Een gerechtsdeurwaarderskantoor wint de UDN, vergeet de annulatie en betaalt zijn tegenpartijen 920 euro — terwijl de Raad de schorsing weer opheft
BVBA G. De Wilde schorst in september 2018 in UDN de gunning van perceel 1 van de Gentse gerechtsdeurwaardersopdracht aan de tijdelijke vennootschap GDW-Gent/Modero, dient daarna geen annulatieberoep in, en moet vier maanden later toezien hoe de Raad van State zijn schorsing ophheft op grond van art. 17, §4, derde lid.
Wat gebeurde er?
Het college van burgemeester en schepenen van Stad Gent neemt op 16 augustus 2018 een gunningsbeslissing (collegebesluit nr. 2018_CBS_09689) in de overheidsopdracht voor diensten 'door gerechtsdeurwaarders verleende juridische diensten voor debiteurenbeheer met betrekking tot de gedwongen invordering middels dwangbevel of het uitvoeren van ad hoc opdrachten voor verschillende types vorderingen van de Stad Gent, het OCMW Gent en de Hulpverleningszone Centrum (2 percelen) – Gerechtsdeurwaarders 2018'. Perceel 1 wordt gegund aan de tijdelijke vennootschap gevormd door BVBA GDW-Gent en NV Modero Gerechtsdeurwaarderskantoor. BVBA G. De Wilde dient op 31 augustus 2018 een UDN-vordering in. Op 18 september 2018 spreekt de Raad van State bij arrest nr. 242.362 een schorsing uit — De Wilde wint de eerste ronde. Vervolgens dient De Wilde géén verzoekschrift tot nietigverklaring in. Stad Gent reageert: bij collegebesluit van 11 oktober 2018 trekt zij de bestreden gunningsbeslissing in. Wanneer de partijen op 22 januari 2019 ten gronde verschijnen, past waarnemend voorzitter Johan Bovin art. 17, §4, derde lid van de gecoördineerde RvS-wetten dwingend toe: zonder annulatieberoep moet de schorsing worden opgeheven. De schorsing van arrest nr. 242.362 verdwijnt. Wat blijft, is de kostenvraag. Omdat Stad Gent zelf op 11 oktober 2018 had ingetrokken, vindt de Raad het billijk de kosten ten laste van de Stad te leggen: rolrecht (200 euro), bijdrage (20 euro) en de gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro voor De Wilde. De tussenkomende partijen GDW-Gent en Modero — die mee in het verweer waren gestapt — worden in de tussenkomstkosten verwezen: een rolrecht van 300 euro, elk voor de helft. Praktische uitkomst: De Wilde kreeg het effect dat zij wilde (de gunning aan haar concurrent verdween na het Gentse collegebesluit), maar verloor de schorsing zelf. De tussenkomende winnaars betaalden bovendien hun eigen tussenkomstrolrecht.
Waarom doet dit ertoe?
De gerechtsdeurwaardersector is een kleine markt waar je je concurrenten persoonlijk kent. Wie hier UDN-procedures voert, doet dat vaak met de bedoeling 'de schorsing volstaat — daarna kraait er niemand meer naar'. Dit arrest toont waarom dat een dure misvatting is. Eén: zonder annulatieberoep wordt je schorsing automatisch opgeheven — art. 17, §4, derde lid laat de Raad geen marge. Twee: een tussenkomende partij die naast de aanbesteder gaat staan en mee tegen je verweert, moet niet noodzakelijk haar tussenkomstrolrecht (150 euro per partij in dit geval; 300 euro samen) terugkrijgen wanneer ze 'wint' dat de schorsing wordt opgeheven — als de aanbesteder ondertussen ingetrokken heeft, betaalt de tussenkomende partij gewoon zelf. Voor inschrijvers die zonder advocaat-procedurespecialist procederen is dit een waarschuwing: een UDN-strategie zonder annulatie-vervolg klopt juridisch niet, ook als ze in de praktijk soms 'werkt' omdat de aanbesteder uit zichzelf intrekt.
De les
Als je een UDN-schorsing wint tegen een gunningsbeslissing, dien je binnen 30 dagen óók een verzoekschrift tot nietigverklaring in. Bouw die annulatie al op tijdens de UDN-fase — de stukken zijn vers, de feiten gedocumenteerd, de juridische middelen al uitgeschreven. Kostprijs van een vergeten annulatie: je verliest de schorsing wanneer ze ter zitting komt. Voor tussenkomende partijen die als 'winnende' inschrijver mee verweren: zelfs als de Raad de schorsing opheft, kan je voor je tussenkomstrolrecht (150 euro per kantoor) opdraaien wanneer de aanbesteder ondertussen heeft ingetrokken.
Te onthouden
- Art. 17, §4, derde lid RvS-wetten verplicht de Raad om een UDN-schorsing op te heffen wanneer er geen annulatieberoep is ingediend
- De annulatietermijn van 60 dagen begint te lopen vanaf de kennisgeving van de bestreden beslissing (NIET vanaf het schorsingsarrest)
- De rechtsplegingsvergoeding van 700 euro blijft toegekend wanneer de aanbesteder ondertussen heeft ingetrokken — ook al verliest de inschrijver formeel zijn schorsing
- Tussenkomende partijen die de aanbesteder bijstaan, betalen hun eigen tussenkomstrolrecht (150 euro per partij) bij intrekking
- Een UDN-vordering zonder annulatie-vervolg is procedureel onvolledig — ook in praktijksectoren zoals gerechtsdeurwaarders, advocaten of consultants
Waarop letten
- Een UDN-strategie waarbij gehoopt wordt dat 'de aanbesteder vanzelf intrekt' — dit werkt niet altijd, en als het wel lukt verlies je nog steeds de schorsing
- Tijdelijke vennootschappen als gunningskeuze — beide partners moeten zich verdedigen en betalen elk hun eigen tussenkomstrolrecht
- Een aanbesteder die intrekt direct na een UDN-schorsing — let op: hij houdt mogelijk de termijn van je annulatie in het oog en hoopt dat je niet doorzet
Stel jezelf de vraag
Heb je in de afgelopen 30 dagen een UDN-schorsing gewonnen? Loop vandaag met je advocaat de tijdslijn na: is het annulatieverzoekschrift ingediend en betekend?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →