zonder_voorwerp Nederlandstalig college

Wie zijn gunningsbeslissing intrekt na een UDN, betaalt de kosten — ook al wordt het beroep daardoor 'zonder voorwerp'

Arrest nr. 231320 · 26 mei 2015 · XIIe kamer

Stad Antwerpen trok haar gunning aan Ferro-Seaport in nadat Wolters-Mabeg in extreme urgentie naar de Raad was gestapt — de Raad verwerpt de vordering wegens gebrek aan voorwerp, maar veroordeelt de stad wel tot betaling van €700 rechtsplegingsvergoeding en €200 rolrecht aan de verzoeker.

Wat gebeurde er?

De stad Antwerpen had op 10 april 2015 perceel 5 (levering van boomroosters) van een raamcontract voor divers straatmeubilair gegund aan de firma Ferro-Seaport te Drongen. De BVBA Wolters-Mabeg, een Bilzense leverancier, was niet weerhouden. Op 27 april 2015 stelde Wolters-Mabeg een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in tegen die gunningsbeslissing. De terechtzitting was vastgesteld op 13 mei 2015. Hangende de procedure trok de stad de bestreden gunningsbeslissing in — vermoedelijk om de zaak alsnog naar haar hand te zetten zonder een ongunstige uitspraak te riskeren. Daardoor verloor de vordering zijn voorwerp en moest de Raad ze formeel verwerpen. Maar dat is niet het einde van het verhaal. Ter zitting vroeg de raadsman van Wolters-Mabeg dat de stad zou worden veroordeeld tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding van €700. De Raad past hier artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State toe juncto artikel 67 van het Regentsbesluit van 23 augustus 1948: omdat de bestreden beslissing werd ingetrokken, moet de verzoekende partij worden beschouwd als 'de in het gelijk gestelde partij'. De stad betaalt €700 rechtsplegingsvergoeding aan Wolters-Mabeg, plus €200 rolrecht. Een arrest van drie pagina's, maar een glashelder principe.

Waarom doet dit ertoe?

Voor aanbestedende overheden: een gunningsbeslissing intrekken nadat een UDN is ingediend, is niet 'gratis'. Je redt jezelf van een schorsing en wint tijd, maar je betaalt de rechtsplegingsvergoeding van de verzoekende partij. Voor inschrijvers die een UDN overwegen: laat je niet ontmoedigen wanneer de aanbesteder lopende de procedure intrekt en een nieuwe procedure start — die intrekking is in juridische zin een nederlaag, en je hebt recht op je kosten.

De les

Als aanbestedende overheid die geconfronteerd wordt met een UDN: weeg vóór je beslist tot intrekking ook de procedurele kosten mee. Een intrekking om een zwakke beslissing te 'redden' kost je €700 rechtsplegingsvergoeding plus rolrecht — en geeft tegelijk een signaal aan de markt over de zwakte van je oorspronkelijke motivering. Als inschrijver: vraag ter zitting expliciet om de rechtsplegingsvergoeding, ook als de tegenpartij haar beslissing al heeft ingetrokken.

Te onthouden

  • Een intrekking van de bestreden gunningsbeslissing maakt de UDN-vordering zonder voorwerp, maar de verzoeker geldt als de in het gelijk gestelde partij
  • Art. 30/1 RvS-wetten + art. 67 Regentsbesluit 23/08/1948 geven de verzoeker recht op een rechtsplegingsvergoeding (basisbedrag €700) bij intrekking lopende de procedure
  • Het rolrecht (€200 in deze zaak) komt eveneens ten laste van de aanbestedende overheid die intrekt
  • Intrekking is voor de aanbesteder soms strategisch (tijdwinst, motiveringen bijschaven) maar niet kosteloos
  • Een inschrijver die een UDN start hoeft niet bevreesd te zijn dat een intrekking zijn kosten opslokt

Waarop letten

  • Een aanbesteder die kort vóór de zitting plots zijn beslissing intrekt — meestal teken dat de motivering niet zou standhouden
  • Een verzoekersadvocaat die ter zitting niet expliciet de rechtsplegingsvergoeding vraagt — gemiste kans
  • Een nieuwe gunningsprocedure die na intrekking wordt opgestart met dezelfde verdedigingen — let dan op of de oorspronkelijke gebreken werkelijk zijn rechtgezet
  • Het verschil tussen 'zonder voorwerp' en 'verwerping ten gronde' — de eerste is voor de verzoeker procedureel een overwinning

Stel jezelf de vraag

Heb je als aanbesteder ooit een gunning ingetrokken nadat een UDN was ingediend? Werd in dat dossier de rechtsplegingsvergoeding aan de verzoeker betaald? Zo nee, controleer of die kost niet alsnog opduikt — en gebruik dit arrest om bij volgende dossiers de tradeoff (intrekking versus verdere procedure) bewuster te maken.

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →