Je wint omdat de aanbesteder zelf intrekt — maar 5.600 euro vragen levert je 700 euro op
Bruxelles-Environnement trekt zijn gunningsbeslissing in nadat de Raad de schorsing al heeft bevolen, en CERAA wint daarmee de annulatieprocedure — maar zijn vraag voor 5.600 euro rechtsplegingsvergoeding (basis maximum verdubbeld voor schorsing én annulatie) wordt herleid tot het basisbedrag van 700 euro.
Wat gebeurde er?
De vzw CERAA had op 19 februari 2018 de annulatie gevraagd van de beslissing van het IBGE (vandaag Bruxelles-Environnement) van 13 december 2017 om lot 5 ('Coördinatie thematiek Duurzaam Bouwen') van de opdracht voor begeleidingsdiensten van het Brussels Plan voor de Circulaire Economie (PREC) te gunnen aan BDO Management Advisory cvba. Diezelfde dag — 23 januari 2018 — had de Raad van State bij arrest nr. 240.511 de schorsing van die gunningsbeslissing al bevolen. Bruxelles-Environnement reageerde snel: op 19 februari 2018 trok het zijn beslissing in en stelde alle inschrijvers daarvan per brief van 22 februari 2018 in kennis met vermelding van de beroepstermijnen en -modaliteiten. Niemand heeft binnen de termijn beroep ingesteld tegen die intrekkingsbeslissing, zodat ze definitief is geworden. Daarmee wordt de annulatievordering van CERAA zonder voorwerp. Tegelijk moet de schorsing die het arrest nr. 240.511 had uitgesproken, worden opgeheven. De interessante kwestie zit in de rechtsplegingsvergoeding. CERAA vroeg 2.800 euro voor de schorsingsprocedure én 2.800 euro voor de annulatieprocedure — samen 5.600 euro. De redenering daarvoor: voor geschillen inzake overheidsopdrachten kan het maximumbedrag in artikel 67, § 1, van het procedurereglement worden opgetrokken tot 2.800 euro. Maar de Raad maakt drie afzonderlijke afwijzingen. Eén: het verdwijnen van de bestreden handeling door intrekking is een 'succedaan' van een vernietiging in het contentieux, zodat Bruxelles-Environnement de in het ongelijk gestelde partij is in de zin van artikel 30/1 van de gecoördineerde RvS-wetten — daar krijgt CERAA dus een vergoeding. Twee: voor een dubbele rechtsplegingsvergoeding (één voor de schorsing, één voor de annulatie) moet de verzoeker concrete elementen aanvoeren; CERAA doet dat niet. Drie: de verhoging met 20 procent kan in geen geval worden toegekend, want artikel 67, § 2, derde lid, sluit een verhoging uit wanneer de bestreden handeling werd ingetrokken. Daarbij komt nog: de aanpassing van het maximum van 1.400 euro naar 2.800 euro voor opdrachtengeschillen geldt enkel voor het maximum, niet voor de basis. Het basisbedrag blijft 700 euro, ook in opdrachtengeschillen. Wie dat basisbedrag wil overschrijden, moet concrete elementen aanvoeren — algemene verwijzingen naar het belang van de zaak volstaan niet. CERAA heeft niets aangevoerd. Resultaat: 700 euro rechtsplegingsvergoeding en 400 euro andere kosten ten laste van Bruxelles-Environnement. De zitting werd voorgezeten door kamervoorzitter Imre Kovalovszky, met eerste auditeur Laurent Jans. Auditor Jans had een conform advies uitgebracht.
Waarom doet dit ertoe?
Veel verzoekers gaan ervan uit dat het maximum-bedrag voor opdrachtengeschillen — 2.800 euro — automatisch geldt en dat een schorsings- plus annulatieprocedure samen recht geven op een dubbele vergoeding. Dat is niet zo. Het basisbedrag is 700 euro, ook in opdrachtenzaken. Het maximum van 2.800 euro is alleen bereikbaar als je concreet uitlegt waarom jouw zaak afwijkt van het standaardgeval — bijvoorbeeld door bijzondere complexiteit, omvang van het procedurewerk, of een buitengewone proceshouding van de tegenpartij. Voor een dubbele vergoeding (schorsing én annulatie) heb je eveneens concrete onderbouwing nodig. En: zodra de aanbesteder de bestreden beslissing intrekt, vervalt automatisch de mogelijkheid om de vergoeding met 20 procent te verhogen. Dat laatste is een zachte pressie op aanbesteders om snel in te trekken na een schorsing — ze besparen daarmee 20 procent op de rechtsplegingsvergoeding, naast natuurlijk de uitvoeringsschade die ze sowieso vermijden. Voor verzoekende partijen betekent dit dat een 'dubbele en gemaximaliseerde' vergoedingsclaim van 5.600 euro vrijwel altijd zal worden teruggebracht tot 700 euro — tenzij je écht het werk doet om de afwijking te onderbouwen.
De les
Als je rechtsplegingsvergoeding vraagt na een intrekking door de aanbesteder, vraag dan niet zomaar het maximum. Onderbouw concreet waarom 2.800 euro gerechtvaardigd is (complexiteit, omvang werk, proceshouding tegenpartij). Vraag de dubbele vergoeding (schorsing + annulatie) alleen als je beide procedures effectief hebt gevoerd én concrete elementen aandraagt waarom dubbel werk dubbel betaald moet worden. En weet dat de 20%-verhoging na intrekking sowieso onmogelijk is — claim dat niet.
Te onthouden
- Een intrekking door de aanbesteder is een 'succedaan van een vernietiging': je telt als de in het gelijk gestelde partij (art. 30/1 RvS-wetten)
- Het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding is 700 euro — ook in opdrachtenzaken
- Het maximum van 2.800 euro voor opdrachtengeschillen is geen automatisme: vraag het pas met concrete elementen erbij
- Dubbele vergoeding (schorsing + annulatie) vereist concrete onderbouwing — algemene verwijzingen volstaan niet
- Geen verhoging met 20 procent meer mogelijk wanneer de bestreden handeling werd ingetrokken (art. 67, § 2, lid 3 procedurereglement)
Waarop letten
- De aanbesteder die ná een schorsingsarrest snel intrekt — bespaart de 20%-verhoging op de rechtsplegingsvergoeding
- Een verzoekschrift dat zonder onderbouwing 2.800 euro vraagt — wordt mechanisch teruggebracht tot 700
- Een claim voor dubbele vergoeding (schorsing + annulatie) zonder uitleg waarom het werk dubbel was — wordt enkelvoudig
Stel jezelf de vraag
Je bent als verzoeker op weg om in je verzoekschrift het maximumbedrag van 2.800 euro rechtsplegingsvergoeding te vragen voor een opdrachtenzaak. Heb je concreet onderbouwd waarom jouw zaak afwijkt van het basisbedrag van 700 euro? Zonder onderbouwing krijg je 700, niet 2.800.
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →