast dat de bestreden beslissing uitdrukkelijk vermeldde dat de middelen aan een grondig technisch onderzoek waren onderworpen en dat de gunningscriteria garant stonden voor de keuze van de economisch meest voordelige offerte. De motivering in de bestreden beslissing, samen gelezen met het verslag van nazicht en de opdrachtdocumenten, stelde de verzoekende partij in staat om met kennis van zaken te oordelen. Het derde middel was niet ernstig. De vordering werd verworpen.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest verduidelijkt drie belangrijke punten inzake gunningscriteria voor technisch complexe opdrachten. Ten eerste: wanneer het bestek het prijscriterium uitdrukkelijk koppelt aan 'het totaal van de samenvattende meetstaat', is er geen ruimte voor een alternatieve lezing op basis van de prijs per geïnstalleerd vermogen — zelfs niet wanneer de marktpraktijk die laatste benadering zou hanteren. Ten tweede: het verplicht bijvoegen van een berekeningsnota op basis van gespecialiseerde software (PVsyst) bij de offerte volstaat als mechanisme voor objectieve verificatie van de verwachte jaaropbrengst, en de aanbestedende overheid is niet verplicht om nog bijkomend onderzoek te verrichten naar het realistisch karakter van de opgegeven opbrengsten wanneer deze in een aannemelijke bandbreedte liggen. Ten derde: wanneer een aanbestedende overheid een eerste gunningsbeslissing intrekt om de middelen van een verzoekende partij te onderzoeken, en vervolgens na een intern technisch onderzoek tot dezelfde gunning komt, is dit een aanvaardbare werkwijze en volstaat een uitdrukkelijke motivering die verwijst naar dat onderzoek en naar het verslag van nazicht.

De les

Als inschrijver: lees het bestek nauwkeurig om te bepalen op welke basis de prijs zal worden beoordeeld. Wanneer het bestek verwijst naar 'het totaal van de samenvattende meetstaat', ga er dan niet van uit dat de prijs per kWp relevant is, ook al is dat de marktpraktijk. Zorg ervoor dat je PVsyst-berekeningsnota volledig en realistisch is, want die nota dient als objectieve verificatie van de door jou opgegeven jaaropbrengst. Als aanbestedende overheid: omschrijf het prijscriterium ondubbelzinnig en vermeld expliciet de basis voor de prijsbeoordeling (totaalbedrag, eenheidsprijs, prijs per kWp, enz.). Wanneer je functionele eisen stelt in plaats van een vaste technische oplossing, voorzie dan in een objectief verificatiemechanisme zoals een verplichte berekeningsnota. Wanneer je een eerste gunningsbeslissing intrekt om middelen te onderzoeken, motiveer dan uitdrukkelijk in de nieuwe gunningsbeslissing welk bijkomend onderzoek is verricht en tot welke conclusies dit heeft geleid.

Stel jezelf de vraag

Als inschrijver: heb je het prijscriterium correct gelezen en begrepen op welke basis je offerte zal worden beoordeeld? Is je PVsyst-berekeningsnota volledig en realistisch, en sluit de opgegeven jaaropbrengst aan bij het geïnstalleerd vermogen dat je aanbiedt? Als aanbestedende overheid: is het voor een gespecialiseerde inschrijver meteen duidelijk op welke basis de prijs wordt beoordeeld? Voorzie je in een objectief verificatiemechanisme voor technische gunningscriteria? Heb je na intrekking van een eerste gunningsbeslissing de middelen daadwerkelijk onderzocht en de conclusies gemotiveerd in de nieuwe beslissing?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →