Vraag €840 rechtsplegingsvergoeding, krijg €700: een intrekking blokkeert de verhoging boven het basisbedrag
Nadat OTW haar gunning aan WOLF OIL had ingetrokken, vraagt BELUB €840 procedurevergoeding — de Raad kent slechts het basisbedrag van €700 toe omdat artikel 67, §2, lid 3 van het Regentbesluit elke verhoging uitsluit bij intrekking van de bestreden akte.
Wat gebeurde er?
Op 17 oktober 2018 wees de Raad van Bestuur van OTW (Opérateur de Transport de Wallonie) perceel 2 van een leveringsopdracht — oliën voor ZF-versnellingsbakken voor bussen — toe aan WOLF OIL CORPORATION uit Hemiksem voor €194.520 zonder btw, of €235.369,20 inclusief 21% btw. De beslissing werd op diezelfde 17 oktober per e-mail genotificeerd en op 19 oktober per aangetekend schrijven herhaald. BELUB, een concurrent, stelde een schorsingsvordering in en behaalde op 27 november 2018 een arrest 243.048 dat de tenuitvoerlegging schorste. Drie dagen later, op 30 november 2018, diende BELUB ook een verzoek tot vernietiging in. De druk werkte: op 12 december 2018 trok OTW haar eigen gunning in. Op 31 december werden alle inschrijvers per aangetekend schrijven van de intrekking op de hoogte gebracht, mét vermelding van de rechtsmiddelen, hun vormen en termijnen. Niemand stelde binnen de termijn een vernietigingsberoep tegen de intrekking in. Het beroep van BELUB tegen de oorspronkelijke gunning had bijgevolg zijn voorwerp verloren — de Raad bevestigt dat formeel en heft de schorsing op. De interessantste passage gaat echter over de kosten. BELUB had op grond van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten een rechtsplegingsvergoeding van €840 gevraagd — het verhoogde basisbedrag dat geldt voor opdrachten waarvan de waarde een bepaalde drempel overschrijdt. De Raad redeneert in twee stappen. Eerste stap: de intrekking van de bestreden akte is een 'succédané d'annulation contentieuse'; OTW wordt dus voor de kostenregeling als de in het ongelijk gestelde partij beschouwd, BELUB als de winnende partij. Tweede stap, en daar zit de twist: artikel 67, §2, lid 3 van het Regentbesluit van 23 augustus 1948 sluit elke verhoging boven het basisbedrag uit zodra de bestreden akte is ingetrokken. BELUB krijgt dus 'slechts' €700 (basisbedrag) plus rolrechten van €400 en bijdrage van €40, samen €1.140. OTW betaalt dat volledig.
Waarom doet dit ertoe?
Voor een verzoeker die een opdracht van substantiële waarde heeft verloren, is de verhoogde rechtsplegingsvergoeding een belangrijk financieel argument: ze kan oplopen tot enkele duizenden euro's voor opdrachten boven de €250.000. Dit arrest leert dat een tactische intrekking door de aanbesteder die verhoging blokkeert — de verzoeker valt terug op het basisbedrag van €700. Voor aanbestedende overheden is dat een argument om wél in te trekken zodra je twijfelt aan de houdbaarheid: je vermijdt niet alleen een vernietigingsarrest, je beperkt ook je kostenexposure tot het basisbedrag. Voor bid managers is de boodschap omgekeerd: een UDN-vordering of een vernietigingsberoep met behoorlijk bedrag in het geding wordt voor de kostenregeling minder lucratief zodra de aanbesteder intrekt. Dat verandert niets aan de strategische waarde van de procedure (je krijgt de opdracht terug op de markt), maar wel aan de financiële afdronk.
De les
Als verzoeker: vraag in je verzoekschrift de verhoogde rechtsplegingsvergoeding (op basis van de waarde van de opdracht), maar reken erop dat je 'maar' het basisbedrag van €700 krijgt zodra de aanbesteder intrekt. Begroot je strategie op de strategische winst (opdracht terug op de markt), niet op de kostenrecuperatie. Als aanbesteder: trek intern lessen uit deze blokkering — een tijdige intrekking is niet alleen procedureel slim, ze beperkt ook je kostenexposure.
Te onthouden
- Intrekking van de bestreden akte = 'succédané d'annulation contentieuse' voor de kostenregeling
- Artikel 67, §2, lid 3 Regentbesluit 23/08/1948: GEEN verhoging boven het basisbedrag bij intrekking
- Verzoeker krijgt basisbedrag van €700, ongeacht de waarde van de opdracht
- De intrekking is pas definitief als alle inschrijvers correct genotificeerd zijn (vorm + termijnen + rechtsmiddelen)
- BELUB-zaak: €1.140 totaal aan kosten ten laste OTW (€400 rolrecht + €40 bijdrage + €700 indemnité)
Waarop letten
- Een notificatie van intrekking die geen rechtsmiddelen vermeldt — de intrekking is dan niet definitief
- Inschrijvers die niet per aangetekend schrijven zijn verwittigd — de termijn loopt niet voor hen
- Aanbesteders die een intrekking gebruiken om de verhoogde rechtsplegingsvergoeding te ontwijken (legaal maar tactisch)
- Bedragen tot 21% btw inbegrepen — soms ligt de drempel voor verhoogde indemnité daar tussenin
Stel jezelf de vraag
Bij een ingetrokken bestreden akte: heeft de aanbesteder álle inschrijvers per aangetekend schrijven verwittigd, met vermelding van rechtsmiddelen, vormen en termijnen? Zo niet — dan is de intrekking nog niet definitief en blijft je beroep mogelijk levensvatbaar.
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →