De Vlaamse Gemeenschap vroeg 2.800 euro rechtsplegingsvergoeding na een afstand van geding — de Raad herleidt het tot het basistarief van 700 euro
Henk De Four miste de termijn van dertig dagen om de voortzetting van zijn annulatieberoep te vragen tegen zijn onregelmatigverklaring in het Vlaams Rampenfonds-dossier; de Vlaamse Gemeenschap kreeg de afstand van geding, maar slechts het basisbedrag aan rechtsplegingsvergoeding.
Wat gebeurde er?
Het Vlaams Rampenfonds (Departement Kanselarij en Bestuur) schreef in 2019 onder bestek nr. 2019/VRF/01 een opdracht uit voor de aanstelling van experten voor het vaststellen van schade aangericht door algemene rampen in het Vlaamse Gewest. Henk De Four diende een offerte in, die op 8 juli 2019 onregelmatig werd verklaard. Hij stelde op 6 augustus 2019 een beroep tot nietigverklaring in en koppelde daaraan een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Met arrest nr. 245.414 van 12 september 2019 verwierp de Raad van State de UDN-vordering. Het arrest werd op 17 september 2019 aan De Four ter kennis gebracht. Vanaf die datum tikte de fatale termijn van dertig dagen uit artikel 17, § 7 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State: wie na een verworpen schorsing zijn annulatieberoep wil aanhouden, moet uitdrukkelijk de voortzetting van de rechtspleging vragen. De Four deed dat niet. Op 8 november 2019 verstuurde de hoofdgriffier de mededeling bedoeld in artikel 11/3, § 1 van het besluit van de Regent — de standaardprocedure voor de uitspraak van een afstand van geding. Ook daarop reageerde De Four niet en hij vroeg evenmin om te worden gehoord. De Raad stelde de afstand vast en wendde zich tot de kosten. De Vlaamse Gemeenschap, bijgestaan door de advocaten Jens Debièvre en Toby De Backer, vorderde een verhoogde rechtsplegingsvergoeding van 2.800 euro. De Raad van State weigerde. Op grond van artikel 67, § 2, laatste lid van het besluit van de Regent oordeelde hij dat er aanleiding was om de rechtsplegingsvergoeding te beperken tot het basisbedrag van 700 euro. Geen motivering voor de verhoging in het dossier — geen verhoging.
Waarom doet dit ertoe?
Twee lessen in één arrest. Eerst de evidente: één gecombineerd verzoekschrift schorsing-én-nietigverklaring blijft niet automatisch doorlopen als de schorsing sneuvelt. De fatale dertig dagen om voortzetting te vragen worden vaker gemist dan inschrijvers (en hun raadslieden) graag toegeven. Maar daarnaast — minder bekend — geldt dat een aanbestedende overheid niet zomaar de hoogste rechtsplegingsvergoeding kan claimen. Het basisbedrag is de standaard; een verhoging is uitzondering en moet worden gemotiveerd door bijzondere omstandigheden in de zaak. Een verlies door een procedurele vergetelheid telt daarvoor allicht niet als een 'complex dossier'.
De les
Als verliezer in een UDN: noteer dag 28 en dag 30 vanaf de betekening van het verwerpend arrest, en dien tijdig een verzoek tot voortzetting in bij de hoofdgriffier. Als winnaar (aanbestedende overheid): vraag in je nota wel de standaard rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, maar onderbouw een verhoogde vordering met concrete elementen — anders herleidt de Raad ze automatisch tot het basistarief.
Te onthouden
- Na de verwerping van een UDN- of schorsingsvordering heeft de verzoekende partij dertig dagen om formeel om voortzetting van het annulatieberoep te vragen — anders wordt afstand vermoed.
- Een verhoogde rechtsplegingsvergoeding (boven 700 euro) is geen automatisme: ze moet worden gemotiveerd door bijzondere omstandigheden van de zaak.
- Artikel 67, § 2, laatste lid van het besluit van de Regent geeft de Raad van State de bevoegdheid om de rechtsplegingsvergoeding te beperken tot het basistarief.
- Een dossier dat eindigt op afstand van geding — zonder grondige behandeling — rechtvaardigt vrijwel nooit een verhoging.
Waarop letten
- De dertig dagen lopen vanaf de kennisgeving van het verwerpend UDN-arrest, niet vanaf de uitspraak — check de exacte datum op het e-deposit.
- Een mededeling op grond van artikel 11/3, § 1 komt pas weken later — wacht er niet op om actie te ondernemen.
- Je advocaat vordert een verhoogde rechtsplegingsvergoeding zonder de bijzondere complexiteit te motiveren — verwacht herleiding tot het basistarief.
Stel jezelf de vraag
Word je als aanbestedende overheid geconfronteerd met een vraag tot verhoogde rechtsplegingsvergoeding van je advocaat? Vraag dan welke specifieke complexiteit, omvang of last de zaak rechtvaardigt. Zonder concrete onderbouwing wordt het basistarief toegepast.
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →