De drempel voor prijsvragen is vast: je mag hem niet zomaar verhogen
Als het bestek bepaalt dat offerten die meer dan 15% van het gemiddelde afwijken aan een prijsvraag moeten worden onderworpen, mag je die drempel niet op 25% zetten, zelfs niet om afwijkingen 'in beide richtingen' te checken.
Wat gebeurde er?
De Stad Brussel schreef een werkencpdracht uit voor wegenwerk. Het bestek bepaalde zelf: wie meer dan 15% boven of onder het gemiddelde liegt, krijgt een prijsvraag. Echter, de aanbesteder werkte met 25% in plaats van 15%. Drie offertes kwamen door, waaronder de goedkoopste (gekozen). De verliezer kreeg een prijsvraag vanwege de 25%-drempel. Met de wettelijke 15%-drempel zou ook de goedkoopste offerte bevraagd zijn geworden. De Raad van State stelt vast: je mag de wettelijke drempel niet zomaar verhogen in je bestek.
Waarom doet dit ertoe?
Dit is over formele rechtsgelijkheid. De regels moeten voor iedereen gelden. Wanneer je aanbesteder de drempel erhoofd, creëert hij ongelijke behandeling. Dit raakt ook het vertrouwen: als bieders zien dat de regels ter plekke veranderen, verliezen ze vertrouwen in het proces. De regel is nu: blijf bij 15% tenzij je juridisch verantwoorde redenen hebt.
De les
Lees het bestek uiterst zorgvuldig op de drempels en criteria. Controleer of die drempels juridisch correct zijn gesteld — is 25% echt toegelaten of niet? Als je twijfelt, vecht het aan. Een drempel die zomaar is verhoogd, kan een hele procedure infect maken.
Check jezelf
Heb ik de drempels en afwijkingspercentages in het bestek kritisch gelezen, en ben ik zeker dat ze juridisch correct zijn?