Verwerping Franstalig college

Je eigen argument gebruiken om de opdracht te torpederen — en dan klagen dat ze niet wordt herlanceerd

Arrest nr. 265834 · 25 februari 2026 · VIe kamer

De Raad van State verwerpt de vordering van Pluxee tegen de beslissing van Charleroi om af te zien van een opdracht voor elektronische maaltijdcheques, omdat het determinerende motief — de onregelmatigheid van het bestek — precies het argument was dat Pluxee zelf had aangevoerd in een eerder beroep.

Wat gebeurde er?

In juni 2025 publiceert de stad Charleroi een openbare procedure voor de editie en levering van elektronische maaltijdcheques. Drie operatoren dienen een offerte in: Pluxee, Monizze en Edenred Belgium. Op 16 december 2025 gunt het college de opdracht aan Edenred. Pluxee vecht die gunning aan bij de Raad van State via een UDN-procedure. In haar beroep wijst Pluxee op twee problemen in het bestek. Ten eerste: een subcriterium over de leveringstermijn bij installatie bevoordeelt de bestaande leverancier, die een termijn van nul kan voorstellen omdat de werknemers al kaarten hebben. Ten tweede — en dit wordt het kernpunt: het bestek vermeldt niet in welke tijdseenheid de inschrijvers hun termijnen moeten uitdrukken. Sommigen offreren in uren, anderen in werkdagen. De aanbesteder heeft de urentermijnen naar werkdagen omgerekend, maar Pluxee toont aan dat die conversie tot absurde resultaten leidt — een offerte van vier uur en een offerte van nul werkdagen krijgen evenveel punten. Charleroi leest het beroep van Pluxee en trekt er conclusies uit. Op 20 januari 2026 trekt het college de gunningsbeslissing in en beslist het om af te zien van de opdracht op basis van het bestaande bestek. De motivering: de gebreken in het bestek maken een correcte vergelijking van de offertes onmogelijk. In dezelfde vergadering — maar als apart agendapunt — beslist het college ook om gebruik te maken van een raamovereenkomst via de ASBL Centrale des marchés, waar Monizze als opdrachtnemer fungeert. Pluxee vecht nu de beslissing tot niet-gunning aan. Ze richt haar pijlen niet op het intrekken van de gunning of op het afzien van de procedure als zodanig — dat kan ze moeilijk betwisten, want het probleem in het bestek had ze zelf aangekaart. In plaats daarvan betoogt ze dat de verwijzing naar de centrale d'achat in de motivering betekent dat Charleroi de facto beslist heeft om de opdracht niet opnieuw in mededinging te brengen. Dat zou onwettig zijn, want de ASBL Centrale des marchés zou geen aanbesteder zijn in de zin van de wet en Charleroi was niet geïdentificeerd als begunstigde in de oorspronkelijke mededinging van dat raamakkoord. De Raad van State volgt die redenering niet. De beslissing tot niet-gunning — artikel 2 van de bestreden akte — is uitsluitend gebaseerd op het determinerende en toereikende motief dat het bestek gebrekkig is. De passages over de centrale d'achat zijn overtollige motieven die de beslissing niet dragen. De beslissing sluit bovendien een toekomstige herlancering niet uit. Zelfs als die overtollige motieven onwettig zouden zijn, is Pluxee daardoor niet geléseerd in de zin van artikel 14 van de wet van 17 juni 2013. Het beroep is onontvankelijk.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest illustreert een klassieke valkuil: een inschrijver die eerst de gebreken van het bestek aanklaagt en vervolgens klaagt over de consequenties die de aanbesteder uit die gebreken trekt. De Raad van State maakt een scherp onderscheid tussen het determinerende motief (het gebrekkige bestek) en de overtollige motieven (de verwijzing naar de centrale d'achat). Wie alleen de overtollige motieven aanvecht, toont geen lésion aan — ook niet als die motieven inhoudelijk betwistbaar zijn.

De les

Als je een bestek succesvol aanvecht en de aanbesteder beslist vervolgens om de procedure stop te zetten: besef dat je dan weinig marge hebt om die stopzetting zelf nog te betwisten. De aanbesteder mag afzien van de opdracht als het bestek gebrekkig is — dat is precies wat jij zelf hebt aangetoond. Controleer bij een beslissing tot niet-gunning altijd of er een onderscheid is tussen het determinerende motief en eventuele bijkomende overwegingen. Alleen het determinerende motief moet je lésion aantonen.

Te onthouden

  • Een aanbesteder mag afzien van een opdracht als het bestek gebrekkig is — ook als die gebreken pas blijken uit het beroep van een inschrijver
  • Overtollige motieven in een beslissing tot niet-gunning dragen die beslissing niet. Wie alleen de overtollige motieven aanvecht, toont geen lésion aan
  • Een beslissing tot niet-gunning sluit niet automatisch een toekomstige herlancering uit, ook niet als de motivering een alternatief (zoals een centrale d'achat) vermeldt
  • Twee aparte beslissingen op dezelfde vergadering (niet-gunning + gebruik centrale d'achat) zijn niet noodzakelijk één ondeelbare beslissing

Waarop letten

  • Je vecht bestekfouten aan en de aanbesteder trekt daarop de hele procedure in — je argument is dan juist het fundament van de stopzetting
  • De motivering van een niet-gunning verwijst naar een alternatieve inkoopwijze — check of dat het determinerende motief is of een overtollige overweging
  • De aanbesteder gebruikt een centrale d'achat als alternatief — verifieer of die keuze een apart aanvechtbaar besluit is

Stel jezelf de vraag

Als je een gunningsbeslissing aanvecht op basis van bestekfouten: heb je nagedacht over het scenario dat de aanbesteder de hele procedure intrekt in plaats van opnieuw te gunnen? En als je een beslissing tot niet-gunning wil aanvechten: richt je je middelen op het determinerende motief of op overtollige overwegingen?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →