Verwerping Nederlandstalig college

Een 'openbare verpachting' is geen overheidsopdracht: de broers Vandeputte botsen op de afbakening van de wet

Arrest nr. 245422 · 12 september 2019 · IXe kamer

De Raad van State verwerpt de UDN-vordering tegen een OCMW-verpachting van landbouwgrond omdat de Wet Overheidsopdrachten niet van toepassing is — wie zich op de soepele 'spoed-presumptie' van de rechtsbeschermingswet wil beroepen, moet wel binnen het toepassingsgebied van de wet OO of de concessiewet vallen.

Wat gebeurde er?

Op 1 april 2019 besliste de raad voor maatschappelijk welzijn van het OCMW Ieper om landbouwpercelen die vrij waren gekomen van pacht — gelegen in Vlamertinge, kadastraal bekend in de 12e afdeling van Ieper, sectie A — opnieuw openbaar te verpachten in twee loten: lot A van 12 ha 19 a 26 ca en lot B van 15 ha 48 a 88 ca. De openbare verpachting werd bekendgemaakt via affiches ter plaatse, publicaties en aangetekende brieven aan de aanpalende eigenaars en gebruikers. Onder hen de broers Bernard en Johan Vandeputte, die eerder via openbare verkoop van het OCMW een hoeve aan de Poperingseweg 332 te Vlamertinge hadden gekocht. Bij brief van 6 mei 2019 lichtte het OCMW hen in over de verpachting, met het kohier van lasten en voorwaarden en het inschrijvingsformulier. De broers schreven op 20 juni 2019 in voor beide loten. Op 28 juni werden de inschrijvingen geopend: 19 inschrijvingen voor lot A, 18 voor lot B. Op 19 augustus 2019 besliste het vast bureau van het OCMW: lot A ging naar F.V. (op voorwaarde dat hij akkoord ging met een pachtbeëindiging op een ander perceel), lot B werd toegewezen aan de broers Vandeputte. Voor beide loten werd een lange pacht van 27 jaar afgesloten zoals bedoeld in artikel 8, §2 Pachtwet, met ingang van 1 september 2019. De broers Vandeputte hadden lot A wél gewild en zagen in de toewijzing aan F.V. een impliciete weigering aan hen. Op 3 september 2019 stelden zij een UDN-vordering tot schorsing in bij de Raad van State. Voor de motivering van hun spoedeisendheid leunden zij integraal op artikel 15 van de wet van 17 juni 2013 (rechtsbescherming overheidsopdrachten): zij stelden dat ze daardoor waren vrijgesteld van het bewijs van uiterst dringende noodzakelijkheid en alleen een ernstig middel of klaarblijkelijke onwettigheid moesten aantonen. De Raad zette daar een streep door. Artikel 3 van de wet 17/06/2013 maakt die wet enkel toepasselijk op opdrachten, kwalificatiesystemen en dynamische aankoopsystemen onder de wet overheidsopdrachten, of op concessies onder de concessiewet, voor zover ze de Europese drempel halen. Een verpachting van landeigendommen door een openbaar bestuur valt onder de Pachtwet (4 november 1969). Een 'overheidsopdracht' is volgens artikel 2, 17° van de wet OO 2016 een overeenkomst onder bezwarende titel die slaat op werken, leveringen of diensten. De verzoekers toonden niet aan dat een verpachting daaronder valt. Ze beweerden zelfs niet dat het om een concessie zou gaan. Het feit dat de pacht via een 'openbare procedure' onder artikel 18 Pachtwet werd gegund, doet daar niets aan af: dat slaat op het openbaar karakter van de mededinging, niet op de juridische kwalificatie. Bij gebrek aan toepasselijkheid van de rechtsbeschermingswet moesten de verzoekers de UDN onderbouwen met precieze en concrete feiten — wat ze niet deden. De Raad verwierp de vordering en veroordeelde de broers in een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.

Waarom doet dit ertoe?

De rechtsbeschermingswet creëert een belangrijk voordeel voor klagers in overheidsopdrachten: zodra die wet van toepassing is, hoeft de uiterst dringende noodzakelijkheid niet meer met concrete feiten te worden bewezen — een ernstig middel volstaat. Maar dat voordeel is strikt afgebakend tot het toepassingsgebied van de wet OO en de concessiewet. Verpachtingen, openbare verkopen, vergunningsaanvragen en aanverwante 'openbare procedures' van het bestuur vallen daar niet onder, ook al lijken ze op een aanbestedingsprocedure. Wie een schorsing wil van zo'n beslissing moet terug naar de gewone regel: bewijs van UDN met precieze feiten en cijfers (welk concreet nadeel, welke onomkeerbaarheid, welk tijdvenster). Voor advocaten en bid managers met een ruimere praktijk is dit arrest een herinnering om altijd eerst het toepassingsgebied te checken vóór je leunt op een soepelere bewijslast.

De les

Als je een overheidsbeslissing wil schorsen via UDN: check eerst of de wet 17 juni 2013 (rechtsbescherming overheidsopdrachten) van toepassing is. Vraag jezelf: gaat de bestreden beslissing over een overheidsopdracht (werken, leveringen, diensten) of een concessie boven de Europese drempel? Als het antwoord 'nee' is — bijvoorbeeld bij een verpachting, openbare verkoop of een andere bestuurshandeling — moet je de UDN gewoon bewijzen met concrete feiten in je inleidend verzoekschrift, met precieze cijfers en data over het dreigend nadeel.

Te onthouden

  • De rechtsbeschermingswet 17/06/2013 geldt alleen voor overheidsopdrachten en concessies boven de Europese drempel
  • Een verpachting van OCMW-grond valt onder de Pachtwet, niet onder de Wet Overheidsopdrachten
  • 'Openbare procedure' onder de Pachtwet is iets anders dan 'openbare procedure' onder de Wet OO
  • Buiten het toepassingsgebied moet je UDN bewijzen met precieze en concrete feiten in je verzoekschrift
  • Een overheidsopdracht is een overeenkomst onder bezwarende titel voor werken, leveringen of diensten — niet voor het verschaffen van pacht

Waarop letten

  • Beslissing van een OCMW of gemeente over verpachting, openbare verkoop, of vergunning: NIET automatisch onder de wet OO
  • Inleidend verzoekschrift dat alleen leunt op art. 15 wet 17/06/2013 zonder de toepasselijkheid te onderbouwen: kwetsbaar
  • Bedrag van rolrecht (400 €), bijdrage (40 €) en rechtsplegingsvergoeding (700 €) wordt mee verloren bij verwerping op ontvankelijkheid

Stel jezelf de vraag

Voor je een UDN-vordering instelt: kruis aan welke kwalificatie de bestreden beslissing heeft (overheidsopdracht / concessie / verpachting / vergunning / andere). Alleen bij de eerste twee, mits boven de Europese drempel, mag je leunen op artikel 15 wet 17/06/2013. Zet anders een paragraaf met concrete UDN-feiten in je verzoekschrift.

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →