Wie ‘verplichte opties’ in zijn bestek schrijft, mag ze niet stilzwijgend laten vallen: de Raad van State vernietigt de gunning van de energierenovatie in Hamois
Het OCMW van Hamois eiste in zijn bestek drie ‘verplichte opties’ — in werkelijkheid varianten — maar besloot die na de onderhandelingen en de definitieve offertes eenzijdig en zonder de inschrijvers te verwittigen buiten beschouwing te laten bij de beoordeling; omdat dat het gelijkheids- en transparantiebeginsel schond en de rangschikking vertekende ten nadele van RENO.ENERGY, wier offerte ‘met opties’ goedkoper was dan die van de begunstigde Denis, vernietigde de Raad van State de gunningsbeslissing via de verkorte procedure.
Wat gebeurde er?
Het OCMW van Hamois plaatste via een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking een overheidsopdracht voor werken met als voorwerp de energetische renovatie van de aangepaste woningen aan de rue d’Achet 11 a tot f te Hamois (bijzonder bestek 2024/T/001). Het bestek bepaalde onder punt I.12 dat geen geëiste of toegestane varianten waren voorzien, maar legde onder punt I.13 ‘Opties’ drie verplichte opties op: de plaatsing van ramen met driedubbele beglazing (3.5), de buitenisolatie van de muren met biogebaseerde materialen (4.4.4) en een ventilatiesysteem met enkele stroom (6.4.4) — telkens als alternatief voor respectievelijk dubbele beglazing, EPS-panelen en een ventilatiesysteem met dubbele stroom. Na de onderhandelingen en de indiening van de definitieve offertes (BAFO) besloot het OCMW, bij de beoordeling, die drie opties definitief te laten vallen, ondanks het voorbehoud van de waarnemend financieel directeur. De offertes werden vervolgens vergeleken zonder rekening te houden met de opties. Bij beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 10 juli 2025 werd de opdracht gegund aan de SRL Denis; die beslissing werd aan RENO.ENERGY betekend bij brief van 28 augustus 2025 en integraal bij e-mail van 8 september 2025. De prijzen lagen dicht bij elkaar: de offerte van Denis bedroeg 486.909,06 euro exclusief btw zonder opties en 534.052,85 euro met opties; die van de verzoekster 513.741,65 euro zonder opties en 520.330,34 euro met opties; die van Kaiser Construct 715.002,48 euro zonder opties. Mét opties was de offerte van de verzoekster dus goedkoper dan die van Denis. RENO.ENERGY stelde op 11 september 2025 een beroep tot vernietiging in. Bij arrest nr. 264.570 van 20 oktober 2025 schorste de Raad van State de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid, omdat het tweede middel ernstig was. Het OCMW liet vervolgens weten de procedure niet te willen voortzetten en deelde mee dat het de bestreden beslissing op 13 november 2025 had ingetrokken; maar omdat het de bewijzen van verzending van die intrekking aan de verschillende inschrijvers niet overlegde, kon de intrekking niet als definitief worden beschouwd en was het beroep niet zonder voorwerp geworden. Omdat de verwerende partij niet binnen de termijn om voortzetting van de procedure had verzocht, paste de Raad de verkorte procedure van artikel 17, § 9, toe. Ten gronde bevestigde hij het oordeel van het schorsingsarrest. Hoewel artikel 87 van het KB van 18 april 2017 (unieke rangschikking, inaanmerkingneming van de opties) niet van toepassing is op de onderhandelingsprocedure, blijft de aanbesteder gebonden aan de beginselen van gelijkheid en transparantie van artikel 4 van de wet van 17 juni 2016. Of de drie posten nu varianten waren — wat de partijen ter zitting zelf erkenden — dan wel opties: in beide gevallen mocht het OCMW ze niet zomaar buiten beschouwing laten. Bij varianten moeten die op enig ogenblik tegen de basisoffertes worden afgewogen aan de hand van vooraf bepaalde gunningscriteria; en al is een aanbesteder krachtens artikel 56, § 4, nooit verplicht een optie te lichten, hij mag een geëiste of toegestane optie niet op om het even welk moment en op om het even welke wijze terzijde schuiven zonder de gelijkheid en de transparantie te miskennen. Hij moest dus, in tempore non suspecto, hetzij in de opdrachtdocumenten, hetzij tijdens de onderhandelingen, laten weten dat hij de opties niet in de beoordeling zou betrekken — wat hij niet deed. De verzoekster wees er onweersproken op dat de kredieten na de buitengewone begrotingswijziging nr. 1/2025 van 15 mei 2025 (567.735,63 euro) volstonden om de opdracht ‘met opties’ te gunnen, en dat zij, waren de opties wél meegerekend, eerste zou zijn gerangschikt. De Raad besloot dat het tweede middel gegrond was en vernietigde de gunningsbeslissing van 10 juli 2025. Het OCMW werd verwezen in de kosten: een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro ten gunste van de verzoekster.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest trekt een scherpe grens rond de vrijheid van de aanbesteder om met opties en varianten te schuiven. De kernboodschap is dubbel. Ten eerste: de juridische kwalificatie volgt de werkelijkheid, niet het etiket. Wat het bestek ‘verplichte opties’ noemde, waren in wezen varianten — alternatieve uitvoeringswijzen — en de partijen erkenden dat ter zitting. Ten tweede, en belangrijker: zelfs in een soepele onderhandelingsprocedure, waar de strikte rangschikkingsregel van artikel 87 van het KB van 18 april 2017 niet geldt, blijven de beginselen van gelijkheid en transparantie van artikel 4 van de wet van 17 juni 2016 onverkort overeind. Een aanbesteder die in zijn bestek opties of varianten verplicht stelt, schept verwachtingen waarop de inschrijvers hun offerte afstemmen. Ze achteraf, ná de onderhandelingen en de definitieve offertes, zonder enige verwittiging buiten beschouwing laten, vertekent de economie van de opdracht en dreigt willekeurig één inschrijver te bevoordelen — hier des te zichtbaarder omdat de offerte van de verzoekster ‘met opties’ goedkoper was dan die van de begunstigde, en de kredieten ruim volstonden. Artikel 56, § 4 — de aanbesteder is nooit verplicht een optie te lichten — is dus geen vrijbrief om een geëiste optie op het beslissende moment geruisloos te schrappen. Het arrest illustreert ten slotte de bite van de verkorte procedure: wie als aanbesteder na een schorsing niet om voortzetting verzoekt, riskeert dat de Raad meteen tot vernietiging overgaat — en een ondoorgevoerde, niet aan alle inschrijvers betekende intrekking redt de zaak niet.
De les
Bent u aanbesteder en neemt u opties of varianten in uw bestek op, beslis dan vóór de evaluatie — en maak die keuze kenbaar aan alle inschrijvers, hetzij in de opdrachtdocumenten, hetzij tijdens de onderhandelingen — of en hoe u ze in de beoordeling zult betrekken. U bent niet verplicht een optie te lichten (artikel 56, § 4), maar u mag een geëiste of toegestane optie of variante niet stilzwijgend laten vallen ná de definitieve offertes; dat schendt de gelijkheid en de transparantie, ook in een onderhandelingsprocedure. Noem een post bovendien wat hij is: een alternatieve uitvoeringswijze is een variante, geen optie. Wilt u na een schorsing de zaak rechtzetten via intrekking, beteken die dan aan alle inschrijvers en bewaar de verzendbewijzen, anders is de intrekking niet definitief en blijft het beroep bestaan. Bent u inschrijver, dan leert het arrest dat het loont om de behandeling van verplichte opties en varianten nauwgezet te volgen: wordt een optie waarop u uw prijs hebt afgestemd zonder verwittiging genegeerd en kantelt daardoor de rangschikking, dan hebt u een ernstig middel — zeker als uw offerte ‘met opties’ de voordeligste was.
Te onthouden
- De beginselen van gelijkheid en transparantie (art. 4 wet 17 juni 2016) gelden ook in de onderhandelingsprocedure, ook al is de strikte rangschikkingsregel van art. 87 KB 18 april 2017 daar niet van toepassing.
- Een aanbesteder is niet verplicht een optie te lichten (art. 56, § 4), maar mag een geëiste of toegestane optie of variante niet zonder verwittiging buiten beschouwing laten ná de definitieve offertes.
- De kwalificatie volgt de werkelijkheid: alternatieve uitvoeringswijzen zijn varianten (art. 2, 53°), ook al noemt het bestek ze ‘opties’.
- De keuze om opties of varianten niet mee te wegen moet in tempore non suspecto kenbaar zijn — in de opdrachtdocumenten of tijdens de onderhandelingen — vóór de indiening van de (definitieve) offertes.
- Een intrekking na schorsing is pas definitief als ze aan alle inschrijvers is betekend; zonder verzendbewijzen valt het beroep niet zonder voorwerp.
- Verzoekt de verwerende partij na een schorsing niet om voortzetting, dan kan de Raad via de verkorte procedure (art. 17, § 9) meteen vernietigen; hier met kosten (rolrecht 200 euro, bijdrage 26 euro, rechtsplegingsvergoeding 770 euro) ten laste van het OCMW.
Waarop letten
- Het verschil tussen ‘opties’ en ‘varianten’ en de gevolgen daarvan voor de manier waarop ze in de beoordeling moeten worden behandeld.
- Het tijdstip waarop de aanbesteder beslist opties of varianten niet mee te wegen — dat moet vóór de definitieve offertes kenbaar zijn, niet erna.
- De prijsverhouding ‘met’ en ‘zonder’ opties: hier was de offerte van de verzoekster mét opties (520.330,34 euro) goedkoper dan die van Denis (534.052,85 euro).
- Het feit dat de kredieten na de begrotingswijziging van 15 mei 2025 (567.735,63 euro) volstonden om de opdracht ‘met opties’ te gunnen.
- De voorwaarde dat een intrekking aan alle inschrijvers wordt betekend mét verzendbewijzen om als definitief te gelden.
Stel jezelf de vraag
Hebt u als aanbesteder vóór de beoordeling, en kenbaar voor alle inschrijvers, vastgelegd of en hoe geëiste opties of varianten in de rangschikking worden betrokken? Beseft u dat artikel 56, § 4 (geen verplichting om een optie te lichten) u niet toelaat een geëiste optie ná de definitieve offertes zonder verwittiging buiten beschouwing te laten? Hebt u nagegaan of de posten in uw bestek echte ‘opties’ zijn dan wel ‘varianten’ — alternatieve uitvoeringswijzen die tegen de basisoffertes moeten worden afgewogen? Wilt u na een schorsing intrekken: hebt u de intrekking aan alle inschrijvers betekend en de verzendbewijzen bewaard, zodat ze definitief is? Volgt u als inschrijver of een optie waarop u uw prijs afstemde correct in de beoordeling is meegenomen — en wat dat doet met de rangschikking?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →