Na een schorsing trekt de aanbesteder de gunning vaak gewoon in — en dan is de annulatieprocedure 'zonder voorwerp', maar je krijgt wel je rechtsplegingsvergoeding
De gemeente Ans had de opdracht voor haar externe preventiedienst aan PROVIKMO gegund; nadat SPMT-ARISTA een schorsing had gekregen, trok de gemeente haar gunningsbeslissing in en de annulatievordering verloor haar voorwerp — maar SPMT-ARISTA wordt als 'in het gelijk gestelde partij' beschouwd en krijgt €700 rechtsplegingsvergoeding plus €400 in kosten.
Wat gebeurde er?
Eind 2017 schreef de gemeente Ans (Luik) een dienstenopdracht uit voor een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk (bestek nr. 20170042). Op 13 december 2017 besliste het college van burgemeester en schepenen om de opdracht aan VZW PROVIKMO te gunnen. De kennisgeving aan VZW SPMT-ARISTA volgde op 18 december 2017. Op 2 januari 2018 stelde SPMT-ARISTA een UDN-vordering in. Op 23 januari 2018 vroeg PROVIKMO, als adjudicataire, om als tussenkomende partij te worden toegelaten. In arrest nr. 240.653 van 2 februari 2018 werd PROVIKMO voorlopig in tussenkomst toegelaten, werd de schorsing van de gunningsbeslissing uitgesproken, en werden de kosten gereserveerd. De gemeente Ans diende op 5 maart 2018 een 'verzoek tot voortzetting van de procedure' in — wat betekent dat zij de annulatieprocedure ten gronde wilde laten doorgaan. Een maand later koos zij echter een andere weg: op 5 april 2018 trok het college zijn eigen gunningsbeslissing van 13 december 2017 in. Die intrekking werd op 11 april per e-mail en op 12 april per aangetekende brief aan SPMT-ARISTA en PROVIKMO meegedeeld, met vermelding van rechtsmiddelen, vormen en termijnen. Geen van beide partijen stelde beroep in tegen die intrekking binnen de termijn. De Raad van State, in een arrest van 27 november 2018 voorgezeten door Nathalie Van Laer, stelt vast dat de intrekking definitief is geworden en dat de annulatievordering daarmee zonder voorwerp is. De schorsing uitgesproken in arrest 240.653 wordt opgeheven (logisch — er is geen beslissing meer om te schorsen). Maar dan komt het procedureel interessante deel: artikel 30/1 van de wetten op de Raad van State bepaalt dat een 'in het gelijk gestelde partij' recht heeft op een rechtsplegingsvergoeding. Aangezien de gemeente vrijwillig de aangevochten beslissing heeft ingetrokken nadat SPMT-ARISTA een schorsing had verkregen, wordt SPMT-ARISTA gelijkgesteld met een in het gelijk gestelde partij. Resultaat: €700 rechtsplegingsvergoeding ten laste van de gemeente, plus €400 in andere kosten ten laste van de gemeente en €150 ten laste van PROVIKMO als tussenkomende partij.
Waarom doet dit ertoe?
Heel veel UDN-vorderingen eindigen niet in een vernietigingsarrest maar in dit scenario: de schorsing wordt toegekend, de aanbesteder trekt haar beslissing in, en de annulatievordering verliest haar voorwerp. Voor inschrijvers betekent dat: een schorsing is op zich vaak voldoende om de uitkomst te kantelen — niet altijd in jouw voordeel (de procedure kan gewoon worden overgedaan), maar wel weg uit de winnende positie van de oorspronkelijke adjudicataire. Belangrijk: zelfs als de zaak 'zonder voorwerp' wordt verklaard, krijg je via art. 30/1 je rechtsplegingsvergoeding (€700) en bijdrage in kosten (€400) ten laste van de aanbesteder, plus eventueel een deel ten laste van de tussenkomende partij. Voor aanbesteders: na een schorsing is intrekking en heropstart vaak verstandiger dan blijven vechten in de annulatieprocedure — maar besef dat je dan automatisch als verliezer wordt aangemerkt voor de kosten. Het is geen 'gratis' uitweg.
De les
Als verzoekende partij na een schorsing: blijf alert. De aanbesteder kan haar beslissing intrekken en de procedure heropstarten — meestal met aangepaste documenten of een hertoetsing. Je 'overwinning' is voorlopig en je moet de nieuwe beslissing opnieuw beoordelen. Vraag in elk geval een rechtsplegingsvergoeding op grond van art. 30/1, ook al wordt de zaak zonder voorwerp verklaard — dat is geen automatisme. Als aanbesteder: na een schorsing is intrekking + nieuwe beslissing meestal sneller dan een annulatieprocedure ten gronde, maar je betaalt onvermijdelijk de rechtsplegingsvergoeding van de wederpartij. Reken die kost mee in de afweging.
Te onthouden
- Veel UDN-procedures eindigen 'zonder voorwerp' nadat de aanbesteder na een schorsing haar gunningsbeslissing intrekt
- De intrekking moet aan beide partijen worden betekend met vermelding van rechtsmiddelen, vormen en termijnen — geen beroep binnen die termijn = intrekking definitief
- Op grond van art. 30/1 wetten Raad van State wordt de verzoeker, ondanks 'verlies van voorwerp', gelijkgesteld met een in het gelijk gestelde partij — recht op €700 rechtsplegingsvergoeding
- Andere kosten (bv. €400) kunnen ten laste van de aanbesteder gelegd worden, plus een deel (bv. €150) ten laste van de tussenkomende partij/adjudicataire
- De schorsing wordt opgeheven omdat zij geen voorwerp meer heeft — er is geen gunning meer om te schorsen
Waarop letten
- Een aanbesteder die na een schorsing een 'verzoek tot voortzetting' indient en daarna alsnog intrekt — dat suggereert dat zij intern tot het inzicht is gekomen dat de procedure niet houdbaar was
- Een intrekkingsbeslissing zonder vermelding van rechtsmiddelen kan zelf onregelmatig zijn — controleer de notificatie
- Vergeet niet expliciet een rechtsplegingsvergoeding te vragen — geen automatisme bij verlies van voorwerp
- Een tussenkomende partij (de oorspronkelijke adjudicataire) kan ook in de kosten worden veroordeeld, zij het beperkt
Stel jezelf de vraag
Je bent verzoekende partij. Je hebt een UDN-schorsing verkregen. De aanbesteder trekt vier maanden later haar gunning in en betekent je die intrekking met vermelding van rechtsmiddelen. Twee vragen: (1) Wil je beroep instellen tegen de intrekking zelf (alleen zinvol als de intrekking nadelig is voor jou — meestal niet, behalve bij specifieke schadeoverwegingen)? (2) Heb je in je ten gronde-stukken expliciet een rechtsplegingsvergoeding van €700 gevraagd? Zo niet, doe dat alsnog vóór de zitting. Zonder uitdrukkelijk verzoek kent de Raad geen vergoeding toe.
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →