Twee vennootschappen in tijdelijke vereniging die willen tussenkomen? Twee keer 150 euro betalen — anders geen tussenkomst
MONUMENT HAINAUT en MONUMENT VANDEKERCKOVE willen samen tussenkomen tegen de schorsing van hun gunning bij de Stad Charleroi, betalen één keer 150 euro voor twee verzoekers — en zien hun tussenkomst onontvankelijk verklaard.
Wat gebeurde er?
Op 8 april 2014 beslist de Stad Charleroi de offerte van NV HULLBRIDGE ASSOCIATED voor het onderhoud en de renovatie van de daken van het stadhuis van Charleroi te weren wegens niet-conformiteit met het bestek, en gunt ze de opdracht aan NV MONUMENT HAINAUT en NV MONUMENT VANDEKERCKOVE die samen een tijdelijke vennootschap (société momentanée) hebben gevormd. HULLBRIDGE dient eerst — bij beschikking van 30 april 2015 — een vordering tot annulatie in. Eerder al, op 7 april 2015, hebben de twee winnende vennootschappen samen één gemeenschappelijk verzoekschrift tot tussenkomst ingediend in de schorsingsprocedure. Op 16 april 2015 schorst de Raad van State de bestreden beslissing bij uiterst dringende noodzakelijkheid (arrest nr. 230.870). Na de schorsing herziet de Stad Charleroi haar positie. Op 14 juli 2015 trekt de raad van bestuur de bestreden beslissing in. De intrekking wordt op 24 juli 2015 aan de Raad van State meegedeeld en wordt formeel aan de inschrijvers betekend met vermelding van de beroepstermijnen. Geen enkele inschrijver — ook niet MONUMENT HAINAUT en MONUMENT VANDEKERCKOVE — vraagt de annulatie van die intrekking binnen de wettelijke termijn. De intrekking wordt dus definitief. Op 15 juli 2016 spreekt waarnemend voorzitter David De Roy zich uit. Drie kwesties moeten worden beslecht. Eerst, de tussenkomst: op grond van artikel 70, §3 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 moet bij een collectief verzoekschrift het rolrecht van 150 euro betaald worden zoveel keer als er verzoekers zijn. MONUMENT HAINAUT en MONUMENT VANDEKERCKOVE hadden samen 300 euro moeten storten. Op de bankrekening werd echter slechts één bedrag van 150 euro vastgesteld. Het verzoek tot tussenkomst wordt 'niet-volbracht' verklaard. De 150 euro wordt aan de eerste tussenkomende partij teruggestort. Ten tweede, het voorwerp: door de definitieve intrekking van de bestreden beslissing verdwijnt het voorwerp van het beroep. De suspensie van arrest nr. 230.870 wordt opgeheven, en er moet niet meer ten gronde uitspraak worden gedaan. Ten derde — en hier zit de werkelijke discussie — de rechtsplegingsvergoeding. HULLBRIDGE vraagt twee keer 2.800 euro: ze argumenteert dat ze niet alleen het schorsingsverzoekschrift heeft moeten opstellen, maar ook het annulatieverzoekschrift én een memorie van antwoord, omdat de Stad Charleroi te laat is overgegaan tot de aangekondigde intrekking. De Raad weigert. Hij analyseert artikel 67 van het procedurereglement (basisbedrag 700 euro, verhoogd tot maximum 2.800 euro voor overheidsopdrachten) en oordeelt: (a) HULLBRIDGE voert geen concrete elementen aan die een verhoging van het basisbedrag (700 euro) tot het maximum (2.800 euro) rechtvaardigen, zoals een bijzondere complexiteit; (b) de verhoging van 20% (artikel 67, §2, eerste lid) is in elk geval niet verschuldigd wanneer een beroep zonder voorwerp wordt verklaard (artikel 67, §2, derde lid). Resultaat: één enkele vergoeding van 700 euro, ten laste van de Stad Charleroi. Ook 400 euro andere kosten ten laste van de Stad.
Waarom doet dit ertoe?
Twee belangrijke valstrikken voor wie aan een aanbestedingsgeschil deelneemt. Ten eerste: tijdelijke verenigingen (sociétés momentanées) zijn geen rechtspersonen — de vennoten zijn afzonderlijke verzoekers. Wie samen tussenkomt om zijn gunning te verdedigen moet per vennoot het rolrecht betalen, niet één keer voor de SM. Ten tweede: de strategische berekening van de rechtsplegingsvergoeding. Het maximum van 2.800 euro wordt zelden toegekend — u moet concrete elementen van complexiteit aantonen om boven de 700 euro basis te gaan. En na een schorsingswinst is het taktisch verleidelijk om het annulatieverzoekschrift toch in te dienen 'voor zekerheid', maar als de aanbestedende overheid uiteindelijk intrekt, krijgt u geen extra vergoeding voor dat extra werk: artikel 67, §2, alinea 3 sluit de verhoging van 20% expliciet uit wanneer het beroep zonder voorwerp wordt verklaard.
De les
Vorm uw tijdelijke vereniging strikt rechtens vóór u een gerechtelijke procedure start: bepaal vooraf wie verzoekt en betaal per verzoekend lid het rolrecht. Wanneer u na een schorsingswinst overweegt of u het annulatieberoep nog volledig uitwerkt, weeg af: als de aanbesteder al heeft aangekondigd te zullen intrekken, kost extra werk u tijd én levert het geen extra vergoeding op. Wilt u meer dan de basisvergoeding van 700 euro? Documenteer in uw memorie of pleidooi de concrete complexiteit van het dossier — verwijs naar het aantal pagina's, het aantal middelen, technische bijstand, de duur van de procedure. Een loutere verwijzing naar 'extra werk' volstaat niet.
Te onthouden
- Artikel 70, §3 procedurereglement: bij een collectief verzoekschrift wordt het rolrecht van 150 euro betaald zoveel keer als er verzoekers zijn — voor een tijdelijke vereniging dus per vennoot
- De rechtsplegingsvergoeding voor overheidsopdrachten heeft een basisbedrag van 700 euro en een maximum van 2.800 euro (art. 67, §1 procedurereglement)
- Verhoging van 20% (art. 67, §2, eerste lid) wegens annulatie + schorsing geldt NIET als het beroep zonder voorwerp wordt verklaard (art. 67, §2, alinea 3)
- Wie boven het basisbedrag van 700 euro wil komen, moet concrete complexiteitselementen aantonen — een loutere verwijzing naar 'meerwerk' volstaat niet
- Een definitieve intrekking van de bestreden beslissing maakt het beroep zonder voorwerp; de aanbestedende overheid is dan de 'in het ongelijk gestelde partij' voor de kostenverdeling
Waarop letten
- Een tussenkomstverzoek dat door meerdere vennoten samen wordt ingediend zonder per vennoot rolrecht te betalen — uw tussenkomst riskeert niet-ontvankelijkheid
- Een aankondiging van intrekking door de aanbestedende overheid na een gewonnen schorsing — overweeg of het zin heeft om het annulatieverzoekschrift nog volledig uit te werken (geen extra vergoeding)
- Een rechtsplegingsvraag van 2.800 euro zonder gemotiveerde complexiteitselementen — riskeert teruggebracht te worden tot het basisbedrag van 700 euro
Stel jezelf de vraag
U bent met een tweede aannemer in tijdelijke vereniging. Uw gunning wordt aangevochten en u wilt tussenkomen. Heeft u 150 euro betaald, of 300 euro? Voor één verzoekschrift met twee verzoekers moet u 2 × 150 euro storten — anders is uw tussenkomst niet-volbracht.
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →