Zelf de lat hoog leggen en dan de winnaar laten passeren? Dat mag niet
De Raad van State schorst een gunning omdat de opdrachtgever een strenge lezing van het selectiecriterium toepaste op de verliezer, maar niet op de winnaar.
Wat gebeurde er?
Het Autonoom Gemeentebedrijf Mobiliteit en Parkeren Antwerpen schreef een opdracht uit voor een controlebureau voor de bouw van een ondergrondse parking aan het Loodswezen. Het bestek vereiste referenties waarbij een tienjarige aansprakelijkheidsverzekering was afgesloten. Geen enkele inschrijver had die attesten bij de offerte gevoegd, dus de opdrachtgever gaf iedereen een tweede kans. De verliezer leverde intentieverklaringen van verzekeraars en tevredenheidsattesten van opdrachtgevers, maar dat was volgens de opdrachtgever onvoldoende: er moest bewezen zijn dat de verzekering daadwerkelijk was afgesloten. De winnaar leverde voor één van zijn twee referenties echter ook geen bewijs van een afgesloten verzekering — de werken waren nog niet eens afgerond. Toch werd de winnaar wel geselecteerd. De Raad van State oordeelde dat de opdrachtgever zijn eigen strenge lezing van het bestek niet consistent toepaste en schorste de gunning.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest illustreert een krachtig argument voor verliezende inschrijvers: als de opdrachtgever strenge eisen stelt maar die niet gelijk toepast op alle inschrijvers, schendt hij het gelijkheidsbeginsel. Het is een patroon dat vaker voorkomt dan je denkt, maar je moet het administratief dossier van de winnaar kennen om het te bewijzen.
De les
Vraag na afwijzing altijd inzage in het administratief dossier, inclusief de bewijsstukken van de winnaar. Als de opdrachtgever een strenge lezing van het bestek hanteert om jou af te wijzen, controleer dan of diezelfde strenge lezing ook op de winnaar is toegepast.
Check jezelf
Als mijn referenties worden afgewezen: heeft de winnaar exact hetzelfde type bewijs geleverd dat van mij wordt verwacht, of is er een dubbele standaard?