Wie de meetfout meldt, krijgt het prijsvoordeel — wie zwijgt, verliest met €892: waarom de stille inschrijver het onderspit delft
De Raad van State verwerpt de UDN-vordering tegen de gunning van het nieuwe woonzorgcentrum Ter Caele in Evergem: de winnende inschrijver had als enige een te hoge hoeveelheid in de samenvattende meetstaat gemeld (100 in plaats van 45 stuks), kreeg daarvoor terecht het prijsvoordeel in min dat artikel 86 KB Plaatsing enkel aan de melder toekent, en won daardoor met amper €892 verschil — terwijl de verliezende inschrijver vruchteloos betoogde dat het om een 'zuiver materiële fout' ging die voor iedereen gelijk had moeten worden rechtgezet.
Wat gebeurde er?
Het Zorgbedrijf Meetjesland plaatste via een openbare procedure een werkenopdracht voor de nieuwbouw van woonzorgcentrum 'Ter Caele' aan het Hoeksken te Evergem (ruwbouw, afwerking en technieken), met de prijs als enig gunningscriterium. Tien inschrijvers dienden een regelmatige offerte in. Uit het proces-verbaal van opening kwamen de twee laagste bedragen van de gekozen inschrijver (nv W., €15.080.433,29) en de verzoekende partij (nv A., €15.185.486,80) — een verschil van ruim €105.000. Bij het rekenkundig nazicht van 16 maart 2026 maakte het aangestelde architectenbureau één opmerking die alles bepaalde: enkel de gekozen inschrijver had gesignaleerd dat post 54.08.11.01 ('branddeurmagneet — opbouw wand') in de samenvattende meetstaat een forfaitaire hoeveelheid van 100 stuks vermeldde, terwijl op basis van de plannen en de gedetailleerde meting 45 stuks volstonden. De gekozen inschrijver stelde, met een verantwoordingsnota en eigen berekeningen, 46 stuks voor; na controle aanvaardde het architectenbureau 45. Op grond van artikel 86, § 4, tweede lid, van het KB Plaatsing wordt zo'n in min aanvaarde wijziging uitsluitend verrekend in het voordeel van de inschrijver die ze meldde. Daardoor kromp het verschil tussen beide offertes tot amper €892,03, en ging de opdracht op 24 maart 2026 naar de gekozen inschrijver (rangschikkingsbedrag €15.105.153,68 excl. btw). De verzoekende partij trok in uiterst dringende noodzakelijkheid naar de Raad van State met één middel in drie onderdelen. De kern van haar betoog: omdat de gedetailleerde meting al de correcte 45 stuks vermeldde, was de fout in de samenvattende meetstaat geen 'hoeveelheidsverbetering' in de zin van de artikelen 79 en 86 (die enkel de melder bevoordeelt), maar een 'zuiver materiële fout' in de zin van artikel 34, § 1 KB Plaatsing, die de aanbesteder in álle offertes gelijk had moeten rechtzetten — zodat het rangschikkingsvoordeel niet aan de winnaar toekwam. Subsidiair achtte zij de bestekbepaling die de verbetering koppelt aan de gedetailleerde meting onwettig, en meer subsidiair voerde zij een schending aan van het zorgvuldigheids- en gelijkheidsbeginsel. De Raad volgt geen van de drie onderdelen. Het opzet van de artikelen 79 en 86 — zo blijkt uit het verslag aan de Koning — is net om inschrijvers ertoe aan te zetten verminderingen van hoeveelheden te melden: wie dat doet, draagt ook alleen het uitvoeringsrisico van die verlaging tegen een forfaitaire prijs. Het vertrekpunt voor het nazicht is volgens artikel 79, § 1 de samenvattende meetstaat, die de inschrijver invult en die de offerteprijs bepaalt; dat het bestek voor de verantwoordingsnota verwijst naar de gedetailleerde meting, maakt daar geen absolute voorwaarde van dat de fout óók in de gedetailleerde meting moest zitten. De gekozen inschrijver deed precies wat artikel 79 en het bestek van hem verlangden. Dat de aanbesteder dan koos voor het traject van de artikelen 79 en 86 in plaats van artikel 34, valt binnen haar discretionaire beoordelingsmarge; artikel 80 KB Plaatsing erkent overigens uitdrukkelijk dat een discrepantie tussen opdrachtdocumenten (waarbij de plannen primeren op het bestek en het bestek op de samenvattende opmeting) een verbetering kan rechtvaardigen. De bestekbepaling die in de uitvoeringsfase de gedetailleerde meetstaat bindend maakt, behoort tot de 'Bepalingen bij het KB Uitvoering' en regelt de uitvoering, niet de plaatsing. Ook van onzorgvuldigheid of ongelijke behandeling was geen sprake: het rechtzetten van fouten wordt door de regelgeving net toegestaan en nagestreefd, en de verzoekende partij had de hoeveelheid evengoed zelf kunnen nakijken en melden. Het verschil in behandeling vloeide rechtstreeks voort uit het bestek en de artikelen 79 en 86. Het enige middel werd niet ernstig bevonden en de vordering verworpen. De verzoekende partij werd verwezen in de kosten (rolrecht €200, bijdrage €26, rechtsplegingsvergoeding €770), de tussenkomende partij in een rolrecht van €150.
Waarom doet dit ertoe?
Voor aannemers en bid managers in werkenopdrachten met een samenvattende opmeting is dit arrest een dure herinnering: de hoeveelheden nakijken is geen formaliteit, het is geld. Wie een te hoge forfaitaire hoeveelheid ontdekt en die volgens de regels (artikel 79, met een verantwoordingsnota) naar beneden meldt, krijgt op grond van artikel 86, § 4 als enige het prijsvoordeel in de rangschikking — een voordeel dat het verschil kan maken tussen winnen en verliezen. Wie zwijgt in de veronderstelling dat zo'n discrepantie wel een 'zuiver materiële fout' is die de aanbesteder voor iedereen gelijk rechtzet, gokt verkeerd: de Raad bevestigt dat de aanbesteder mag kiezen voor het artikel 79/86-traject, en dat de samenvattende meetstaat het ijkpunt is — niet de gedetailleerde meting. De verliezer hier liep €892 achterstand op, exact omdat de concurrent wél meldde en hij niet.
De les
Behandel de samenvattende meetstaat als het document waarop je geld wint of verliest. Reken elke forfaitaire hoeveelheid na tegen de plannen en de gedetailleerde meting. Ontdek je een hoeveelheid die te hoog ligt, meld die dan vóór indiening via een verantwoordingsnota volgens artikel 79 — neem de gedetailleerde meting over en duid regel per regel aan waar de fout zit. Reken niet op een 'materiële fout' die de aanbesteder spontaan voor alle inschrijvers zal verbeteren: bij een vermindering speelt het voordeel volgens artikel 86, § 4 enkel voor wie ze meldde. En vergeet de keerzijde niet: wie een vermindering meldt, voert die post nadien uit tegen een forfaitaire prijs en draagt zelf het risico van een onderschatting.
Te onthouden
- Een door de inschrijver gemelde en aanvaarde vermindering van een hoeveelheid wordt op grond van artikel 86, § 4 KB Plaatsing uitsluitend in het voordeel van die melder verrekend — niet in alle offertes
- De samenvattende opmeting is het vertrekpunt voor het rekenkundig nazicht en bepaalt de offerteprijs (artikel 79, § 1); de gedetailleerde meting dient om voorgestelde verbeteringen te staven, niet als bindend ijkpunt in de plaatsingsfase
- De aanbesteder beschikt over een discretionaire marge om een discrepantie tussen opdrachtdocumenten via het traject van de artikelen 79/86 te behandelen in plaats van als zuiver materiële fout (artikel 34)
- Artikel 80 KB Plaatsing erkent een voorrangsorde tussen opdrachtdocumenten (plannen boven bestek boven samenvattende opmeting) die een inschrijver mag inroepen om een verbetering te rechtvaardigen
- Het opzet van de artikelen 79 en 86 is inschrijvers aanzetten om overschattingen te melden; wie meldt geniet het prijsvoordeel maar draagt ook het uitvoeringsrisico van de verlaagde post
Waarop letten
- Forfaitaire hoeveelheden in de samenvattende meetstaat die afwijken van de plannen of de gedetailleerde meting — daar zit zowel een risico als een kans
- Een concurrent die met een verantwoordingsnota een hoeveelheid naar beneden meldt: zijn rangschikkingsbedrag daalt op een manier die u niet kunt inhalen tenzij u dezelfde post zelf hebt gemeld
- Het onderscheid tussen de plaatsingsfase (Bepalingen bij het KB Plaatsing) en de uitvoeringsfase (Bepalingen bij het KB Uitvoering) in het bestek — bindende voorrangsregels gelden niet noodzakelijk in beide fasen
- De verleiding om een meetfout te laten liggen 'omdat het toch een materiële fout is' — die gok kostte de verzoeker hier de opdracht
Stel jezelf de vraag
Neem je laatste offerte voor een werkenopdracht met een samenvattende opmeting. Heb je elke forfaitaire post nagerekend tegen de plannen en de gedetailleerde meting? Zit er een post bij waar de opgegeven hoeveelheid duidelijk te hoog is? Zo ja: heb je die verlaging gemeld met een verantwoordingsnota die de gedetailleerde meting overneemt en regel per regel de fout aanduidt — of ben je ervan uitgegaan dat de aanbesteder het wel zou rechtzetten? In het tweede geval laat je een rangschikkingsvoordeel liggen dat een concurrent wél zal opeisen.
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →