Niet komen opdagen op je eigen UDN-zitting kost je de schorsing — maar je behoudt wel de 700 euro vergoeding
Gilles Moury bestrijdt de gunning van een militair bouwproject aan Wust, Defensie trekt twee weken later de gunning in, maar Moury verschijnt een jaar later niet op de zitting waardoor de schorsing op procedurele gronden wordt verworpen — toch krijgt zij 700 euro rechtsplegingsvergoeding omdat de intrekking de Belgische Staat hoe dan ook tot in het ongelijk gestelde partij maakt.
Wat gebeurde er?
Op 1 december 2017 gunt de Belgische Staat — vertegenwoordigd door de Minister van Defensie — een opdracht voor de bouw van een nieuw bureau- en sanitairgebouw (bloc Compagnie) en een interventie op een bestaande sportzaal (E13) op het militaire Camp adjudant Brasseur te Amay aan de NV Établissements Jean Wust. De opdracht wordt geplaatst via open aanbesteding op basis van artikel 81, § 2, 1° van de wet van 17 juni 2016 en titel 2 van het KB van 18 april 2017. Op 13 december 2017 dient de NV Les Entreprises Gilles Moury bij UDN een schorsingsvordering in. De zitting wordt vastgelegd op 9 januari 2018, en op 20 december 2017 vraagt Wust om als tussenkomende partij toegelaten te worden — wat haar logischerwijs toekomt als gegunde. Twee dagen later — 22 december 2017 — neemt Defensie zelf een intrekkingsbeslissing tegen zijn eigen gunning. Die intrekking wordt op 9 januari 2018 ter post afgegeven en aan Wust per aangetekende brief betekend. Bij brieven van 5 januari 2018 wordt de zitting sine die uitgesteld. Wust vraagt geen annulatie van de intrekking binnen de termijn, zodat de intrekking definitief wordt. Bijna een jaar later — 6 december 2018 — wordt de zaak opnieuw vastgelegd voor 19 december 2018. Tijdens die zitting verschijnt Moury niet, noch in persoon noch via een advocaat. Defensie stuurt kapitein Mathieu Fontaine; Wust laat zich vertegenwoordigen door advocaat Hani Madani (loco Horemans en Fievez). Hier komt artikel 4, derde lid, van het KB van 5 december 1991 op de procedure in kort geding voor de Raad van State tot zijn recht: 'Indien de eiser noch aanwezig noch vertegenwoordigd is, wordt de schorsingsvordering verworpen.' De Raad past die bepaling mechanisch toe — de UDN-vordering wordt verworpen. Maar voor de rechtsplegingsvergoeding gaat het anders. De Raad herinnert eraan dat de bestreden beslissing al op 22 december 2017 was ingetrokken, en dat die intrekking definitief is geworden. De intrekking is een 'succedaan van een vernietiging', zodat Defensie — niet Moury — als de in het ongelijk gestelde partij geldt onder artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten. Defensie voert geen elementen aan om het bedrag te verminderen. Moury vroeg 700 euro en krijgt die toegekend. De andere kosten (350 euro) worden gesplitst: 200 euro ten laste van Defensie, 150 euro ten laste van Wust voor de tussenkomstkosten. Eindresultaat: een verzoeker die niet op de zitting verscheen verliest de schorsing maar wint de kosten — een paradox die alleen werkt omdat de aanbesteder al lang voordien had ingetrokken. De zitting werd voorgezeten door kamervoorzitter Imre Kovalovszky.
Waarom doet dit ertoe?
Twee aparte regels lopen hier door elkaar. De eerste — artikel 4, derde lid, KB 5 december 1991 — werkt mechanisch: niet komen opdagen op je UDN-zitting betekent verwerping van de schorsingsvordering. Geen 'meerdere kansen', geen 'misschien wel een gegronde reden' — verwerping. Voor advocatenkantoren die UDN's stapelen is dit een echt risico: een agendaverwarring of een no-show kost je de procedurele winst die je had kunnen halen. De tweede regel — artikel 30/1 gecoördineerde RvS-wetten — kijkt door de procedurele uitkomst heen naar de feitelijke evolutie. Als de bestreden handeling onderweg is ingetrokken, is de aanbesteder al de in het ongelijk gestelde partij, ook als de schorsing om procedurele redenen wordt verworpen. Dat scheidt de procedurele uitkomst (verwerping) van de financiële uitkomst (rechtsplegingsvergoeding). Voor verzoekers betekent dit: zelfs een blunder op de zitting kost je niet de rechtsplegingsvergoeding wanneer de aanbesteder zelf zijn beslissing heeft ingetrokken. Voor aanbesteders is de boodschap: een vroege intrekking sluit de financiële discussie ook af, ongeacht hoe de tegenpartij zich verder gedraagt in de procedure. De intervenient (de gegunde) draagt overigens zijn eigen tussenkomstkosten — een vaste regel.
De les
Een UDN-vordering vereist absolute aanwezigheid op de zitting (in persoon of door een advocaat). Niet komen opdagen = mechanische verwerping per artikel 4, lid 3 KB 5 december 1991. Maar als de aanbesteder de bestreden beslissing al ingetrokken heeft, ben je hoe dan ook financieel beschermd: 700 euro rechtsplegingsvergoeding krijg je toegekend, want de aanbesteder is dan de in het ongelijk gestelde partij. Splits de procedurele uitkomst en de financiële uitkomst — die volgen verschillende logica's.
Te onthouden
- Niet verschijnen op een UDN-zitting = mechanische verwerping van de schorsingsvordering (art. 4, lid 3 KB 05/12/1991)
- Een eerdere intrekking door de aanbesteder maakt hem hoe dan ook tot in het ongelijk gestelde partij (art. 30/1)
- Procedurele en financiële uitkomst volgen verschillende logica's en kunnen tegengesteld zijn
- De tussenkomende partij (gegunde inschrijver) draagt zijn eigen tussenkomstkosten — niet de aanbesteder
- Defensieopdrachten op basis van wet 17/06/2016 + KB 18/04/2017 vallen ook onder de RvS-routine voor schorsing
Waarop letten
- Een aanbesteder die binnen drie weken na een UDN intrekt — typisch signaal dat de gunning moeilijk verdedigbaar was
- Een UDN-zitting waarvoor je niet aanwezig bent — verwerping is automatisch, ook al heb je inhoudelijk gelijk
- Een tussenkomende partij die geen annulatie van de intrekking vraagt binnen de termijn — bevestigt de definitieve aard
Stel jezelf de vraag
Je hebt een UDN-vordering ingediend en de aanbesteder heeft inmiddels ingetrokken. Mag je de zitting overslaan zonder gevolgen? Antwoord: niet voor de schorsing — die wordt mechanisch verworpen wegens afwezigheid. Wel voor de rechtsplegingsvergoeding — die krijg je toch, omdat de intrekking de aanbesteder tot in het ongelijk gestelde partij maakt.
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →