Schorsing Franstalig college

Gedelegeerd aan de voorzitter én de directeur-generaal, en nooit bekendgemaakt: de Raad van State schorst de derde gunning van de A15-werken door SOFICO

Arrest nr. 266747 · 21 mei 2026 · VIe kamer, zetelend in kort geding

Nadat SOFICO al twee gunningsbeslissingen voor de rehabilitatie van de A15 (E42) had ingetrokken onder druk van vorderingen van Colas Belgium, liet de raad van bestuur de derde gunning — 5.142.514,87 euro exclusief btw aan Eurovia Belgium — ondertekenen door zijn voorzitter én zijn directeur-generaal, op grond van een delegatie die het SOFICO-decreet enkel aan de directeur-generaal toestaat en die nooit in het Belgisch Staatsblad was bekendgemaakt; de Raad van State schorste die beslissing bij uiterst dringende noodzakelijkheid.

Wat gebeurde er?

De raad van bestuur van de SOFICO, de Waalse vennootschap voor de aanvullende financiering van de infrastructuur, keurde op 26 april 2024 de voorwaarden goed van de opdracht voor werken ‘EPO6-24’ voor de rehabilitatie van de A15 (E42) tussen het knooppunt Courcelles (bk 88,00) en het knooppunt Gouy-lez-Piéton (bk 90,100). De opdracht werd beheerst door bestek nr. SOF-MI-O8.06.02-24-3846, geplaatst bij open procedure en te gunnen op de laagste prijs. De aankondiging verscheen op 26 februari 2025 in het Bulletin der Aanbestedingen en in het Publicatieblad van de Europese Unie; op 10 en 31 maart 2025 volgden twee rechtzettingen, onder meer naar aanleiding van een opmerking van Colas Belgium. Tegen de uiterste indieningsdatum lagen er vier offertes, waaronder die van Colas en die van Eurovia Belgium. Wat volgde, waren drie gunningsbeslissingen in nauwelijks negen maanden. De eerste, van 25 juli 2025, gunde aan Eurovia en weerde de offerte van Colas wegens substantiële onregelmatigheid; SOFICO trok ze op 29 augustus 2025 in nadat Colas de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid had gevorderd, waarna de Raad van State die vordering bij arrest nr. 264.229 van 19 september 2025 verwierp. De tweede, van 28 november 2025, gunde opnieuw aan Eurovia: de offerte van Colas werd nu wél regelmatig bevonden, maar die van Eurovia economisch voordeliger. Ook die beslissing werd ingetrokken, op 30 januari 2026, en ook die schorsingsvordering werd bij arrest nr. 265.775 van 18 februari 2026 verworpen; het annulatieberoep daartegen is nog hangende. Op 27 maart 2026 besliste de raad van bestuur om ‘aan de voorzitter en de directeur-generaal’ de bevoegdheid te delegeren om de opdracht te gunnen aan de inschrijver met de economisch voordeligste regelmatige offerte, om de gunningsbeslissing goed te keuren en te ondertekenen, en om de vereiste uitvoeringsmaatregelen te nemen. Het proces-verbaal verantwoordde die delegatie uitdrukkelijk door ‘de noodzaak van een gunning op zo kort mogelijke termijn, om de werken nog in 2026 te kunnen uitvoeren’. Op 7 april 2026 gunden de voorzitter van de raad van bestuur en de directeur-generaal de opdracht aan Eurovia Belgium voor 5.142.514,87 euro exclusief btw; de offerte van Colas werd deze keer regelmatig bevonden ‘onder voorbehoud van de prijzencontrole’. Colas vorderde op 24 april 2026 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid; bij beschikking van 27 april 2026 werd de zaak vastgesteld op de zitting van 12 mei 2026. Het eerste middel — de onbevoegdheid van de steller van de handeling — bleek in beide onderdelen ernstig. De delegatieakte van 27 maart 2026 vermeldde geen rechtsgrond en betrof enkel deze ene opdracht, zodat het om een bijzonder mandaat ging. Artikel 5, § 2, vierde lid, van het decreet van 10 maart 1994 laat de raad van bestuur toe ‘specifieke bevoegdheden’ te delegeren aan de directeur-generaal — en aan niemand anders. Die bepaling, ingevoegd door het decreet van 5 mei 2022 in het kader van de hervorming van het bestuur van de SOFICO, moet strikt worden geïnterpreteerd: prima facie laat zij niet toe die bevoegdheden gezamenlijk ‘aan de voorzitter en de directeur-generaal’ toe te vertrouwen. Artikel 5, § 2, van de statuten, waarop SOFICO zich beriep, kan van die decretale regel niet afwijken — en de statuten blijken na de inwerkingtreding van het decreet van 5 mei 2022 zelfs nooit te zijn aangepast. Daar kwam een tweede, minstens even fatale vaststelling bij. Artikel 14/1 van het decreet van 12 februari 2004 betreffende het statuut van de overheidsbestuurder bepaalt dat een beraadslaging waarbij het bestuursorgaan bevoegdheden delegeert, in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt; krachtens artikel 3, § 1, 15°, van datzelfde decreet valt de SOFICO onder die regeling. Die bekendmaking dient om de delegatie ter kennis van derden te brengen en haar zo aan hen tegenwerpelijk te maken. SOFICO erkende ter zitting dat het decreet van 10 maart 1994 van die vormvereiste niet afwijkt. Zij voerde praktische moeilijkheden aan om haar delegatieakten bekend te maken, gelet op haar aard van sui-generisoverheidsbedrijf, maar leverde daarvoor geen enkel bewijs en toonde evenmin aan alles in het werk te hebben gesteld om de bekendmaking — desnoods bij hoogdringendheid — te verkrijgen. De delegatie schond dus artikel 5, § 2, vierde lid, van het SOFICO-decreet én was bij gebrek aan bekendmaking niet tegenwerpelijk aan Colas. Bij de belangenafweging identificeerde SOFICO geen nadelige gevolgen van een schorsing die zwaarder zouden wegen dan de voordelen ervan — en de Raad van State zag er evenmin. De Raad beval de schorsing van de beslissing van 7 april 2026 en de onmiddellijke uitvoering van zijn arrest. Hij handhaafde in dit stadium de vertrouwelijkheid van de offerte van Colas en van een brief van 8 augustus 2025 met eenheidsprijzen (stukken 6.1, 6.2 en 11 bij het verzoekschrift), van de stukken A tot D, G, J en L van het administratief dossier, en van de niet-geanonimiseerde versies van de stukken E, F, H, I en K die op 4 mei 2026 op het elektronisch platform werden neergelegd. De kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, werden voorbehouden.

Waarom doet dit ertoe?

Aanbestedingsgeschillen draaien meestal om selectie- en gunningscriteria, om de regelmatigheid van offertes en om de motivering van de vergelijking. Dit arrest herinnert eraan dat er een vraag vóór al die vragen komt: wie heeft de beslissing eigenlijk genomen, en mocht die persoon dat? Wordt dat antwoord onzeker, dan valt de gunningsbeslissing zonder dat de Raad van State ook maar één woord over de offertes hoeft te zeggen. Het arrest legt twee onafhankelijke breuklijnen bloot. De eerste is de omvang van de delegatie: het decreet noemt de directeur-generaal, en dan is de voorzitter er één te veel. Statuten kunnen een decretale beperking niet verruimen, en statuten die na een decreetswijziging niet werden aangepast, zijn een valstrik die pas zichtbaar wordt wanneer iemand ze naast de tekst legt. De tweede is de bekendmaking: een delegatie die niet verschijnt waar de wetgever haar wil zien verschijnen, bestaat voor een derde eenvoudigweg niet. Een inschrijver hoeft niet te bewijzen dat hij ze niet kende; het is aan de aanbesteder om ze tegenwerpelijk te maken. De ironie is scherp. SOFICO delegeerde net om tijd te winnen en de werken nog in 2026 uitgevoerd te krijgen. Die bocht leverde een derde procedureslag op en een schorsing met onmiddellijke uitwerking — na twee eerdere beslissingen die al onder druk van dezelfde verzoeker waren ingetrokken. Het arrest is ook een les over doorzetten: Colas verloor de twee vorige schorsingsarresten formeel, telkens omdat de intrekking de vordering had uitgehold, en won pas bij de derde poging — op een middel dat niets met de beoordeling van zijn offerte te maken had.

De les

Krijgt u als inschrijver een gunningsbeslissing, kijk dan eerst naar de handtekening en de aanhef. Verwijst de beslissing naar een delegatie, vraag die delegatieakte dan op en toets ze op twee punten: laat de organieke tekst — decreet, wet, ordonnantie, organiek reglement — delegatie aan precies díé persoon of dat orgaan toe, en is de delegatie bekendgemaakt waar de regelgeving dat oplegt? Een niet-bekendgemaakte delegatie is u niet tegenwerpelijk, en dat middel staat volledig los van de kwaliteit van uw offerte — het is dus ook bruikbaar wanneer uw inhoudelijke kritiek zwak staat. Loopt dezelfde procedure al enkele keren spaak, geef ze dan niet op: elke nieuwe beslissing opent een nieuwe termijn en verdient een nieuwe controle. Bent u aanbesteder, dan is de les onaangenaam concreet. Een delegatie die tijd moet winnen, kan maanden kosten. Leg uw statuten en interne delegatiebesluiten na elke decreets- of wetswijziging naast de nieuwe tekst: een statutaire bepaling die ruimer is dan het decreet, is geen rechtsgrond maar een risico. Delegeer aan de persoon die de tekst noemt, niet aan een comfortabele combinatie van functies. En publiceer waar publicatie verplicht is. Het argument dat bekendmaking voor een instelling zoals de uwe praktisch lastig is, haalt het niet zonder bewijs dat u het écht hebt geprobeerd, desnoods bij hoogdringendheid.

Te onthouden

  • Artikel 5, § 2, vierde lid, van het SOFICO-decreet van 10 maart 1994 staat delegatie van ‘specifieke bevoegdheden’ enkel toe aan de directeur-generaal; prima facie niet gezamenlijk aan de voorzitter én de directeur-generaal.
  • Statuten kunnen een decretale delegatiebeperking niet verruimen — en de statuten van SOFICO bleken na het hervormingsdecreet van 5 mei 2022 nooit te zijn aangepast.
  • Artikel 14/1 van het decreet van 12 februari 2004 verplicht tot bekendmaking van delegaties in het Belgisch Staatsblad; zonder die bekendmaking is de delegatie niet tegenwerpelijk aan derden, dus ook niet aan een inschrijver.
  • Praktische bezwaren tegen bekendmaking volstaan niet: de aanbesteder moet aantonen dat hij alles heeft gedaan om de publicatie te bekomen, desnoods bij hoogdringendheid.
  • Het was de derde gunningsbeslissing in dezelfde procedure: die van 25 juli 2025 en van 28 november 2025 werden respectievelijk op 29 augustus 2025 en 30 januari 2026 ingetrokken, telkens na een UDN-vordering van Colas.
  • De Raad schorste bij uiterst dringende noodzakelijkheid en beval de onmiddellijke uitvoering van zijn arrest; de kosten en de rechtsplegingsvergoeding werden voorbehouden.

Waarop letten

  • De aanhef en de handtekening van de gunningsbeslissing: welk orgaan of welke persoon heeft ze genomen, en op welke rechtsgrond steunt de aangehaalde delegatie?
  • Het onderscheid tussen dagelijks bestuur en ‘specifieke bevoegdheden’ — het gunnen van een opdracht van meer dan vijf miljoen euro is geen detailmaatregel.
  • De tegenwerpelijkheid: een delegatie die niet is bekendgemaakt zoals voorgeschreven, kan niet tegen een inschrijver worden ingeroepen, ongeacht of hij ze feitelijk kende.
  • Statuten en interne reglementen die na een decreets- of wetswijziging niet werden geactualiseerd.
  • Dat een bevoegdheidsmiddel volledig losstaat van de beoordeling van de offertes en dus ook slaagt wanneer de inhoudelijke kritiek zwak is.

Stel jezelf de vraag

Weet u wie binnen uw organisatie juridisch bevoegd is om een gunningsbeslissing te nemen, en op grond van welke tekst precies? Hebt u uw statuten en interne delegatiereglementen na de laatste wets- of decreetswijziging naast de nieuwe tekst gelegd? Zijn uw delegatiebesluiten bekendgemaakt waar de regelgeving dat oplegt, en kunt u die bekendmaking aantonen? Als inschrijver: vraagt u standaard de delegatieakte op wanneer een gunningsbeslissing niet door het bevoegde orgaan zelf is ondertekend? En beseft u dat een tijdsdruk-argument — ‘de werken moeten dit jaar nog starten’ — de vormvereisten van een delegatie niet opzijzet, maar net de aandacht erop vestigt?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →