220 euro rolrecht niet betaald = vordering geschrapt + 700 euro naar de gemeente: de duurste week in het leven van een kattendienstverlener
De SRL Jonckers-Thoumsin vocht in mei 2018 de gunning aan van de Chièvres-opdracht voor sterilisatie van huiskatten, maar betaalde nooit de rolrechten van 220 euro; in januari 2023 verklaart de Raad de annulatievordering 'niet-geschied' en veroordeelt haar tot 700 euro rechtsplegingsvergoeding aan de gemeente.
Wat gebeurde er?
In mei 2018 gunde de gemeente Chièvres (Henegouwen) een overheidsopdracht voor de sterilisatie en identificatie van huiskatten. De SRL Jonckers-Thoumsin — gevestigd op wandelafstand van het gemeentehuis, rue de Condé 4 — was niet de gelukkige winnaar en trok op 24 mei 2018 naar de Raad van State met een UDN-vordering én een annulatievordering. De UDN-vordering werd snel afgewezen bij arrest 241.766 van 12 juni 2018. Voor de annulatievordering moest de verzoeker krachtens de artikelen 4 en 5 van de wet van 19 maart 2017 (fonds rechtsbijstand tweede lijn) en artikel 70 Regentsbesluit 23 augustus 1948 een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro betalen. Bij brief van 12 juni 2018 nodigde de griffie hem uit om dat te doen. Betaling bleef uit. Op 13 juli 2018 kondigde de griffie aan dat de kamer de vordering 'niet-geschied' (réputée non accomplie) zou verklaren, tenzij de verzoeker binnen vijftien dagen om een terechtzitting vroeg. Die vraag kwam niet. Een eerste auditeur stelde in een nota voor om artikel 71, vierde lid toe te passen. En dan begon de traagheid: bijna viereneenhalf jaar later, op 24 januari 2023, sprak de VIe kamer eindelijk arrest. Dispositief: de annulatievordering wordt 'niet-geschied' verklaard, en Jonckers-Thoumsin moet aan de gemeente een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro betalen. De verzoeker had tijdens de zitting van 7 juni 2018 nog geprobeerd het basisbedrag van 700 euro als 'buitensporig' aan te vechten, zonder concrete argumenten. Een interessant detail voor bidders in overheidsopdrachten: artikel 67, § 1 van het algemeen procedurereglement plafonneert de rechtsplegingsvergoeding op 1.400 euro, behalve voor geschillen over 'marchés publics et certains marchés de travaux, de services et de fournitures' — daar loopt het plafond op tot 2.800 euro. Chièvres vroeg alleen het basisbedrag, dus hier bleef het bij 700 euro. Maar voor een niet-betaald rolrecht van 220 euro is dat nog steeds een verschrikkelijke rekening.
Waarom doet dit ertoe?
Veel KMO's dienen hun UDN-vordering in met hulp van een advocaat en zien de annulatievordering als een automatische vangnetprocedure. Dat is fout: zodra het rolrecht — destijds 220 euro, vandaag 200 euro rol + 24 euro bijdrage — niet binnen dertig dagen is betaald, is de annulatievordering juridisch dood. Erger: de tegenpartij kan, zelfs zonder dat de inhoud van het dossier is onderzocht, 700 euro rechtsplegingsvergoeding recupereren — en in overheidsopdrachtenzaken loopt dat plafond op tot 2.800 euro. Het tweede gevaar zit in de traagheid: tussen het uitblijven van betaling (zomer 2018) en de uitspraak (januari 2023) zat viereneenhalf jaar. Wie in de tussentijd denkt dat de zaak 'slapende' is, wordt verrast door een onverwachte veroordeling. Voor aanbesteders is dit een nuttige reminder: als je tegenpartij de rolrechten niet tijdig betaalt, heb je een procedurele knock-out en een recuperabele kost.
De les
Als je een annulatievordering indient bij de Raad van State: noteer onmiddellijk na de brief van de griffie — die doorgaans een formulier met gestructureerde mededeling bevat — de betaaldeadline van dertig dagen. Bij marchés publics-zaken: check ook of je niet beter meteen afstand doet als je de vordering wilt laten vallen, zodat het plafond van 2.800 euro rechtsplegingsvergoeding je niet verrast. Als aanbesteder: vraag systematisch in je nota van opmerkingen de maximumvergoeding (tot 2.800 euro) wanneer de tegenpartij procedureel tekortschiet — de Raad kent wat wordt gevraagd, niet meer.
Te onthouden
- Niet-betaling van het rolrecht (vandaag 200 euro + 24 euro bijdrage) binnen dertig dagen leidt automatisch tot 'requête réputée non accomplie' — de annulatievordering is weg
- De rechtsplegingsvergoeding blijft wél verschuldigd, ook als het dossier inhoudelijk nooit werd onderzocht
- Basisbedrag rechtsplegingsvergoeding: 700 euro in 2018 (vandaag 770 euro na indexatie van juni 2022)
- Voor 'marchés publics' geldt een verhoogd maximum van 2.800 euro rechtsplegingsvergoeding (art. 67, § 1, tweede lid RGP)
- Algemene argumenten zoals 'het bedrag is buitensporig' volstaan niet — je moet concrete elementen aanvoeren
Waarop letten
- Brieven van de griffie met gestructureerde mededeling voor rolrecht — dit is geen reclame, maar een procedurele dwangtermijn
- De vijftien-dagen-respijttermijn na de waarschuwingsbrief van de griffie is je laatste kans om een terechtzitting af te dwingen
- In overheidsopdrachten-geschillen loopt de rechtsplegingsvergoeding op tot 2.800 euro — dat is bijna vier keer zoveel als niet-procurement zaken
- Procedurele afwijzingen kunnen jaren op zich laten wachten — het dossier is niet 'dood' tot het dispositief is uitgesproken
Stel jezelf de vraag
Heb je de afgelopen maanden een annulatievordering ingediend bij de Raad? Controleer vandaag nog: (a) heb je de brief met het rolrecht-formulier effectief betaald binnen de dertig dagen (b) zo niet, heb je uitdrukkelijk om een terechtzitting gevraagd binnen de vijftien dagen na de waarschuwingsbrief, en (c) heb je het dossier expliciet stopgezet of doe je nog iets mee? Een 'slapende' vordering ontsnapt niet aan de veroordeling in de kosten.
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →