Suspension Chambre francophone

UDN-schorsing gunning pelletskachelpercelen MEBAR Région wallonne — erkenningsklasse moet bepaald worden op gecumuleerde waarde alle gegunde percelen — geen analoge toepassing raamovereenkomstrechtspraak

Arrêt nr. 258317 · 22 décembre 2023 · VIe kamer

De Raad van State schorste de gunning van vijf pelletskachelpercelen aan BV Au Coin du Feu in het kader van de MEBAR-opdracht van de Région wallonne (verwarmingstoestellen voor lage-inkomenshuishoudens), omdat de aanbestedende overheid de erkenningsklasse van de gekozen inschrijver niet had gecontroleerd ten opzichte van de gecumuleerde waarde van alle gegunde percelen (€769.811,32, wat klasse 4 vereiste terwijl de inschrijver slechts klasse 2 bezat), en de analogie met raamovereenkomsten verwierp omdat het een opdracht in percelen betrof met één offerte en één gunningsbeslissing.

Que s'est-il passé ?

De Région wallonne schreef via een open procedure met Europese bekendmaking een overheidsopdracht voor werken uit met als voorwerp de installatie van verwarmingstoestellen in woningen van huishoudens met bescheiden inkomen (MEBAR-programma). De opdracht omvatte 24 percelen verdeeld over twee luiken: poêlerie générale (open haarden, gas- en houtkachels, 12 percelen) en poêlerie pellets (pelletskachels, 12 percelen), telkens per geografische zone in Wallonië. Zes inschrijvers dienden een offerte in vóór de uiterste datum van 30 augustus 2023. Bij beslissing van 25 oktober 2023 gunde de Région wallonne aan BV Au Coin du Feu één lot poêlerie générale (Tournai) en vijf lots poêlerie pellets (Dinant-Philippeville, Charleroi, Huy-Perwez, Mons en Namur). SA Jordan, als tweede gerangschikte voor deze percelen, vorderde op 17 november 2023 de schorsing bij UDN. Op 20 november 2023 stelde zij ook een annulatieberoep in. BV Au Coin du Feu kwam tussenbeide. Het uniek middel betrof de erkenningsregeling (agréation): SA Jordan betoogde dat Au Coin du Feu slechts over een erkenning in klasse 2 beschikte (maximaal €275.000 per opdracht conform artikel 3 § 2 KB 26 september 1991), terwijl de gecumuleerde waarde van de zes gegunde percelen €769.811,32 bedroeg, wat klasse 4 vereiste. De verwerende partij en de tussenkomende partij verweerden zich met drie argumenten. Ten eerste zou artikel 3 wet 20 maart 1991, gewijzigd in 2016, vereisen dat de erkenning pas bij de sluiting (conclusion) van de opdracht wordt geverifieerd, niet bij de gunning. Ten tweede zou elk perceel als een afzonderlijke opdracht beschouwd moeten worden (artikel 17 § 2 KB 14 januari 2013). Ten derde zou de rechtspraak over raamovereenkomsten — waarbij de erkenning per individuele bestelling wordt beoordeeld — naar analogie moeten worden toegepast. De Raad van State volgde deze argumenten niet. Vooreerst bevestigde de Raad dat de erkenningsklasse wordt bepaald op basis van de gecumuleerde waarde van alle aan dezelfde inschrijver gegunde percelen, conform artikel 3 § 4 KB 26 september 1991. Het bestek zelf bevestigde dit door te bepalen dat bij gunning van meerdere percelen aan dezelfde begunstigde de minimumklasse kon worden herzien. Bovendien had de aanbestedende overheid zelf deze cumulatieve benadering toegepast voor een andere inschrijver (de vereniging Douffet Mawet/Cogetech), maar niet voor Au Coin du Feu — uit het administratief dossier bleek dat de overheid zich had beperkt tot de vaststelling dat Au Coin du Feu klasse 2 bezat, zonder verificatie ten opzichte van de gecumuleerde percelen. De analogie met raamovereenkomsten werd verworpen: er was sprake van één plaatsingsprocedure met één offerte per inschrijver en één gunningsbeslissing, niet van een akkoord dat de voorwaarden vaststelt voor toekomstige opdrachten op basis van toekomstige offertes. De stelling dat de bon de commande de sluiting van de opdracht zou uitmaken werd afgewezen: het verzenden van een bestelbon is een uitvoeringsmodaliteit van een reeds gesloten opdracht, niet de sluiting zelf. Bovendien is de erkenning een kwalitatief selectiecriterium dat vóór de gunningsbeslissing moet worden geverifieerd; het uitstel tot de sluiting van elke individuele bestelling zou de selectieprocedure elk nuttig effect ontnemen. De belangenafweging werd eveneens in het voordeel van de verzoekende partij beslecht: het algemeen belang van de opdracht (energiebesparing voor lage inkomens, klimaaturgentie) volstond niet om de schorsing te weigeren, temeer nu de overheid zelf in haar nota met opmerkingen het variabele en niet-dringende karakter van de uitvoering benadrukte en een herstelbeslissing niet uitgesloten was. Het resultaat: schorsing van de vijf pelletspercelen; verwerping voor het lot poêlerie générale Huy-Perwez (geen laedering want niet gegund aan Au Coin du Feu) en voor de impliciete weigeringsbeslissing (geen bewijs van uitzonderlijke omstandigheden). Kosten voorbehouden.

Pourquoi c'est important ?

Dit arrest is principieel belangwekkend voor de erkenningsregeling bij opdrachten in percelen. Ten eerste bevestigt het ondubbelzinnig dat de erkenningsklasse wordt bepaald op basis van de gecumuleerde waarde van alle aan dezelfde inschrijver gegunde percelen — niet per perceel afzonderlijk. Ten tweede verwerpt het de analogie met raamovereenkomsten: wanneer er sprake is van één offerte, één plaatsingsprocedure en één gunningsbeslissing, is de rechtspraak over erkenning per individuele bestelling bij raamovereenkomsten niet van toepassing, ook niet wanneer het bestek in bons de commande voorziet. Ten derde kwalificeert het de bon de commande als een uitvoeringsmodaliteit van een reeds gesloten opdracht, niet als de sluiting van een nieuwe opdracht in de zin van artikel 3 wet 20 maart 1991. Ten vierde benadrukt het dat erkenning als selectiecriterium zijn nuttig effect verliest wanneer de verificatie wordt uitgesteld tot na de gunning. Ten vijfte is de inconsistentie in de behandeling door de aanbestedende overheid — die de cumulatieve benadering wel toepaste voor een andere inschrijver maar niet voor de gekozen inschrijver — een belangrijk element dat de onzorgvuldigheid blootlegt.

La leçon

Als aanbestedende overheid bij een opdracht in percelen: controleer de erkenningsklasse op basis van de gecumuleerde waarde van alle percelen die je aan dezelfde inschrijver wilt gunnen, niet per perceel afzonderlijk. Het bestek kan voorzien dat de minimumklasse wordt herzien bij gunning van meerdere percelen — pas dit dan ook consistent toe voor alle inschrijvers. Een opdracht met bons de commande is niet automatisch een raamovereenkomst; de erkenning moet vóór de gunningsbeslissing worden geverifieerd. Als inschrijver: wanneer een concurrent meerdere percelen gegund krijgt en de gecumuleerde waarde de drempel van zijn erkenningsklasse overschrijdt, is dat een ernstig middel voor een UDN-vordering. Controleer of de aanbestedende overheid de cumulatieve benadering consequent heeft toegepast voor alle inschrijvers.

Posez-vous la question

Als aanbestedende overheid: heb je bij gunning van meerdere percelen aan dezelfde inschrijver de erkenningsklasse gecontroleerd op basis van de gecumuleerde waarde? Pas je dezelfde benadering toe voor alle inschrijvers? Heb je je erkenningsvoorwaarden in het bestek correct geformuleerd voor het scenario van meerdere percelen? Als inschrijver: overschrijdt de gecumuleerde waarde van de percelen gegund aan een concurrent de drempel van zijn erkenningsklasse? Heeft de aanbestedende overheid de cumulatieve benadering consequent toegepast?

À propos de cette base de données

Le Conseil d'État (Raad van State) est la plus haute juridiction administrative de Belgique. En matière de marchés publics — de l'attribution d'un contrat à l'exclusion d'un soumissionnaire — le Conseil d'État tranche en dernier ressort. Les arrêts de cette base de données sont résumés par TenderWolf en langage clair, avec des leçons pratiques pour les soumissionnaires et les pouvoirs adjudicateurs. Voir tous les arrêts →