Verwerping Nederlandstalig college

Verwerping UDN-vordering: globale beoordelingsmethode met plus- en minpunten correct toegepast — scores 'zeer goed' en 'ruim voldoende' in overeenstemming met bestekbeschrijvingen — beoordelingsruimte niet overschreden

Arrest nr. 265026 · 28 november 2025 · XIVe kamer

De Raad van State verwierp de UDN-vordering van BV B. tegen de gunning door de Federale Pensioendienst van een opdracht voor een digitale tool voor mentaal welzijn, omdat de aanbestedende overheid de in het bestek aangekondigde globale beoordelingsmethode voor het gunningscriterium kwaliteit op het eerste gezicht correct had toegepast, de gehanteerde plus- en minpunten eigen waren aan die methode en geen afzonderlijke weging of puntentoekenning vereisten, en de toegekende scores van 'zeer goed' (36/40) voor de verzoekende partij en 'ruim voldoende' (28/40) voor de gekozen inschrijver overeenstemden met de in het bestek omschreven percentages en beoordelingen.

Wat gebeurde er?

De Federale Pensioendienst schreef een openbare procedure uit voor een raamovereenkomst betreffende een digitale tool voor het mentaal welzijn van federale ambtenaren. De gunningscriteria waren de prijs (60 punten) en de kwaliteit van de tool en bijhorende dienstverlening (40 punten). Voor het kwaliteitscriterium dienden inschrijvers een plan van aanpak in te dienen. Het bestek somde op niet-limitatieve wijze een aantal beoordelingselementen op — interactiviteit, didactisch materiaal, methodieken, rapportering, vertrouwelijkheid, aanvullende dienstverlening, kwalificatie van therapeuten — en voorzag in een globale beoordeling aan de hand van beschrijvende scores gaande van 'uitmuntend' (100 procent) tot 'zeer slecht' (0 procent). Elke score werd beschreven met kwalitatieve termen: 'zeer goed' (90 procent) werd omschreven als een voorstel dat voornamelijk sterke punten bevat met hooguit één verbeterpunt, 'ruim voldoende' (70 procent) als een voorstel dat overwegend positieve punten bevat maar met meerdere verbeterpunten en negatieve aspecten. Vijf inschrijvers dienden een offerte in. Na een eerste gunningsbeslissing van 25 augustus 2025 die op 22 september 2025 werd ingetrokken, werd een nieuw gunningsverslag opgesteld. Eén inschrijver werd niet geselecteerd, twee offertes werden als substantieel onregelmatig geweerd, zodat enkel de offertes van BV B. (de verzoekende partij) en BV P. regelmatig werden bevonden. In het gunningsverslag werden beide offertes uitvoerig beoordeeld aan de hand van kwalitatieve beschrijvingen met plus- en minpunten. De offerte van BV B. kreeg tal van pluspunten en grote pluspunten (gebruiksvriendelijkheid, vormgeving, ondersteuning, mindfulness-aanbod, terugbetaling via mutualiteiten) en geen minpunten, wat resulteerde in de score 'zeer goed' (36/40). De offerte van BV P. kreeg pluspunten maar ook meerdere grote minpunten (platform niet testbaar, vormgeving minder aantrekkelijk, rapportering moeilijk interpreteerbaar, mindfulness summier vermeld), wat resulteerde in 'ruim voldoende' (28/40). Op het criterium prijs behaalde BV P. echter 60/60 tegenover 47,88/60 voor BV B. De totaalscore was 88 punten voor BV P. tegenover 83,88 voor BV B., waarna de opdracht op 20 oktober 2025 aan BV P. werd gegund. BV B. stelde een UDN-vordering in met een enig middel waarin zij verschillende grieven aanvoerde. Het verzoekschrift bevatte wel een uiteenzetting maar geen samenvatting van de grieven zoals vereist door artikel 2, §1, van het algemeen procedurereglement, zodat de Raad de grieven samenvatte zoals hij ze begreep. Een eerste grief betrof de beoordelingsmethode: de verzoekende partij betoogde dat het bestek een procentuele puntenschaal voorzag terwijl het gunningsverslag geen percentages maar plus- en minpunten hanteerde, wat niet overeenstemde met de aangekondigde methode. Zij betoogde ook dat de plus- en minpunten niet optelbaal waren tot een eindpercentage en dat subgunningscriteria met afzonderlijke weging logischer waren geweest. De Raad oordeelde dat de termen 'pluspunt', 'minpunt', 'groot pluspunt' en 'groot minpunt' een waardering uitdrukten die eigen was aan de in het bestek vooropgestelde globale beoordelingsmethode en niet inherent gekoppeld waren aan vooraf vastgestelde schalen. Het bestek voorzag in een niet-limitatieve lijst van beoordelingselementen en niet in subgunningscriteria met afzonderlijke weging. De woordelijke beschrijving van de scores in het bestek maakte bovendien uitdrukkelijk melding van sterke punten, verbeterpunten en negatieve aspecten. Uit een eenvoudige herrekening (36/40 = 90 procent en 28/40 = 70 procent) bleek dat de toegekende puntenscores overeenstemden met de bestekbeschrijvingen voor 'zeer goed' respectievelijk 'ruim voldoende'. Een tweede grief betrof de onduidelijkheid van het scoreverschil: de winnende offerte had op vele punten minder gescoord en toch een hoge score gekregen. De Raad stelde vast dat de offerte van de gekozen inschrijver niet één maar twee trappen lager was beoordeeld, en dat uit de evaluatie in haar geheel bleek dat die offerte grotendeels aan de verwachtingen voldeed, wat overeenstemde met 'ruim voldoende'. Een derde grief betrof het feit dat niet alle elementen voor beide offertes op dezelfde punten werden beoordeeld, zoals de terugbetaling via mutualiteiten die enkel bij de verzoekende partij werd vermeld. De Raad oordeelde dat de beoordelingselementen geen subgunningscriteria waren en geen afzonderlijke weging vereisten. Het niet vermelden van bepaalde elementen kon worden verklaard doordat er geen bijzondere meerwaarde of minwaarde te signaleren viel. De verwerende partij was overigens niet voorbijgegaan aan het verschil inzake terugbetaling via mutualiteiten, nu zij dit als 'uniek' en een groot pluspunt had bestempeld. Een vierde grief betrof het ontbreken van verwijzingen naar de technische vereisten uit het bestek en de mogelijke niet-conformiteit van de gekozen offerte met vereiste 2.5 inzake mindfulness en meditatie. De Raad stelde vast dat de offerte van de gekozen inschrijver regelmatig was bevonden en dat de formelemotiveringsplicht niet vereiste dat het regelmatigheidsonderzoek in extenso werd weergegeven. De vermelding dat het mindfulness-aanbod 'summier' was, duidde op een beperktere kwaliteit maar niet op een regelmatigheidsprobleem. Het enig middel was niet ernstig en de vordering werd verworpen.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest is belangrijk voor de praktijk van de kwalitatieve beoordeling van offertes. Het bevestigt dat een aanbestedende overheid mag kiezen voor een globale beoordelingsmethode met beschrijvende scores en dat zij niet verplicht is om subgunningscriteria met afzonderlijke wegingen te hanteren. Het gebruik van kwalitatieve termen als plus- en minpunten is eigen aan zo'n methode en vereist geen mathematische vertaling naar afzonderlijke puntenscores. Het volstaat dat de toegekende globale score overeenstemt met de beschrijving die het bestek aan die score verbindt. Het arrest verduidelijkt ook dat niet elk beoordelingselement voor beide offertes tot een opmerking hoeft te leiden: het ontbreken van een vermelding kan worden verklaard doordat er geen bijzondere meerwaarde of minwaarde te signaleren valt. Ten slotte herinnert het arrest eraan dat het regelmatigheidsonderzoek niet in extenso in het gunningsverslag hoeft te worden opgenomen en dat een beperktere beoordeling op één element niet automatisch wijst op een regelmatigheidsprobleem.

De les

Als aanbestedende overheid: als je kiest voor een globale beoordelingsmethode, zorg ervoor dat de beschrijvende scores in het bestek duidelijk omschrijven wat elk scoreniveau inhoudt — met vermelding van sterke punten, verbeterpunten en negatieve aspecten. De kwalitatieve evaluatie met plus- en minpunten moet aansluiten bij de globale score: als je 'ruim voldoende' geeft, moet uit je evaluatie blijken dat het voorstel overwegend positief is maar meerdere verbeterpunten bevat. Controleer achteraf of de toegekende punten corresponderen met het beschreven percentage. Als inschrijver: ga na of het bestek voorziet in subgunningscriteria met afzonderlijke weging of in een globale beoordeling. Bij een globale methode is het niet zinvol om te verwachten dat elk plus- of minpunt een afzonderlijke puntenwaarde krijgt. Concentreer je op een algeheel sterk plan van aanpak eerder dan op het maximaliseren van scores op individuele elementen.

Stel jezelf de vraag

Als aanbestedende overheid: stemmen de kwalitatieve beschrijvingen in je gunningsverslag overeen met de globale score die je toekent? Kan de eindscore worden herleid naar het percentage uit het bestek? Heb je voor elk beoordelingselement nagegaan of er bijzondere meerwaarde of minwaarde te signaleren valt? Als inschrijver: begrijp je hoe het bestek de beoordeling structureert — is het een globale methode of een systeem met subgunningscriteria? Als je een UDN-vordering instelt, heb je dan een samenvatting van je grieven opgenomen in het verzoekschrift?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →