Een gewonnen schorsingsprocedure betekent niet dat je gunningsbeslissing veilig is — De Vlaamse Waterweg trekt zelf in, en betaalt de kosten
De Vlaamse Waterweg won het kort geding tegen Envisan/Jan De Nul over baggerwerken op de Beneden-Durme, maar trok zeventien dagen later toch zelf de gunningsbeslissing in — met als gevolg dat het annulatieberoep zonder voorwerp wordt en de aanbesteder de proceskosten draagt.
Wat gebeurde er?
De Vlaamse Waterweg schreef een opdracht voor werken uit met als voorwerp 'Beneden-Durme te Waasmunster, Zele en Lokeren – Onderhoudsbaggerwerken en renovatie van het GOG Potpolder IV' (bestek nr. AZZ-18-0004). Een tijdelijke handelsvennootschap van Envisan en Jan De Nul (THV) diende een offerte in, maar werd na heroverweging op 23 november 2018 geweerd: de offerte werd 'substantieel onregelmatig' verklaard. De opdracht ging naar DEME Environmental Contractors (DEC). De THV vroeg een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en verloor: bij arrest nr. 243.352 van 8 januari 2019 verwierp de Raad van State die vordering. Voor De Vlaamse Waterweg leek de zaak gewonnen — tot de aanbesteder zelf op 25 januari 2019, amper zeventien dagen na het schorsingsarrest, beslissing bestreden door de THV introk. Op 24 januari 2019 had de THV ondertussen al een verzoekschrift tot nietigverklaring ingediend. De intrekking maakt dat verzoekschrift zonder voorwerp en doelloos in de zin van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948. Het arrest verwerpt het beroep formeel — er valt niets meer te vernietigen — maar legt vervolgens toch de proceskosten ten laste van De Vlaamse Waterweg: 400 euro rolrecht, 40 euro bijdrage en 700 euro rechtsplegingsvergoeding voor de annulatieprocedure (de kosten van de verloren schorsing draagt de THV uiteraard zelf, conform het schorsingsarrest van januari). Daarnaast krijgt elk van de verzoekende partijen 220 euro teveel betaald rolrecht terug. Waarom De Vlaamse Waterweg zelf introk staat niet in het arrest — vermoedelijk werd in de loop van de procedure een eigen kwetsbaarheid zichtbaar — maar het kostenmechanisme is hier de reden om dit arrest te onthouden.
Waarom doet dit ertoe?
Aanbesteders denken vaak dat een gewonnen schorsing een gunning 'koudvuur-vrij' maakt. Dit dossier toont dat ook na een verworpen UDN-vordering een herziening kan plaatsvinden — en dat een vrijwillige intrekking automatisch een kostenveroordeling oplevert in de annulatieprocedure die nog liep. Voor inschrijvers wier UDN-schorsing werd verworpen is dit een cruciaal signaal: niet meteen opgeven en wel degelijk een verzoekschrift tot nietigverklaring indienen, want de aanbesteder kan in de annulatiefase nog steeds bakzeil halen. En zelfs als hij dat doet, dekt de rechtsplegingsvergoeding minstens een stuk van de kosten van de annulatieprocedure.
De les
Als je UDN-schorsing wordt verworpen, beschouw dat dan niet als het einde — dien binnen 60 dagen na de gunningsbeslissing een verzoekschrift tot nietigverklaring in. Niet alleen omdat de bodemrechter de UDN-rechter kan overrulen, maar ook omdat de aanbesteder in de loop van de procedure soms zelf een eigen zwakke plek ontdekt en intrekt. In dat scenario blijf je juridisch gezien de in het gelijk gestelde partij in de annulatieprocedure en krijg je een rechtsplegingsvergoeding — hier 700 euro per inschrijver-collectief. En als aanbesteder: weeg een intrekking na een gewonnen schorsing zorgvuldig af, want die kost je niet alleen een nieuwe procedure maar ook de kosten van de annulatie van de inschrijver.
Te onthouden
- Een verworpen UDN-schorsing belet de aanbesteder niet om later alsnog vrijwillig zijn beslissing in te trekken
- Een vrijwillige intrekking tijdens een lopende annulatieprocedure leidt tot 'doelloosverklaring' — maar de proceskosten gaan naar de aanbesteder
- Concrete kostenpost in dit arrest: 400 euro rolrecht + 40 euro bijdrage + 700 euro rechtsplegingsvergoeding aan de THV
- De THV-vorm bracht een dubbel rolrecht mee waarvan de helft (220 euro per inschrijver) wordt terugbetaald — let op die procedurele eigenheid
- Een annulatieberoep blijft zinvol ook na een verloren UDN: de bodemrechter kan anders oordelen, of de aanbesteder kan zelf intrekken
Waarop letten
- Aanbesteders die kort na een gewonnen schorsing toch hun gunningsbeslissing 'aanpassen' of intrekken — vaak een teken van een herzien intern advies
- Termijn van 60 dagen na de oorspronkelijke gunningsbeslissing voor het annulatieberoep — die loopt door, ook tijdens de UDN-procedure
- Bij THV/combinatie als verzoekende partij: dubbel rolrecht (440 euro) dat slechts deels terugbetaalbaar is
- Een intrekking laat de aanbesteder vrij om opnieuw te gunnen — vaak aan dezelfde winnaar — maar wel met een nieuwe wachttermijn en nieuwe motivering
Stel jezelf de vraag
UDN verloren? Heb je toch een verzoekschrift tot nietigverklaring ingediend binnen de 60-dagentermijn? Of zit je nu zonder beroepsmiddel te kijken hoe de aanbesteder rustig de opdracht uitvoert — terwijl je net zo goed had kunnen wachten op een mogelijke intrekking?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →