zonder_voorwerp Nederlandstalig college

Een gunningsbeslissing intrekken na een UDN-vordering kost je 700 euro rechtsplegingsvergoeding plus rolrecht — ook al wint niemand inhoudelijk

Arrest nr. 237079 · 19 januari 2017 · XIIe kamer

De Raad van State stelt vast dat de UDN-vordering van Coca-Cola European Partners Belgium tegen de gunning van een drankautomatencontract aan Pelican Rouge zonder voorwerp is omdat de FOD Financiën zijn gunningsbeslissing in de tussentijd heeft ingetrokken — en veroordeelt de FOD tot het rolrecht en 700 euro rechtsplegingsvergoeding omdat Coca-Cola door die intrekking als 'in het gelijk gestelde partij' geldt.

Wat gebeurde er?

Op 5 december 2016 beslist de minister van Financiën om de concessie 'voor het gebruiksklaar installeren en het beheer van automaten voor warme en koude dranken en voor snacks in de gebouwen bezet door de FOD Financiën' (bestek nr. S&L/DA/2016/078) te gunnen aan de NV Pelican Rouge Coffee Solutions, en bijgevolg niet aan de BVBA Coca-Cola European Partners Belgium, hoewel haar offerte eveneens regelmatig was bevonden. Op 20 december 2016 stelt Coca-Cola een UDN-vordering in tot schorsing van de tenuitvoerlegging van die gunningsbeslissing. De zaak wordt vastgesteld voor de zitting van 12 januari 2017 om 10.00 uur, voor de XIIe kamer onder kamervoorzitter Dierk Verbiest. Coca-Cola wordt vertegenwoordigd door advocaten Els Desair en Benjamin d'Hollander, de FOD door attaché Selim Dedeli. Nog vóór de zitting trekt de minister van Financiën met een niet-gedateerde beslissing de bestreden gunningsbeslissing in. De FOD heeft daarover een nota neergelegd. Op de zitting stelt de Raad vast dat de vordering daardoor zonder voorwerp is geworden — minstens dat Coca-Cola haar belang bij de vordering heeft verloren. Maar zonder voorwerp betekent niet kosteloos. Eerste auditeur Ann Eylenbosch geeft een eensluidend advies. Toepassing van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 67 van het Regentsbesluit van 23 augustus 1948: door de intrekking van de bestreden beslissing geldt Coca-Cola materieel als de in het gelijk gestelde partij. De Raad legt het rolrecht ten laste van de FOD Financiën en kent Coca-Cola een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe.

Waarom doet dit ertoe?

Voor aanbestedende overheden die een UDN-vordering tegen hun gunningsbeslissing zien aankomen: de stille intrekking is geen kosteloze uitweg. Wie zijn beslissing intrekt nadat een verzoeker rechtsbijstand heeft ingeschakeld en een verzoekschrift heeft laten opstellen, draait op voor het rolrecht én voor de rechtsplegingsvergoeding van die verzoeker — die juridisch geldt als de 'in het gelijk gestelde partij'. Voor inschrijvers die overwegen een UDN te starten: laat je niet ontmoedigen door een aanbesteder die signaleert 'we gaan herzien' zonder formele intrekkingsakte. Stop pas je vordering wanneer de intrekking schriftelijk vaststaat — anders verlies je je recht op kostenrecuperatie. Voor advocaten: maak je cliënt vooraf bewust van het mechanisme van artikel 30/1 — 700 euro is geen volledige dekking van het werk, maar wel meer dan niets.

De les

Als aanbestedende overheid: weeg vóór gunning grondig af of je beslissing standhoudt. Een intrekking achteraf, na een UDN-verzoekschrift, kost je minstens het rolrecht en 700 euro rechtsplegingsvergoeding aan de verzoeker — zonder dat je iets fundamenteels hebt opgelost. Als verzoekende partij: leg in je vordering altijd expliciet de vraag voor om de kosten ten laste van de aanbestedende overheid te leggen wanneer de bestreden beslissing tijdens de procedure wordt ingetrokken — een eenvoudige verwijzing naar artikel 30/1 volstaat.

Te onthouden

  • Een intrekking van de bestreden beslissing tijdens een lopende UDN-procedure maakt de vordering zonder voorwerp
  • Toch wordt de verzoekende partij beschouwd als de 'in het gelijk gestelde partij' op grond van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State
  • De aanbestedende overheid die intrekt, draagt het rolrecht (200 euro) en betaalt een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro aan de verzoekende partij
  • De auditeur geeft in dit type zaken meestal een eensluidend advies — er is geen inhoudelijk debat meer, enkel een vaststelling
  • De intrekking kan zelfs niet-gedateerd zijn en hoeft geen specifieke vorm te hebben — wat telt is dat ze het bestreden besluit uit de rechtsorde haalt

Waarop letten

  • Een aanbesteder die na de UDN-vordering signaleert dat hij 'overweegt te herzien' — wacht met afstand van de vordering tot de intrekkingsakte schriftelijk vaststaat
  • Een gunningsbeslissing van een federale overheidsdienst voor een concessie van automaten — typisch in een verlenging of vernieuwing van een lopend contract, dus risico op onzorgvuldige motivering
  • Een UDN-verzoekschrift dat snel na de gunningsbrief wordt ingediend (15 dagen termijn) — de aanbesteder heeft weinig tijd om alsnog te bekijken of zijn beslissing standhoudt

Stel jezelf de vraag

Heeft de aanbesteder na het indienen van mijn UDN-verzoekschrift de bestreden beslissing ingetrokken zonder formele beslissing tot mijn voordeel? In dat geval ben ik de in het gelijk gestelde partij in de zin van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, en kan ik vragen om het rolrecht en de rechtsplegingsvergoeding van 700 euro ten laste van de aanbesteder te leggen.

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →