Andere Franstalig college

Schorsing automatisch opgeheven omdat er geen vernietigingsberoep volgt — en toch krijgt de verzoeker de rechtsplegingsvergoeding

Arrest nr. 236275 · 26 oktober 2016 · VIe kamer

De Raad van State heft de eerder uitgesproken schorsing op omdat geen vernietigingsberoep werd ingesteld, maar veroordeelt de Belgische Staat toch tot 700 euro rechtsplegingsvergoeding plus 200 euro andere kosten omdat hij door een corrigerende beslissing van 22 juli 2016 impliciet erkende dat de oorspronkelijke gunningsvoorwaarden door een onbevoegde overheid waren vastgesteld.

Wat gebeurde er?

De Internationale Pool-Stichting (IPF) had op 17 juni 2016 in uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing gevraagd van de gunningsvoorwaarden voor de BELARE-campagnes naar het Princess Elisabeth-station op Antarctica. Bij arrest nr. 235.533 van 20 juli 2016 had de Raad van State die schorsing toegewezen: uit de notulen van de Ministerraad van 29 april 2016 bleek dat de Ministerraad het voorwerp en de procedure van de opdracht had goedgekeurd en de Staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid had gemachtigd om de opdracht te lanceren, maar niets had beslist over de gunningsvoorwaarden zélf. Een beslissing die die voorwaarden vastlegde móést dus zijn genomen vóór de bekendmaking van het bericht van opdracht — uitdrukkelijk of stilzwijgend — en de verwerende partij had die beslissing niet kunnen aanwijzen. De Raad kon zo niet nagaan of een bevoegde overheid die voorwaarden had vastgesteld. Op 22 juli 2016, twee dagen na het schorsingsarrest, nam de Staatssecretaris een nieuwe beslissing waarbij ze het voorwerp én de gunningsvoorwaarden van de opdracht uitdrukkelijk vaststelde. Het visum van die beslissing verwees expliciet naar arrest 235.533. Tegen die nieuwe beslissing volgde een tweede beroep bij de Raad (rolnummer 219.981/VI-20.835). Bij arrest nr. 235.983 van 4 oktober 2016 sursis a statué de Raad in die zaak omdat de verwerende partij intussen, op 29 september 2016, de hele procedure had stopgezet. Reden: bij arrest nr. 235.839 van 23 september 2016 was het onderliggende KB van 10 augustus 2015 (over het beheer van het Pools Secretariaat) zelf geschorst. De gunningsprocedure had geen rechtsbasis meer en werd verlaten in de zin van artikel 35 wet overheidsopdrachten 2006. Terug naar de oorspronkelijke schorsing. Artikel 17, §4, derde lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat een schorsing automatisch wordt opgeheven als binnen de termijn geen vernietigingsberoep wordt ingesteld dat dezelfde middelen aanvoert. IPF had geen vernietigingsberoep ingesteld — wat ook logisch is, want de oorspronkelijke gunningsvoorwaarden waren intussen vervangen. De Raad heft de schorsing dus op. Maar de kostenveroordeling? Daar wint IPF wél. Met de nieuwe beslissing van 22 juli 2016, die uitdrukkelijk verwijst naar arrest 235.533, heeft de Belgische Staat 'impliciet maar zeker' erkend dat de oorspronkelijke voorwaarden niet door een bevoegde overheid waren vastgesteld — precies het middel dat IPF had aangevoerd. Onder artikel 30/1 coördinerende wetten geldt IPF dus als de partij die de zaak gewonnen heeft. 700 euro rechtsplegingsvergoeding en 200 euro andere kosten ten laste van de Staat.

Waarom doet dit ertoe?

Twee dingen zijn praktisch belangrijk in dit arrest. Eerst: een schorsing in UDN is geen eindstation. Als je geen vernietigingsberoep instelt, valt ze automatisch weg na de gewone termijn (artikel 17, §4, derde lid). Voor verzoekers betekent dit dat een succesvolle schorsing geen garantie is op blijvende bescherming — je moet doorzetten met een vernietigingsberoep, tenzij de aanbesteder de aangevochten beslissing intrekt of vervangt (zoals hier). Tweede en minder bekend punt: het lot van de kostenveroordeling volgt het 'in het gelijk gestelde zijn', niet het lot van de schorsing zélf. Wie zijn schorsing automatisch ziet wegvallen kan dus nog steeds de rechtsplegingsvergoeding krijgen als de aanbesteder ondertussen door zijn handelen (een corrigerende beslissing, een verlating van de procedure) impliciet heeft erkend dat het middel gegrond was. Voor aanbesteders is dat een waarschuwing: een corrigerende beslissing nemen 'om verder te kunnen' vrijwaart u niet van de kosten van de eerste procedure — de verwijzing naar het schorsingsarrest in het visum van uw nieuwe beslissing telt als impliciete erkenning.

De les

Als je een schorsing in UDN behaalt en de aanbesteder reageert met een nieuwe beslissing die het euvel rechtzet: je hoeft niet noodzakelijk een vernietigingsberoep in te stellen tegen het oorspronkelijke besluit (dat is intussen vervangen of betekenisloos), maar bewaak wél de kostenveroordeling. Vraag uitdrukkelijk de rechtsplegingsvergoeding wanneer de schorsing op grond van artikel 17, §4 wordt opgeheven en wijs de Raad op de corrigerende handelingen van de aanbesteder. Voor aanbesteders: als u na een schorsing een nieuwe beslissing neemt, vermijd dan een visum dat letterlijk verwijst naar 'arrest nr. X van de Raad van State' — dat is een schriftelijke erkenning dat het middel terecht was. Ofwel motiveert u zelfstandig waarom de nieuwe beslissing rechtmatig is, ofwel aanvaardt u dat de kosten van de eerste procedure voor uw rekening zullen komen.

Te onthouden

  • Een UDN-schorsing wordt automatisch opgeheven als binnen de wettelijke termijn geen vernietigingsberoep met dezelfde middelen wordt ingesteld (art. 17, §4, derde lid)
  • De Ministerraad die het 'voorwerp en de procedure' van een opdracht goedkeurt, beslist daarmee niet over de gunningsvoorwaarden — die moeten nog apart, en door een bevoegde overheid worden vastgesteld
  • Een corrigerende beslissing met een visum dat verwijst naar het schorsingsarrest geldt als impliciete erkenning dat het middel gegrond was
  • De rechtsplegingsvergoeding volgt het 'in het gelijk gestelde zijn', niet het formele lot van de schorsing — wie zijn schorsing automatisch ziet vervallen kan toch de kosten winnen
  • Verlating van de gunningsprocedure (art. 35 wet 2006) maakt verdere middelen tegen de oorspronkelijke beslissing zinloos, maar verandert niets aan de kostenverdeling

Waarop letten

  • Een goedkeuring door de Ministerraad die enkel het voorwerp en de procedure dekt — voor de gunningsvoorwaarden is een afzonderlijke bevoegde beslissing nodig
  • Een visum dat verwijst naar 'arrest nr. X van de Raad van State' in een corrigerende beslissing — schriftelijke erkenning, met kostengevolgen
  • De termijn van 60 dagen voor het instellen van het vernietigingsberoep na een UDN-schorsing — bewaakt zelfs als je voorlopig 'wint'
  • Procedures gestart op basis van een KB dat zelf wordt aangevochten — bij schorsing van het KB verliest de hele procedure haar grondslag

Stel jezelf de vraag

Heb je een schorsing in UDN behaald en heeft de aanbesteder vervolgens een corrigerende beslissing genomen die naar jouw schorsingsarrest verwijst? Dan: (a) is het zinvol om nog vernietigingsberoep in te stellen tegen het oorspronkelijke besluit (meestal niet, want vervangen), maar (b) vraag uitdrukkelijk de rechtsplegingsvergoeding bij de behandeling van de opheffingsprocedure — verwijs naar de impliciete erkenning in het visum van de corrigerende beslissing.

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →