zonder_voorwerp Nederlandstalig college

Na een UDN-beroep van bpost trekt Financiën de gunning stilletjes in — en betaalt de kosten van de verzoeker

Arrest nr. 253955 · 10 juni 2022 · XIIe kamer

bpost werd bij een raamovereenkomst voor drukwerk van de federale overheid van eerste naar tweede gerangschikt na een herberekening, trekt op 17 mei 2022 naar de Raad van State in uiterst dringende noodzakelijkheid, en de FOD Financiën trekt dan op 2 juni zelf de bestreden rangschikkingsbeslissing in — met kosten ten laste van de Staat.

Wat gebeurde er?

De FOD Financiën schreef een raamovereenkomst uit voor druk-, couverteer- en verzendingswerkzaamheden voor de deelnemende instanties van de Belgische federale overheid, via een openbare procedure, in percelen. Voor perceel 1 was bpost aanvankelijk als eerste gerangschikt, concurrent Symeta Hybrid als tweede. Op 29 april 2022 (volgens bpost onder valse datering '2 mei') besliste de Stafdienst Begroting en Beheerscontrole — Team Overheidsopdrachten de rangschikking om te keren: bpost zakte naar plaats twee, Symeta Hybrid kwam bovenaan. Bij uiterst dringende noodzakelijkheid stapte bpost op 17 mei 2022, bijgestaan door advocaten Bob Martens en Andi Zrza, naar de Raad van State om die omgekeerde rangschikking te doen schorsen. Symeta Hybrid vroeg op 8 juni tussenkomst. De zitting werd gehouden via Teams op donderdag 9 juni 2022 voor kamervoorzitter Paul Lemmens, met auditeur Frederick Ongena. Nog vóór de Raad uitspraak deed, trok de minister van Financiën op 2 juni 2022 zelf de bestreden beslissing in. De partijen waren het eens dat de vordering daardoor zonder voorwerp was geworden. Opmerkelijk is wie er voor de factuur opdraait: de Raad legt de kosten van het UDN-beroep (200 euro rolrecht, 22 euro bijdrage, 700 euro rechtsplegingsvergoeding) ten laste van de verwerende Staat, verschuldigd aan bpost. Tussenkomende partij Symeta Hybrid betaalt zelf de 150 euro rolrecht van haar tussenkomst. De intrekking is dus geen neutrale ontsnappingsroute geweest voor de FOD: de bpost-vordering had duidelijk genoeg juridisch gewicht om de aanbestedende overheid terug naar de tekentafel te dwingen én om bpost haar kosten te laten recupereren.

Waarom doet dit ertoe?

Intrekking mid-procedure is een pragmatisch manoeuvre dat aanbestedende overheden regelmatig inzetten wanneer ze tijdens de voorbereiding van hun nota of aan de vooravond van de zitting beseffen dat hun beslissing niet overeind zal blijven. Voor de verzoekende partij is dat gemengd nieuws: de betwiste beslissing is van tafel, maar er komt geen inhoudelijk arrest dat de onwettigheid benoemt — vaak belangrijk voor een volgende ronde, of voor een later vernietigings- en schadevergoedingsberoep. Wat dit arrest extra interessant maakt: de Raad kent de rechtsplegingsvergoeding tóch toe aan bpost, niet aan de Staat als 'winnaar' van het afgesloten kort geding. De boodschap voor aanbesteders: intrekken om een schorsing te ontlopen is legitiem, maar je draagt dan wel de kosten. Voor inschrijvers: een UDN-beroep kan, los van het eindarrest, al het gewenste resultaat forceren — de intrekking zelf. Let wel: na intrekking kan de aanbesteder een nieuwe (beter gemotiveerde) beslissing nemen die je dan opnieuw zult moeten aanvechten, binnen een nieuwe 15-dagentermijn.

De les

Als je een UDN-beroep voorbereidt en de aanbesteder vraagt enkele dagen vóór de zitting om uitstel of trekt plots zelf de beslissing in: trek je vordering niet zomaar in. De intrekking zonder voorwerp brengt je mogelijk toch je kosten op (200 + 22 + 700 euro) én bewaart je mogelijkheid om een later vernietigingsberoep of schadevergoedingsprocedure op te zetten als de nieuwe beslissing opnieuw problematisch blijkt.

Te onthouden

  • Intrekking door de aanbesteder tijdens een lopend UDN-beroep maakt de vordering zonder voorwerp, maar neutraliseert de kostenverdeling niet
  • De Raad legt in dat geval systematisch de rechtsplegingsvergoeding (700 euro), het rolrecht (200 euro) en de bijdrage (22 euro) ten laste van de aanbestedende overheid
  • Een tussenkomende partij draagt in principe haar eigen kosten (150 euro rolrecht tussenkomst)
  • Intrekking is voor de aanbesteder vaak goedkoper dan een verloren schorsing: ze vermijdt een inhoudelijk arrest dat als basis kan dienen voor een latere schadevergoedingsvordering
  • Een nieuwe beslissing na intrekking start een nieuwe 15-dagentermijn voor UDN-beroep

Waarop letten

  • De aanbesteder vraagt uitstel of laat vlak voor de zitting weten 'dat er een nieuwe beslissing komt' — gebruik de UDN-procedure om intrekking af te dwingen in plaats van je vordering in te trekken
  • Datering van de bestreden beslissing die niet strookt met de brief waarmee ze is meegedeeld (hier: beslissing van 29 april, brief van 2 mei) — dat kan op zich al een motiveringsgebrek wijzen
  • Een omgekeerde rangschikking nà opening zonder duidelijke uitleg — vraag systematisch om het gedetailleerde herberekeningsverslag

Stel jezelf de vraag

Je hebt een UDN-beroep lopen en de aanbesteder trekt zijn beslissing in: vraag je raadsman uitdrukkelijk om de vordering als 'zonder voorwerp' te laten beslechten met kosten ten laste van de verwerende partij — niet door haar gewoon in te trekken.

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →