zonder_voorwerp Chambre francophone

UDN-vordering anti-intrusiebarrières politiezone Brussel niet-ontvankelijk na intrekking gunningsbeslissing — retroactief effect intrekking heft laedering op — hypothetische annulatie intrekking niet relevant — kosten ten laste verwerende partij

Arrêt nr. 265408 · 14 janvier 2026 · VIe kamer

De Raad van State verklaarde de UDN-vordering van NV Pitagone tegen de gunning door de politiezone Brussel-Hoofdstad-Elsene van mobiele anti-intrusiebarrières (Europees project Fortress Light) niet-ontvankelijk na de intrekking van de gunningsbeslissing op 29 december 2025, waarbij de Raad oordeelde dat de intrekking met retroactief effect werkt zodat de gestelde schendingen de verzoekende partij niet hebben gelaesd noch dreigen te laederen, ongeacht het hypothetische scenario dat de intrekking zelf later zou worden vernietigd.

Que s'est-il passé ?

De politiezone Brussel-Hoofdstad-Elsene (ZP 5339) gunde op 20 oktober 2025 een overheidsopdracht voor leveringen aan de vennootschap DPLS Invest, met als voorwerp de aankoop van mobiele anti-intrusiebarrières met hoge weerstandskracht in het kader van het Europese project Fortress Light (ISF-088-109). NV Pitagone stelde op 12 december 2025 een UDN-vordering in. Bij beschikking van 15 december 2025 werd de terechtzitting vastgesteld op 8 januari 2026. Op 29 december 2025 trok het politiecollege de gunningsbeslissing in, wat op 31 december 2025 aan de Raad van State werd meegedeeld. Ter terechtzitting van 8 januari 2026 betoogde de verzoekende partij dat de intrekking nog niet als definitief kon worden beschouwd, omdat de intrekking zelf vatbaar was voor vernietiging door de Raad van State, en dat een eventuele vernietiging van de intrekking de oorspronkelijke gunningsbeslissing zou doen herleven. De Raad van State verwierp dit argument en oordeelde dat de ontvankelijkheid moet worden beoordeeld op basis van de bewezen feiten op het moment van de uitspraak, niet op basis van hypothetische toekomstige ontwikkelingen. De intrekking werkt met retroactief effect tot de datum van de oorspronkelijke beslissing, zodat de gestelde schendingen de verzoekende partij niet hebben gelaesd noch dreigen te laederen — een voorwaarde van artikel 14 van de wet van 17 juni 2013. De vordering werd niet-ontvankelijk verklaard. De verwerende partij werd desondanks beschouwd als de succomberende partij en werd veroordeeld tot betaling van het rolrecht van 200 euro, de bijdrage van 26 euro en de rechtsplegingsvergoeding van 770 euro. De auditeur gaf een eensluidend advies.

Pourquoi c'est important ?

Dit arrest is juridisch interessant omdat het een genuanceerde kwestie behandelt: kan een verzoekende partij na intrekking van de bestreden beslissing argumenteren dat haar UDN-vordering ontvankelijk blijft omdat de intrekking zelf vatbaar is voor beroep? De Raad van State beantwoordt dit ontkennend: de ontvankelijkheid wordt beoordeeld op basis van de bewezen feiten op het moment van de uitspraak, niet op basis van hypothetische scenario's. De intrekking werkt retroactief en heft de laedering op. Dit verschilt van de XIVe kamer-arresten die eenvoudigweg vaststellen dat de vordering 'zonder voorwerp' is — de VIe kamer formuleert het als een niet-vervulling van de ontvankelijkheidsvoorwaarde van artikel 14 (laedering).

La leçon

Als verzoekende partij: een intrekking van de gunningsbeslissing maakt je UDN-vordering niet-ontvankelijk wegens het wegvallen van de laedering. Het argument dat de intrekking zelf vatbaar is voor beroep en dus niet definitief is, wordt niet aanvaard. Focus op de schadevergoeding tot herstel. Als verwerende partij: ook bij een niet-ontvankelijkverklaring na intrekking draag je de volledige proceskosten. De intrekking maakt je de succomberende partij.

Posez-vous la question

Als verzoekende partij: is de gunningsbeslissing ingetrokken? Je verliest je UDN-vordering, ook als de intrekking zelf aanvechtbaar zou zijn. Focus op schadevergoeding. Als verwerende partij: overweeg je een intrekking? Je draagt de kosten, ook bij niet-ontvankelijkverklaring.

À propos de cette base de données

Le Conseil d'État (Raad van State) est la plus haute juridiction administrative de Belgique. En matière de marchés publics — de l'attribution d'un contrat à l'exclusion d'un soumissionnaire — le Conseil d'État tranche en dernier ressort. Les arrêts de cette base de données sont résumés par TenderWolf en langage clair, avec des leçons pratiques pour les soumissionnaires et les pouvoirs adjudicateurs. Voir tous les arrêts →