UDN verloren in juli, niets gedaan in augustus — Heyrman-De Roeck verliest haar beroep tegen drie percelen waterloopwerken én betaalt 1.050 euro kosten
Heyrman-De Roeck stelde een gecombineerd beroep in tegen drie percelen onderhoudswerken aan onbevaarbare waterlopen, verloor de UDN op 26 juli 2019 en liet de termijn om voortzetting te vragen verstrijken — de Raad spreekt afstand van geding uit en veroordeelt haar in zowel de hoofdkosten als de kosten van de tussenkomende partij.
Wat gebeurde er?
De Provincie Oost-Vlaanderen, Dienst Integraal Waterbeleid, gunde op 20 juni 2019 in drie percelen de meerjarenopdracht 'Onderhoudswerken aan onbevaarbare waterlopen van 2e categorie 2019-2023'. Perceel 1 (Bovenschelde) en perceel 2 (Dendermeersen) gingen naar de BVBA A. Audenaert. Perceel 3 (Land van Aalst) ging naar de NV Quintelier. De NV Heyrman-De Roeck stelde op 9 juli 2019 een gecombineerd beroep in: nietigverklaring van alle drie de gunningsbeslissingen plus een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Bij arrest nr. 245.243 van 26 juli 2019 verwierp de Raad van State die UDN. Het arrest werd op 31 juli 2019 aan Heyrman-De Roeck ter kennis gebracht. Daarmee begon de fatale termijn van dertig dagen uit artikel 17, § 7 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Heyrman-De Roeck reageerde niet. Op 17 september 2019 verstuurde de hoofdgriffier de mededeling op grond van artikel 11/3, § 1 — en ook daarop kwam geen vraag om gehoord te worden. De Raad van State, kamer XII onder waarnemend voorzitter Johan Bovin, stelde op 9 januari 2020 de afstand van geding vast. Heyrman-De Roeck werd veroordeeld in het volledige kostenplaatje van de UDN-procedure: 200 euro rolrecht, 20 euro bijdrage en 700 euro rechtsplegingsvergoeding aan de Provincie. Daarbovenop kwamen de kosten van Audenaert als tussenkomende partij: 150 euro rolrecht. Eindresultaat: 1.070 euro kosten voor een dossier dat nooit ten gronde werd behandeld, en geen mogelijkheid meer om de drie gunningen aan te vechten.
Waarom doet dit ertoe?
Bij meerjarige raamopdrachten en onderhoudscontracten — zeker met meerdere percelen — is de financiële impact van een verloren UDN groot: vier jaar werk verdwijnt naar concurrenten. Net daarom is de verleiding groot om 'eerst even af te wachten' wat de aanbestedende overheid doet. Maar artikel 17, § 7 werkt in de andere richting: stilte van de verzoekende partij wordt wettelijk vermoed afstand te zijn. En als er een tussenkomende partij is — vaak de winnende concurrent — komen daar nog kosten van die kant bovenop. In dit dossier was dat slechts een rolrecht van 150 euro, maar in zaken waarin de tussenkomende partij ook een rechtsplegingsvergoeding krijgt toegewezen, kan de factuur snel oplopen.
De les
Bij een gecombineerd beroep tegen meerdere percelen of meerdere besluiten loopt elke verloren UDN dezelfde klok. Vraag binnen dertig dagen na betekening uitdrukkelijk de voortzetting van het annulatieberoep, ook al is je vertrouwen in een grondige uitspraak gedaald na het verwerpend UDN-arrest. En reken bij de risicoafweging meteen de kosten van de tussenkomende partij(en) mee — die staan los van de hoofdkosten en stapelen vrolijk op.
Te onthouden
- Eén verzoekschrift dat tegelijk schorsing én nietigverklaring vraagt, blijft niet automatisch lopen na een verworpen UDN — de voortzetting moet expliciet worden gevraagd binnen dertig dagen.
- De termijn loopt vanaf de betekening van het verwerpende arrest, niet vanaf de uitspraak.
- Bij meerdere percelen sneuvelen ze allemaal samen wanneer de termijn wordt gemist — er is geen partiële behandeling.
- Tussenkomende partijen krijgen óók een aandeel in de kosten — reken hun rolrecht (en eventueel hun RPV) mee in de risicoafweging.
Waarop letten
- Het UDN-arrest is verworpen en je voelt 'het toch geen zin meer heeft om door te gaan' — net dán moet je formeel beslissen over voortzetting of niet, voor dag 30.
- Een tussenkomende partij heeft zich gemeld in de UDN — vergeet niet dat die ook in een afstandsprocedure een kostenveroordeling kan oogsten.
- Je dossier zit bij meerdere advocaten of bij een interne juridische dienst die elkaar veronderstelt te volgen — net dán glipt de termijn van artikel 17, § 7 erdoor.
Stel jezelf de vraag
Werd je UDN-vordering verworpen? Heb je dertig dagen na de betekening (niet de uitspraak) een formeel verzoek tot voortzetting ingediend bij de hoofdgriffier? En als er meerdere tussenkomende partijen waren: kun je de potentiële kostenfactuur nog dragen als je de termijn mist?
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →