Vraag het basisbedrag, krijg het basisbedrag — een 700-euro-zaak die in 12 weken is afgehandeld
Intermédiance & Partners valt in UDN de gunning aan van een gerechtsdeurwaardersopdracht door Momignies aan een individuele deurwaarder; de gemeente trekt binnen twee weken in, en de Raad kent de vraag van de verzoeker — exact 700 euro rechtsplegingsvergoeding — toe zonder discussie.
Wat gebeurde er?
Op 30 maart 2018 dient de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Intermédiance & Partners bij uiterst dringende noodzakelijkheid een schorsingsvordering in tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van Momignies van 14 februari 2018. Die beslissing gunde de opdracht voor gerechtsdeurwaardersdiensten aan Jean-Pierre Bruynooghe (rue du Peuple 4, 7370 Dour) als de inschrijver met de economisch meest voordelige offerte op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding. De zitting wordt eerst vastgelegd op 17 april 2018, en bij brieven van 16 april 2018 sine die uitgesteld. Op 12 april 2018 — minder dan twee weken na de UDN-vordering — neemt Momignies een intrekkingsbeslissing. Die intrekking wordt aan alle inschrijvers betekend per aangetekende brieven die op 19 april 2018 ontvangen worden. De brieven vermelden netjes de beroepstermijnen en -vormen. Geen enkele inschrijver — Bruynooghe inbegrepen — vraagt binnen de termijn de annulatie van de intrekking, zodat ze definitief is en de UDN-vordering zonder voorwerp is. Op 19 december 2018 wordt de zaak alsnog behandeld door de VIe kamer, voorgezeten door kamervoorzitter Imre Kovalovszky. De rechtsplegingsvergoeding is hier niet contentieus: Intermédiance vraagt 700 euro — exact het basisbedrag, geen verzoek om verhoging, geen poging tot het maximum van 2.800 euro. De gemeente voert geen elementen aan om dat bedrag te verminderen. De Raad past de routine toe: de intrekking is een 'succedaan van een vernietiging' (art. 30/1 gecoördineerde wetten), Momignies is de in het ongelijk gestelde partij. Intermédiance krijgt zijn 700 euro toegekend, plus 20 euro bijdrage (art. 66, 6° procedurereglement) en 200 euro andere kosten — alles ten laste van Momignies. Eerste auditeur Laurent Jans gaf een conform advies. Beslissing: in een zinnetje afgerond.
Waarom doet dit ertoe?
Drie zaken op dezelfde rolzitting — 243456, 243457 en 243459 — laten samen zien hoe routinematig de Raad omgaat met intrekkingen door aanbesteders. Wie het basisbedrag vraagt, krijgt het basisbedrag. Wie meer wil, moet écht onderbouwen waarom (zie 243456). Voor verzoekers in opdrachtenzaken is dit een nuchter signaal: de financiële revanche op een aanbesteder die intrekt na een UDN-vordering is beperkt. 700 euro voor de procedurevergoeding, plus de andere kosten (200 à 400 euro). Dat dekt zelden de werkelijke advocaatkost. Maar de echte winst van de UDN-vordering zit niet in de rechtsplegingsvergoeding — ze zit in de intrekking zelf, die de tegenstrijdige gunning ongedaan maakt en de opdracht opnieuw in beweging zet. Ook de timing in deze zaak is illustratief. UDN ingediend op 30 maart 2018, intrekking op 12 april 2018 — twaalf dagen. Aanbesteders die hun beslissing niet overeind kunnen houden, doen er goed aan snel in te trekken: de UDN dwingt tot zo'n snelle herijking, en hoe sneller je intrekt, hoe lager de kosten- en tijdsdruk.
De les
Als verzoeker in een UDN-zaak waarbij de aanbesteder intrekt: vraag het bedrag dat je realistisch kan onderbouwen. 700 euro krijg je standaard, het maximum van 2.800 euro alleen met concrete elementen (complexiteit, omvang, proceshouding). Als aanbesteder die zijn beslissing niet kan verdedigen: trek snel in. Twaalf dagen is hier het tempo, en het beperkt zowel de procedure-kosten als de uitvoeringsschade.
Te onthouden
- Wie het basisbedrag van 700 euro vraagt, krijgt het toegekend — geen drempel of bewijslast
- Een snelle intrekking door de aanbesteder (hier: twaalf dagen na UDN) beperkt kosten en tijd
- Ook gemeenten kunnen in 'succedaan van vernietiging'-rationale tot in het ongelijk worden gesteld (art. 30/1)
- Bij intrekking ook 20 euro bijdrage (art. 66, 6°) ten laste van de aanbesteder
- Een zonder voorwerp-arrest is geen overwinning op de inhoud — de gunning kan opnieuw correct verlopen
Waarop letten
- Een gemeente die in week 2 al intrekt — typisch gedrag wanneer de selectie van de winnaar niet juridisch sluitend was
- Vrijwillige intrekking met deugdelijke kennisgeving (termijnen, modaliteiten) — startsein voor de definitieve werking
- Een verzoeker die meteen het basisbedrag vraagt zonder claim van verhoging — efficiënte proceshouding
Stel jezelf de vraag
Je dient als gemeente of aanbesteder een verdedigbare gunningsbeslissing in en krijgt een UDN-vordering. Hoeveel dagen tussen indiening en jouw intrekkingsbeslissing? In deze zaak: twaalf. Hoe sneller, hoe minder kosten en hoe sneller de procedure opnieuw in beweging.
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →