Andere Nederlandstalig college

Afstand vóór het arrest in een gewone schorsingsvordering — geen kostenrecuperatie zoals in UDN met intrekking

Arrest nr. 237099 · 19 januari 2017 · XIIe kamer

De Raad van State stelt vast dat BVBA ASBO afstand doet van haar gewone schorsingsvordering tegen de gunning van een groenonderhoudsopdracht aan De Vlieger voor 972.300,01 euro excl. BTW, zonder dat over kosten of rechtsplegingsvergoeding wordt beslist.

Wat gebeurde er?

Op 25 mei 2016 neemt het Vlaams Gewest, Agentschap Wegen en Werken West-Vlaanderen, een gunningsbeslissing in een open offerteaanvraag voor groenonderhoud in district 312 Kortrijk autosnelwegen (bestek 1M3D8J/18/12, dossiernr 030/D312/131). Het gunningsverslag wordt op 6 juni 2016 aan BVBA ASBO meegedeeld. De opdracht wordt niet aan ASBO toegewezen, maar wel aan De Vlieger BVBA voor een bedrag van 972.300,01 euro excl. BTW (1.176.483,01 euro incl. BTW). Op 5 augustus 2016 stelt ASBO een gewone vordering tot schorsing in van die gunningsbeslissing. Niet in UDN — dus binnen de zestig-dagen-termijn van artikel 17, §1 van de gecoördineerde wetten, na het verstrijken van de wachttermijn. Het Vlaams Gewest dient een nota in. Eerste auditeur Jos Stevens stelt een verslag op. De partijen worden opgeroepen voor de zitting van 20 december 2016. Staatsraad Johan Bovin brengt verslag uit. Op die zitting verschijnen advocaat Yasmine D'Hanis (loco Kris Verberckmoes) voor ASBO en advocaat Sophie Bleux (loco Kris Wauters) voor het Vlaams Gewest. Eerste auditeur-afdelingshoofd Luc Vermeire geeft een eensluidend advies. Maar dan, vóór dat advies in een arrest is omgezet: bij brief van 19 december 2016 — één dag vóór de zitting — laat ASBO weten dat zij afstand doet van haar vordering tot schorsing. Op 19 januari 2017 stelt de XIIe kamer onder waarnemend voorzitter Johan Bovin de afstand vast. Geen inhoudelijke beoordeling. Geen kostenveroordeling. Geen rechtsplegingsvergoeding.

Waarom doet dit ertoe?

Wie een schorsingsvordering bij gewone procedure (niet UDN) instelt en achteraf de zaak laat vallen, krijgt geen kostenrecuperatie zoals bij intrekking door de aanbestedende overheid. Het verschil zit in wie de zaak verlaat: trekt de aanbesteder het bestreden besluit in, dan ben jij de 'in het gelijk gestelde partij' in de zin van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten en heb je recht op rolrecht en rechtsplegingsvergoeding. Doe je zelf afstand, dan blijven je rolrechten en de erelonen van je advocaat voor jouw rekening. Voor inschrijvers betekent dit dat je vóór elke afstand checkt: heeft de aanbestedende overheid intussen een nieuwe beslissing genomen die je vordering zonder voorwerp maakt? Zo ja, formuleer je 'afstand' dan als een vraag tot vaststelling van zonder voorwerp wegens intrekking — de uitkomst lijkt identiek, maar de kostenregeling is fundamenteel anders.

De les

Doe nooit zomaar afstand van een schorsingsvordering zonder na te gaan of de aanbestedende overheid in de tussentijd een handeling heeft gesteld (intrekking, vernietiging, hergunning) die je vordering zonder voorwerp maakt. In dat geval moet je vragen om vaststelling van zonder voorwerp met toepassing van artikel 30/1 — niet om afstand. Het kostenverschil kan oplopen tot enkele honderden euro voor een KMO, maar principieel is het belangrijker: je toont aan dat de procedure zin had en dat de aanbesteder bij gebrek aan rechtmatigheid heeft moeten ingrijpen.

Te onthouden

  • Een gewone schorsingsvordering (niet UDN) loopt onder artikel 17, §1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, met een termijn van zestig dagen na de mededeling van de bestreden beslissing en na het verstrijken van de wachttermijn
  • Een gewone schorsingsvordering wordt vooraf onderzocht door de auditeur (verslag), gevolgd door een zitting met eensluidend advies — een grondiger debat dan in UDN
  • Afstand van vordering door de verzoekende partij wordt vastgesteld bij arrest, zonder inhoudelijke beoordeling en zonder kostenveroordeling van de verwerende partij
  • Bij afstand draagt de verzoekende partij in principe haar eigen kosten — geen rechtsplegingsvergoeding, geen rolrecht teruggave
  • Voor de kostenregeling is fundamenteel verschillend: afstand (eigen kosten) versus zonder voorwerp wegens intrekking door de aanbesteder (artikel 30/1, kostenrecuperatie)

Waarop letten

  • Een schorsingszitting waarop de verzoekende partij plots afstand doet — vraag of er ondertussen geen feitelijke regeling is bereikt die als 'in het gelijk stelling' kan worden gekwalificeerd
  • Een gewone schorsingsvordering die ingediend wordt zes weken ná de gunningsbeslissing — controleer of de wachttermijn correct werd nageleefd vóór indiening
  • Een aanbestedende overheid die kort vóór de zitting plots inschikkelijk wordt — vaak signaal dat haar motivering kwetsbaar is, en dan loont het om vol te houden in plaats van afstand te doen

Stel jezelf de vraag

Voordat ik afstand doe van mijn schorsingsvordering: heeft de aanbestedende overheid de bestreden beslissing intussen ingetrokken, vernietigd of vervangen? Heeft zij toegegeven dat haar motivering ondermaats was? Heb ik door de procedure een feitelijk gunstig resultaat bekomen (bv. een hergunning, een nieuwe analyse)? Zo ja, formuleer ik geen afstand maar vraag vaststelling van zonder voorwerp onder artikel 30/1 met kostenveroordeling van de verwerende partij.

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →