zonder_voorwerp Chambre francophone

Gecombineerde UDN-vordering en annulatieberoep renovatie 201 sociale woningen zonder voorwerp na intrekking en verzaking — artikel 30 § 5 — zusterzaak van arrest 265.446 — kosten ten laste verwerende partij

Arrêt nr. 265447 · 19 janvier 2026 · VIe kamer

De Raad van State stelde vast dat zowel de UDN-vordering als het annulatieberoep van NV CBD tegen de gunningsbeslissing van 28 maart 2024 van de Immobilière Sociale Entre Sambre et Haine voor lot 1 van de energetische renovatie van 201 sociale woningen zonder voorwerp waren geworden na intrekking van de beslissing en verzaking aan de opdracht op 29 oktober 2024, waarbij de Raad op grond van artikel 30, § 5 van de gecoördineerde wetten in één arrest over beide vorderingen besliste en de verwerende partij als succomberende partij in de kosten veroordeelde.

Que s'est-il passé ?

Dit arrest betreft dezelfde gunningsbeslissing als arrest nr. 265.446 (NV Lixon / dezelfde verwerende partij) — de gunning van lot 1 (gebouw en coördinatie lot 2) van de overheidsopdracht voor werken betreffende de energetische renovatie van 201 sociale woningen en 30 bijgebouwen door de CVBA Immobilière Sociale Entre Sambre et Haine op 28 maart 2024. NV CBD, een andere gepasseerde inschrijver, stelde op 29 mei 2024 een gecombineerd verzoekschrift in dat zowel een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid als een annulatieberoep omvatte. Bij arrest nr. 260.373 van 2 juli 2024 had de Raad van State het tussenkomstverzoek van de tijdelijke vereniging BEMAT-MOURY ingewilligd en de zaak sine die uitgesteld (in tegenstelling tot de parallelle zaak 260.372 van NV Lixon, waar de schorsing werd bevolen). Op 29 oktober 2024 trok de verwerende partij de gunningsbeslissing in en verzaakte zij aan de opdracht — dezelfde beslissingen als in de parallelle zaak van NV Lixon. De intrekking werd aan de verzoekende partij in de zaak Lixon meegedeeld per aangetekend schrijven van 6 november 2024; de tussenkomende partijen (die ook in de huidige zaak tussenbeide kwamen) kregen er kennis van op 22 januari 2025 via het elektronische platform van de Raad van State. Geen beroep werd ingesteld tegen de intrekking of verzaking. De Raad van State paste artikel 30, § 5 van de gecoördineerde wetten toe, waardoor bij intrekking van het bestreden besluit in één arrest over zowel de schorsingsvordering als het annulatieberoep kan worden beslist zonder dat een demande de poursuite nodig is en zonder bijkomende taks. Zowel de UDN-vordering als het annulatieberoep waren zonder voorwerp. De verwerende partij werd als succomberende partij beschouwd (intrekking als succédané van vernietiging) en droeg de kosten: rolrecht 200 euro, bijdrage 24 euro en rechtsplegingsvergoeding 770 euro. De tussenkomende partijen droegen elk 150 euro voor hun tussenkomst.

Pourquoi c'est important ?

Dit arrest is om twee redenen bijzonder. Ten eerste illustreert het de toepassing van artikel 30, § 5 van de gecoördineerde wetten in zijn oorspronkelijke context: wanneer de bestreden beslissing wordt ingetrokken tijdens een gecombineerde UDN- en annulatieprocedure, kan de Raad in één arrest vaststellen dat beide vorderingen zonder voorwerp zijn, zonder demande de poursuite en zonder bijkomend rolrecht. Ten tweede toont het — samen met zusterzaak 265.446 — hoe verschillende inschrijvers parallelle procedures kunnen voeren tegen dezelfde gunningsbeslissing, met elk hun eigen procesverloop maar uiteindelijk hetzelfde lot na intrekking. Opvallend is het verschil in de eerdere UDN-behandeling: in de zaak Lixon (260.372) werd de schorsing bevolen, in de zaak CBD (260.373) werd de zaak sine die uitgesteld.

La leçon

Als inschrijver die een gecombineerd UDN- en annulatieverzoekschrift indient: wanneer de aanbestedende overheid de bestreden beslissing intrekt, worden beide vorderingen in één arrest zonder voorwerp verklaard — je hebt geen demande de poursuite nodig en betaalt geen extra taks (artikel 30 § 5). Je behoudt wel je recht op een rechtsplegingsvergoeding als succédané van vernietiging. Als aanbestedende overheid: wanneer meerdere inschrijvers parallelle procedures voeren tegen dezelfde beslissing, leidt een intrekking tot meervoudige kostenveroordelingen — in dit geval (samen met 265.446) twee maal rolrecht, bijdragen en rechtsplegingsvergoedingen.

Posez-vous la question

Als inschrijver met gecombineerd verzoekschrift: is de bestreden beslissing ingetrokken? Beide vorderingen worden in één arrest afgehandeld. Vraag de rechtsplegingsvergoeding. Als aanbestedende overheid: zijn er meerdere parallelle procedures? Bij intrekking word je in elk van die zaken als succomberende partij veroordeeld.

À propos de cette base de données

Le Conseil d'État (Raad van State) est la plus haute juridiction administrative de Belgique. En matière de marchés publics — de l'attribution d'un contrat à l'exclusion d'un soumissionnaire — le Conseil d'État tranche en dernier ressort. Les arrêts de cette base de données sont résumés par TenderWolf en langage clair, avec des leçons pratiques pour les soumissionnaires et les pouvoirs adjudicateurs. Voir tous les arrêts →