Een verhoogde rechtsplegingsvergoeding (2.800 euro) krijg je niet door te zeggen dat de aanbesteder 'wist dat hij fout zat' — je moet concrete omstandigheden aanvoeren
De Raad van State heft de schorsing op van een gunning door de provincie Vlaams-Brabant aan de bvba Geerts voor onderhoudswerken aan onbevaarbare waterlopen, en kent slechts het basisbedrag van 700 euro rechtsplegingsvergoeding toe — niet de gevraagde 2.800 euro — omdat Audenaert geen concrete omstandigheden aandroeg die de verviervoudiging rechtvaardigen.
Wat gebeurde er?
Op 19 januari 2017 nam de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant twee beslissingen tegelijk: de offerte van de bvba Andre Audenaert voor de opdracht 'Onderhoudswerken uit te voeren aan de onbevaarbare waterlopen van de tweede categorie in het Demerbekken Noord – 2016-2017' (bestek nr. 2016/10) werd substantieel onregelmatig verklaard, en de opdracht werd gegund aan de bvba Geerts. Audenaert trok in UDN naar de Raad van State op 13 februari 2017. Met arrest nr. 237.572 van 7 maart 2017 schorste de XIIe kamer de gunning. Twee dagen later, op 9 maart 2017, trok de deputatie de bestreden gunningsbeslissing zelf in. Audenaert diende vervolgens geen vernietigingsberoep in. De procedurele afsluiting volgde het bekende patroon van artikel 17, §4, derde lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State: de schorsing wordt automatisch opgeheven. De kostenveroordeling vloeide eveneens vanzelf voort uit de intrekking door de aanbesteder. Maar het arrest werd interessant door één bijkomende vraag. In haar verzoekschrift vroeg Audenaert niet de standaard rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, maar 2.800 euro — viermaal het basisbedrag. De motivering: zij had 'tijd, moeite noch kosten gespaard om te vermijden dat onderhavige vordering moest worden ingesteld' en de provincie was 'zich er immers reeds voor het instellen van deze vordering [van] bewust [...] dat de gevoerde gunningsprocedure is aangetast door een manifeste onwettigheid [maar] desalniettemin weigert [...] deze onwettigheid te herstellen'. De Raad ging daar niet in mee. Onder verwijzing naar artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 67 van het Regentbesluit van 23 augustus 1948 stelde de XIIe kamer (waarnemend voorzitter Johan Bovin): 'Wat de begroting van de omvang van de rechtsplegingsvergoeding betreft, voert de verzoekende partij geen omstandigheden aan die het toekennen van een rechtsplegingsvergoeding die hoger is dan het door voormeld artikel 67, § 1, eerste lid, vastgestelde basisbedrag van 700 euro, verantwoorden. Het feit dat zij de voorliggende procedure heeft dienen in te stellen, volstaat daartoe niet.' Met andere woorden: het loutere feit dat de inschrijver inspanningen heeft moeten leveren en dat de aanbesteder 'kennis had' van de onregelmatigheid is geen verzwarende omstandigheid. De Raad kende dus slechts het basisbedrag van 700 euro toe, plus 200 euro rolrecht, ten laste van de provincie Vlaams-Brabant.
Waarom doet dit ertoe?
Voor advocaten en bid managers die proceduretactisch denken: een hogere rechtsplegingsvergoeding aanvragen kan, maar je moet concrete, uitzonderlijke omstandigheden aanvoeren. Algemene argumenten als 'wij hebben veel werk gehad', 'de aanbesteder wist dat hij fout zat', of 'we hebben getracht het te vermijden' worden door de Raad als reguliere kenmerken van élke procedure beschouwd en motiveren dus geen verhoging. Wat zou wél kunnen werken: aantoonbaar uitzonderlijke complexiteit van het dossier, kwade trouw van de aanbesteder met dossier (bv. valse stukken, manifeste manipulatie), of een onevenredig hoge tussenkomst van advocaten/experten gedocumenteerd met facturen. Voor inschrijvers die overwegen te procederen: reken vooraf met het basisbedrag van 700 euro RPV, niet met een hoger bedrag dat je hoopt te krijgen.
De les
Vraag in je UDN-verzoekschrift het basisbedrag van 700 euro rechtsplegingsvergoeding aan, of motiveer een verhoging zeer concreet en gedocumenteerd. Algemene retoriek over de 'inspanningen' of de 'manifeste onwettigheid' van de aanbesteder volstaat niet. De Raad kijkt naar specifieke verzwarende factoren zoals dossiercomplexiteit en buitengewone advocaatkosten — niet naar de subjectieve beleving van de partijen.
Te onthouden
- De rechtsplegingsvergoeding voor een UDN-procedure bedraagt standaard 700 euro (artikel 67, §1, eerste lid Regentbesluit 23/08/1948)
- Een verhoging is mogelijk, maar de verzoekende partij moet concrete omstandigheden aanvoeren die afwijken van het normale verloop van een procedure
- Het feit dat een partij gedwongen werd te procederen, dat ze veel werk verrichtte, of dat de tegenpartij wist dat ze fout zat — telt niet als verzwarende omstandigheid
- Bij intrekking van de bestreden beslissing wordt de verzoeker als 'in het gelijk gestelde partij' beschouwd voor de kostenveroordeling, ook al wordt de schorsing formeel opgeheven
Waarop letten
- Een gevraagde RPV-verhoging zonder concrete onderbouwing wordt door de Raad systematisch teruggebracht naar 700 euro — formuleer specifiek of verspil de moeite niet
- Argumenten gebaseerd op de 'kwade trouw' of 'kennelijke onwettigheid' van de aanbesteder zijn juridisch gemeenplaats — ze maken geen indruk
- Concrete omstandigheden die wel kunnen werken: dossiers van uitzonderlijke complexiteit, vertaal- of expertisekosten, ongebruikelijk groot aantal stukken — gedocumenteerd met facturen of dossierreferenties
Stel jezelf de vraag
Als je een rechtsplegingsvergoeding hoger dan 700 euro vraagt: kan je per element van de verhoging concreet aanwijzen welke omstandigheid (complexiteit, hoeveelheid stukken, gespecialiseerde expertise) de verhoging rechtvaardigt? Of komt je motivering neer op 'we hebben veel werk gehad'? In dat laatste geval krijg je 700 euro.
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →