zonder_voorwerp Nederlandstalig college

Wie zijn beslissing intrekt nadat een schorsing is toegekend, betaalt zelf de rechtsplegingsvergoeding van beide procedures

Arrest nr. 244412 · 9 mei 2019 · XIIe kamer

Defensie gunde een raamovereenkomst voor printers en multifunctionals aan Konica Minolta en Ricoh, Canon kreeg een UDN-schorsing toegekend, waarna de minister de gunningsbeslissing introk — en daarmee niet alleen het beroep zonder voorwerp maakte, maar ook de volledige proceskostenrekening op zich nam.

Wat gebeurde er?

Defensie schreef een raamovereenkomst uit voor het aankopen, huren zonder aankoopoptie en onderhouden van multifunctionele apparaten en printers, met meerdere percelen. Op 1 oktober 2018 besliste de Minister van Defensie, belast met Ambtenarenzaken, om perceel 4 te gunnen aan Konica Minolta Business Solutions nv en de percelen 2, 3 en 10 aan Ricoh Belgium nv. Canon Belgium — die op deze percelen had ingeschreven en geen enkel perceel binnenhaalde — vroeg een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Op 13 november 2018 willigde de Raad van State die vordering in (arrest nr. 242.923). Canon trok daarop door en diende op 30 november 2018 een verzoekschrift tot nietigverklaring in. Voor de minister was de bui toen blijkbaar te veel: op 21 december 2018 trok hij — via de minister van Begroting en Ambtenarenzaken — de bestreden gunningsbeslissing zelf in. Daarmee viel het beroep zonder voorwerp en werd het 'doelloos' in de zin van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948. De Raad van State verwerpt het beroep formeel — niet inhoudelijk, maar omdat er niets meer te vernietigen viel — en kantelt vervolgens de proceskosten naar Defensie. Canon krijgt zowel voor de UDN-schorsingsprocedure als voor de annulatieprocedure een rechtsplegingsvergoeding toegewezen: in totaal 1.400 euro plus rolrecht (400 euro) en bijdrage (40 euro). Reden: door de toegekende schorsing én door de spontane intrekking moet Canon in beide procedures als de in het gelijk gestelde partij worden beschouwd. Het arrest geeft niet inhoudelijk weer waarom Defensie verloor — die argumentatie zit in het schorsingsarrest 242.923 — maar bevestigt wel het kostenmechanisme dat een opdrachtgever die intrekt na verlies, de volledige rekening mag dragen.

Waarom doet dit ertoe?

Aanbestedende diensten denken weleens dat 'intrekken en herbeginnen' goedkoper is dan een gunning verdedigen. Dit arrest toont het tegendeel: een intrekking na een toegekende schorsing kost je dubbel rechtsplegingsvergoeding — eerst voor het kort geding dat je verloor, en daarna voor de annulatieprocedure die door je eigen intrekking zonder voorwerp wordt. Voor inschrijvers is de boodschap omgekeerd hoopvol: ook als de aanbesteder na uw schorsing 'vrijwillig' opnieuw begint, blijft u juridisch winnaar voor wat de kosten betreft. Dat scheelt vaak meer dan duizend euro per procedure, en het bevestigt dat een schorsing géén pyrrusoverwinning is.

De les

Als je als inschrijver een schorsing wint en de opdrachtgever trekt de gunning daarna in, dan moet je tóch een verzoekschrift tot nietigverklaring indienen: enkel dan kan de Raad je een rechtsplegingsvergoeding toekennen voor beide procedures. Wacht je af, dan loopt de termijn van 60 dagen en zit je met de kosten van de schorsing maar krijg je niets voor de annulatieprocedure die je nooit hebt opgestart. En als opdrachtgever: weeg de kost van een intrekking na verlies altijd af — naast reputatieschade krijg je ook de volledige proceskostenrekening van beide rondes.

Te onthouden

  • Een intrekking van de gunningsbeslissing na een toegekende UDN-schorsing maakt het annulatieberoep doelloos — maar de aanbestedende dienst draagt de kosten van beide procedures
  • De inschrijver wordt 'in het gelijk gesteld' voor zowel het kort geding (door de schorsing) als de annulatie (door de intrekking), en krijgt twee keer een rechtsplegingsvergoeding
  • Concrete cijfers in dit arrest: 400 euro rolrecht + 40 euro bijdrage + 1.400 euro rechtsplegingsvergoeding ten laste van de Belgische Staat
  • Een verzoekschrift tot nietigverklaring blijft nuttig om in te dienen ná een gewonnen schorsing — alleen zo kan de tweede rechtsplegingsvergoeding worden toegekend

Waarop letten

  • Aanbestedende diensten die 'vrijwillig' intrekken na een verloren schorsing in de hoop de kosten te ontlopen — dat lukt niet
  • Termijnen: na een gewonnen schorsing moet je nog steeds binnen de wettelijke termijn (60 dagen vanaf kennisname) een annulatieberoep indienen om je rechtsplegingsvergoeding voor die tweede procedure veilig te stellen
  • De doelloosverklaring (artikel 93 Regentbesluit 23/08/1948) gaat samen met een kostenveroordeling — niet met een 'gelijkspel'

Stel jezelf de vraag

Je hebt een schorsing gewonnen en de opdrachtgever maakt geluiden over 'opnieuw beginnen'. Heb je binnen 60 dagen na de oorspronkelijke gunningsbeslissing al een verzoekschrift tot nietigverklaring lopen? Of vertrouw je erop dat de intrekking volstaat — en mis je daarmee de tweede rechtsplegingsvergoeding?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →