Schorsing Franstalig college

Luiers met 10 ml minder absorptie: Raad van State schorst uitsluiting omdat CPAS het verschil tussen een technische specificatie en een 'minimale eis' niet maakte

Arrest nr. 266042 · 17 maart 2026 · VIe kamer

De Raad van State schorst de uitsluiting van Essity Belgium uit een overheidsopdracht voor incontinentiemateriaal, omdat het CPAS van Vorst kleine afwijkingen in absorptiecapaciteit (240 ml i.p.v. 250 ml, 3.400 ml i.p.v. 3.500 ml) automatisch als substantiële onregelmatigheden beschouwde — zonder aan te tonen dat het om echte 'minimale eisen' ging en terwijl het de producten van Essity wél had getest en hoger had gescoord dan de concurrentie.

Wat gebeurde er?

Het CPAS van Vorst publiceert in juli 2025 een openbare procedure voor de levering van incontinentiemateriaal en aanvullende producten aan woonzorgcentrum Val des Roses. Het gaat om een raamovereenkomst van vier jaar, met een geraamde waarde van circa €296.994 inclusief btw. Vijf bedrijven dienen een offerte in, waaronder Essity Belgium — marktleider in hygiëneproducten en moederbedrijf van merken als Tena. Vóór de indiening, op 12 augustus 2025, stuurt Essity een e-mail naar het CPAS met een concrete vraag: voor vier producten ligt de absorptiecapaciteit of maat van hun assortiment net onder de waarde in het bestek. Post 1: 240 ml in plaats van 250 ml minimum. Post 9: 3.400 ml in plaats van 3.500 ml. Post 23: 2.650 ml in plaats van 3.000 ml. En een bib van 66 cm in plaats van 70 cm. De vraag is glashelder: 'Kunnen we toch inschrijven, of zijn we uitgesloten?' Een medewerker van het CPAS antwoordt dezelfde dag: 'U kunt deze informatie in uw offerte vermelden. Uw offerte zal volgens dezelfde criteria worden beoordeeld als die van de andere inschrijvers.' Essity dient in. Maar bij de beoordeling verklaart het CPAS de offerte van Essity nietig wegens 'niet-naleving van minimale eisen' op posten 1, 9 en 23 — precies de punten waarover Essity vooraf had gevraagd. De gunning gaat naar Ontex voor €296.994 over vier jaar. Essity stapt naar de Raad van State. De Raad oordeelt in twee stappen. Eerst: de e-mail van de CPAS-medewerker schept geen juridisch bindend vertrouwen. Het was geen beslissing van het bevoegde orgaan, en het zei enkel dat de offerte 'op dezelfde criteria' zou worden beoordeeld — niet dat technische eisen terzijde zouden worden geschoven. Maar dan komt de kern: het CPAS heeft niet aangetoond dat de absorptiewaarden in het bestek werkelijk 'minimale eisen' waren in de zin van artikel 76 §1, lid 4, 3° van het KB van 18 april 2017. Het loutere gebruik van het woord 'minimum' bij een technische specificatie maakt die specificatie nog niet automatisch tot een 'minimale eis' waarvan de niet-naleving de offerte substantieel onregelmatig maakt. De producten van posten 1, 9 en 23 stonden bovendien niet eens op de lijst van verplichte stalen. En — cruciaal — het CPAS had de stalen van Essity wél onderzocht en beoordeeld op de gunningscriteria, en Essity scoorde daar hoger dan de concurrenten. De bewering dat de offertes niet vergelijkbaar waren, klopt dus feitelijk niet. De Raad voegt toe dat 'vergelijkbaarheid' niet hetzelfde is als 'identiteit': het feit dat producten niet identiek zijn aan de specificatie betekent niet dat ze onvergelijkbaar zijn met andere offertes. Ten slotte verwerpt de Raad ook het argument dat Essity's engagement onzeker zou zijn: als een offerte met niet-substantiële afwijkingen wordt aanvaard, verbindt de inschrijver zich om het contract uit te voeren mét die aanvaardbare afwijkingen. Dat engagement is per definitie niet onzeker. De schorsing wordt bevolen met onmiddellijke uitvoering.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest trekt een scherpe lijn tussen twee concepten die aanbesteders vaak door elkaar halen: een technische specificatie die het woord 'minimum' bevat, en een echte 'minimale eis' in de juridische zin van artikel 76 KB 18/04/2017. Alleen bij die tweede categorie leidt niet-naleving automatisch tot een substantiële onregelmatigheid en verplichte uitsluiting. Voor de eerste categorie moet de aanbesteder concreet motiveren waaróm de afwijking substantieel is — en dat is precies wat het CPAS hier niet deed. Het arrest bevestigt ook dat 'vergelijkbaarheid' de norm is, niet 'identiteit', en dat een aanbesteder niet kan beweren dat offertes onvergelijkbaar zijn als hij ze in de praktijk al heeft vergeleken en beoordeeld.

De les

Word je uitgesloten omdat je product net niet aan een technische specificatie voldoet? Check twee dingen: (1) heeft de aanbesteder die specificatie uitdrukkelijk als 'minimale eis' of 'substantieel' aangeduid in het bestek, of staat er gewoon 'minimum' bij een getal? En (2) heeft de aanbesteder je product desondanks wél beoordeeld en vergeleken met de concurrentie? Als het antwoord op (1) nee is en op (2) ja, staat je zaak sterk.

Te onthouden

  • Het woord 'minimum' bij een technische specificatie in het bestek maakt die specificatie niet automatisch tot een 'minimale eis' in de zin van artikel 76 §1, lid 4, 3° KB 18/04/2017. Daarvoor moet de aanbesteder die intentie duidelijk laten blijken in de opdrachtdocumenten.
  • De aanbesteder moet concreet motiveren waaróm een afwijking substantieel is. De loutere bewering dat offertes 'niet vergelijkbaar' zijn of dat het engagement 'onzeker' is, volstaat niet — zeker niet als de aanbesteder de producten in kwestie al heeft getest en beoordeeld.
  • 'Vergelijkbaarheid' is de norm bij het beoordelen van offertes, niet 'identiteit'. Het feit dat een product niet identiek is aan de specificatie betekent niet dat het onvergelijkbaar is met andere offertes.
  • Als een offerte wordt aanvaard met niet-substantiële afwijkingen, verbindt de inschrijver zich tot uitvoering mét die aanvaarde afwijkingen. Dat engagement is per definitie niet onzeker.

Waarop letten

  • Essity had vóór indiening expliciet gevraagd of de afwijkingen een probleem vormden. Het antwoord van een CPAS-medewerker ('uw offerte zal op dezelfde criteria worden beoordeeld') werd niet beschouwd als een bindend engagement — een medewerker is niet bevoegd om over de regelmatigheid van offertes te beslissen.
  • De drie producten waarop de uitsluiting was gebaseerd (posten 1, 9 en 23) stonden niet eens op de lijst van verplicht in te dienen stalen. Dat verzwakte het argument dat het om echte minimale eisen ging.
  • Essity scoorde op de gunningscriteria hoger dan haar concurrenten voor de productbeoordelingscriteria. Dit feitelijke gegeven ondergroef rechtstreeks de bewering van het CPAS dat de offertes niet vergelijkbaar waren.
  • De absorptieverschillen waren marginaal: 10 ml (240 vs. 250), 100 ml (3.400 vs. 3.500) en 350 ml (2.650 vs. 3.000). Bij zulke kleine afwijkingen is de kwalificatie als 'substantieel' extra moeilijk te motiveren.

Stel jezelf de vraag

Gebruik je in je bestek het woord 'minimum' bij technische specificaties? Besef dan dat dit niet automatisch een 'minimale eis' is in juridische zin. Wil je dat niet-naleving tot uitsluiting leidt? Zeg dat dan expliciet: 'Deze eis is een minimale eis in de zin van artikel 76 §1, lid 4, 3° KB 18/04/2017. Niet-naleving leidt tot nietigheid van de offerte.'

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →