Verkeerde meetstaat, geweerde offerte: waarom een vergeten tabblad de NMBS-aannemer de opdracht ‘CW Mechelen’ kost
De Raad van State verwerpt de UDN-vordering van een aannemer die naast de NMBS-werken ‘CW Mechelen – aanpassing overladerbedding’ greep: door per vergissing een verouderde meetstaat te gebruiken liet zij het volledige tabblad ‘6.3 Werkverlet’ blanco, en dat is geen ‘zuiver materiële fout’ die de aanbesteder moest verbeteren, maar een substantiële onregelmatigheid die de prijsvergelijking onmogelijk maakt — zeker nu de prijs het enige gunningscriterium was.
Wat gebeurde er?
De NMBS plaatste in de speciale sectoren een opdracht voor werken met als voorwerp ‘CW Mechelen – Aanpassing overladerbedding en omgeving’, via een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging en met de prijs als enig gunningscriterium. Na twee wijzigingsberichten werd de indieningstermijn verschoven naar 23 januari 2026. Vier inschrijvers dienden een initiële offerte in. Na een eerste analyse nodigde de aanbestedende entiteit op 30 januari 2026 alle vier de inschrijvers uit om een aangepaste offerte in te dienen, samen met een nieuwe modelmeetstaat die een bijkomend tabblad ‘6.3 Werkverlet’ bevatte — bedoeld om de kosten van een volledige stilstand der werken (werkverlet, geïmmobiliseerd voertuig of machine) in afzonderlijke posten op te nemen. De verzoekende partij diende op 13 februari 2026 haar aangepaste, finale offerte in, maar voegde daarbij per vergissing een oudere versie van de meetstaat zonder dat tabblad, zodat voor die nieuwe posten geen eenheidsprijzen werden opgegeven. Op 16 februari 2026 meldde zij die vergissing per e-mail en vroeg zij om een rechtzetting; op 11 maart 2026 herhaalde zij dat per aangetekend schrijven en wees zij onder meer op de leemteformule van artikel 84, §2 van het KB van 18 juni 2017 en op haar eenheidsprijzen ‘conform het betoncontract’. Op 25 maart 2026 gunde de NMBS de opdracht aan een andere inschrijver en verklaarde zij de herziene offerte van de verzoekende partij substantieel onregelmatig: het ontbreken van prijsgegevens voor de nieuwe posten verhinderde de beoordeling van de offerte en maakte een vergelijking met de andere offertes onmogelijk, terwijl een aanvulling neerkwam op een nieuwe offerte. De verzoekende partij trok in uiterst dringende noodzakelijkheid naar de Raad van State. In een eerste middel met vier onderdelen voerde zij aan dat het om een ‘zuiver materiële fout’ ging in de zin van artikel 42 van het KB van 18 juni 2017 die de aanbesteder moest verbeteren, dat de leemteformule van artikel 84, §2 minstens naar analogie moest worden toegepast, dat er geen substantiële onregelmatigheid was dan wel dat de offerte kon worden geregulariseerd (artikel 74), en dat de toevoeging van een volledig tabblad met 21 posten een wezenlijke wijziging was die noopte tot heraanbesteding. De Raad ging op geen van die onderdelen mee. Een offerte die door onoplettendheid onvolledig is, is op zich nog geen ‘zuiver materiële fout’: het komt in de eerste plaats de inschrijver toe om zijn offerte zorgvuldig en volledig in te dienen, en de verzoekende partij beschikte over twee weken (30 januari tot 13 februari) om de aangepaste meetstaat te gebruiken. De eenheidsprijzen uit het ‘betoncontract’ konden niet één-op-één worden overgenomen — dat contract bevatte niet alle posten van het tabblad ‘Algemeen’ — en de verzoekende partij hanteerde bovendien een tegenstrijdige ‘clusteringstechniek’, waarbij zij de stilstandskosten naar eigen zeggen al over de andere posten had uitgesmeerd. De prijs is een essentieel element van de offerte, te meer nu hij het enige gunningscriterium vormde, zodat het ontbreken van die posten wel degelijk de prijsvorming en de vergelijkbaarheid beïnvloedde. De leemteformule van artikel 84, §2 was niet van toepassing: die bepaling staat onder de titel ‘Gunning bij openbare of niet-openbare procedure’ en geldt dus niet voor een onderhandelingsprocedure, en uit de wetsgeschiedenis blijkt geen lacune die een analoge toepassing zou rechtvaardigen. De aanbesteder mocht de onregelmatigheid als substantieel beschouwen en oordelen dat regularisatie hier zou neerkomen op de indiening van een nieuwe offerte, wat strijdig is met de gelijke behandeling. De binaire redenering — ofwel niet-wezenlijk en dus te verbeteren, ofwel wezenlijk en dus heraanbesteden — gaat voorbij aan de autonome leer van de wezenlijke wijziging, die losstaat van de artikelen 42 en 74. In een tweede middel verweet de verzoekende partij de NMBS geen deugdelijk prijs- en kostenonderzoek te hebben gevoerd, maar de Raad bevestigde dat het algemeen prijsonderzoek (artikel 43) steeds verplicht is, terwijl het bijzonder prijsonderzoek met prijsbevraging (artikel 44) pas vereist is bij aanwijzingen van abnormale prijzen en bovendien mag worden gevoerd op de laatst ingediende offerte. Geen van beide middelen was ernstig; de vordering tot schorsing werd verworpen.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest scherpt de zorgvuldigheidsplicht van de inschrijver aan en bakent drie vaak verwarde rechtsfiguren af. Ten eerste: een offerte die onvolledig is doordat u zelf de verkeerde meetstaat gebruikte, is geen ‘zuiver materiële fout’ in de zin van artikel 42 KB 18 juni 2017. Die figuur is eng — ze viseert verschrijvingen waarover nauwelijks discussie bestaat — en het ontbreken van een speculatief oogmerk of de beperkte omvang van de fout maakt dat niet anders. Ten tweede: de leemteformule waarmee een aanbesteder een ontbrekende eenheidsprijs wiskundig kan aanvullen (artikel 84, §2), geldt enkel voor de openbare en niet-openbare procedure, niet voor onderhandelingsprocedures; u kunt die niet ‘naar analogie’ afdwingen. Ten derde: ook waar regularisatie mogelijk is (artikel 74, §5), is ze niet absoluut — ze mag er niet op neerkomen dat u in feite een nieuwe offerte indient, want dat schendt de gelijkheid van de inschrijvers. Voor aanbesteders bevestigt het arrest dat zij een offerte die de voorgeschreven prijsopgave niet respecteert, mogen weren wanneer dat de vergelijking met de andere offertes verhindert, zeker bij prijs als enig gunningscriterium. En het herhaalt het tweetrapssysteem van het prijsonderzoek: het algemeen onderzoek (artikel 43) is altijd verplicht, het bijzonder onderzoek (artikel 44) pas bij indiciën, desnoods op de finale offerte.
De les
Behandel de meetstaat als een document waarop uw hele offerte staat of valt: gebruik altijd de meest recente versie en controleer, post per post, of elk verplicht tabblad is ingevuld vóór u indient. Rekent u op een latere rechtzetting, bedenk dan dat een vergissing door onoplettendheid geen ‘zuiver materiële fout’ is die de aanbesteder moét verbeteren, dat de leemteformule van artikel 84, §2 niet speelt in een onderhandelingsprocedure, en dat een regularisatie die neerkomt op een nieuwe offerte hoe dan ook verboden is. Verwijzen naar eenheidsprijzen ‘uit een ander contract’ helpt enkel als die prijzen één-op-één en zonder veronderstellingen op de voorliggende posten passen — en het is aan u om dat concreet aan te tonen, niet aan de Raad om het voor u uit te zoeken. Vermijd ten slotte tegenstrijdige verweren (de posten zijn ‘verwaarloosbaar’ én ‘al verrekend in de andere posten’): zulke inconsistentie ondergraaft de ernst van uw betoog.
Te onthouden
- Een offerte die onvolledig is door onoplettendheid (bv. een verouderde meetstaat) is op zich geen ‘zuiver materiële fout’ in de zin van artikel 42 KB 18 juni 2017; die figuur viseert verschrijvingen waarover nauwelijks discussie kan bestaan en vereist een strikte interpretatie
- Het komt in de eerste plaats de inschrijver toe in te staan voor een zorgvuldige en volledige redactie en indiening van zijn offerte; een krappe maar redelijke termijn of ‘verwarrende’ communicatie is hooguit een excuus, geen verschoningsgrond
- De leemteformule van artikel 84, §2 KB 18 juni 2017 geldt enkel voor de openbare en niet-openbare procedure en is niet (ook niet naar analogie) van toepassing op een onderhandelingsprocedure; er is geen lacune in de regelgeving
- Het ontbreken van een voorgeschreven prijsopgave kan een substantiële onregelmatigheid uitmaken wanneer het de beoordeling van de offerte en de vergelijking met de andere offertes verhindert — de prijs is een essentieel element, zeker als enig gunningscriterium
- Regularisatie van een substantieel onregelmatige offerte (artikel 74, §5) is niet absoluut: ze mag niet neerkomen op de indiening van een nieuwe offerte, want dat schendt de gelijke behandeling van de inschrijvers
- Het prijsonderzoek verloopt in twee trappen: het algemeen onderzoek (artikel 43) is steeds verplicht, het bijzonder onderzoek met prijsbevraging (artikel 44) pas bij aanwijzingen van abnormale prijzen en mag worden gevoerd op de laatst ingediende offerte
Waarop letten
- Het verschil tussen een ‘zuiver materiële fout’ (eng, te verbeteren) en een onvolledigheid door onoplettendheid (die de aanbesteder mag weren als substantieel onregelmatig)
- De verleiding om de leemteformule van artikel 84, §2 in te roepen in een procedure waarvoor die bepaling niet geschreven is (onderhandelingsprocedures)
- Verwijzingen naar eenheidsprijzen ‘uit een ander contract’: die moeten één-op-één en zonder veronderstellingen op alle ontbrekende posten passen, en het bewijs daarvan ligt bij de inschrijver
- Tegenstrijdige verweren over dezelfde posten (‘verwaarloosbaar’ versus ‘reeds elders verrekend via clustering’), die de ernst van het betoog ondergraven
- De autonome leer van de wezenlijke wijziging, die losstaat van de beoordeling van een materiële fout (artikel 42) of van de regelmatigheid van de offerte (artikel 74)
Stel jezelf de vraag
Stel dat u net merkt dat u bij uw ingediende offerte een verouderde meetstaat gebruikte en een volledig tabblad blanco liet. Kunt u, los van uw goede trouw, aantonen dat het om een verschrijving gaat waarover nauwelijks discussie bestaat en die zonder enige veronderstelling kan worden rechtgezet? Heeft u de uitnodiging tot aangepaste offerte en de nieuwe modelmeetstaat effectief naast uw inzending gelegd vóór u indiende? Beroept u zich op prijzen uit een ander contract, kunt u dan voor élke ontbrekende post een overeenstemmende prijs aanwijzen — of blijft het bij een algemene verwijzing? En houdt u uw verweer consistent, of zegt u tegelijk dat de posten verwaarloosbaar zijn én dat u ze al elders heeft verrekend?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →