Een vordering UDN intrekken op de valreep? Je betaalt rolrecht én de rechtsplegingsvergoeding van de tegenpartij
IGEMO start een schorsing UDN tegen een gunningsbeslissing van het Vlaamse Gewest, doet vier dagen voor de zitting afstand van geding en moet daarvoor 200 euro rolrecht plus 700 euro rechtsplegingsvergoeding aan de tegenpartij betalen.
Wat gebeurde er?
Op 23 september 2016 stelt de dienstverlenende vereniging IGEMO (Intergemeentelijke Vereniging voor Ontwikkeling van het Gewest Mechelen) bij de Raad van State een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in tegen "de gemotiveerde gunningsbeslissing van onbekende datum, met aangehecht gunningsverslag van 12 augustus 2016", waarbij het Vlaamse Gewest de opdracht had gegund aan de tijdelijke handelsvennootschap "The New Drive / APPM Management consultants / UHasselt / Goudappel Coffeng". Het Vlaamse Gewest dient een nota in. De zitting wordt vastgelegd op 11 oktober 2016, om 10.00 uur. Maar op 4 oktober 2016 — een week voor de zitting — laten de raadslieden van IGEMO per brief weten dat hun cliënte heeft beslist om afstand van geding te doen. De Raad van State (XIIe kamer, staatsraad-waarnemend voorzitter Johan Bovin) stelt die afstand vast in een arrest van drie pagina's. De kosten zijn weinig genuanceerd: "In de gegeven omstandigheden past het de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, zijnde het rolrecht van 200 euro en de door de verwerende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van de verzoekende partij." In totaal: 900 euro voor IGEMO. De inhoudelijke discussie — wat er mis was met de gunningsbeslissing aan de THV met The New Drive, APPM, UHasselt en Goudappel Coffeng — komt niet aan bod. Geen middelen, geen feiten, geen rechtsoverwegingen. Een klassieke afsluiting van een spoedprocedure waarvan de verzoekster het kennelijk niet meer aandurfde of nodig achtte om door te zetten.
Waarom doet dit ertoe?
Bidders hebben in spoedprocedures vaak een momentum-mentaliteit: "snel een verzoek tot UDN indienen om de termijn te bevriezen, daarna kijken we of we doorzetten". Dit arrest herinnert eraan dat zo'n strategie niet kosteloos is. Een afstand van geding voor de zitting kost minstens het rolrecht (200 euro) plus de rechtsplegingsvergoeding van de tegenpartij (basisbedrag 700 euro in opdrachtenrecht). En dat geldt ook bij een UDN-procedure waarvan inhoudelijk nooit iets onderzocht werd.
De les
Als je een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid indient, weet dan op voorhand of je bereid bent door te zetten. Een afstand van geding kort voor de zitting voorkomt geen financiële sanctie — minimaal 900 euro is verschuldigd aan rolrecht en rechtsplegingsvergoeding. Onderhandel waar mogelijk in der minne vóór je het verzoekschrift neerlegt.
Te onthouden
- Een afstand van geding bij UDN voor de zitting kost rolrecht plus rechtsplegingsvergoeding van de tegenpartij — circa 900 euro minimum
- De inhoud van de bestreden gunning wordt niet onderzocht — er valt niets te leren over het materiële vraagstuk
- Een UDN-procedure 'pro forma' indienen om termijnen veilig te stellen is geen kosteloos verzekeringsmechanisme
- Het rolrecht van 200 euro is een vaste kost ook bij vrijwillige beëindiging van het geding
Waarop letten
- Spoedeisendheidsbeoordeling die niet rust op een sterk middel ten gronde — risico op latere afstand met kostenveroordeling
- Geen of beperkte voorafgaande communicatie met de aanbestedende overheid voor het verzoekschrift wordt ingediend — onderhandelingsruimte wordt niet benut
Stel jezelf de vraag
Je advocaat stelt voor om een vordering UDN in te dienen 'om alvast te bewaren'. Vraag dan: (1) is er een ernstig middel waarvan we redelijk geloven dat het stand zal houden? (2) bestaat er een uitweg in der minne (intrekking, hergunning) die zonder procedure tot een resultaat kan leiden? (3) zijn we bereid de zitting werkelijk door te trekken? Drie keer twijfelend ja = vermoedelijk eerst onderhandelen, niet procederen.
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →