Eenzijdig de prijsstructuur van een offerte herzien en het 'rectificatie van een rekenfout' noemen, werkt niet — artikel 34 dekt alleen fouten waarvan het gevolg tegen de bedoeling van de inschrijver indruist
De Raad van State schorst de gunning van het Charleroise marktcontract voor verhuur en onderhoud van werkkledij omdat de stad de prijzen van CWS Workwear eenzijdig 'rectificeerde' op grond van artikel 34 KB Plaatsing — terwijl de zogenaamde 'fout' niet leidde tot een resultaat tegen de wil van de inschrijver, en de stad bovendien niet de werkelijke bedoeling van CWS heeft nagestreefd, maar haar eigen conceptie van wat acceptabel was.
Wat gebeurde er?
De Stad Charleroi schrijft een openbare procedure uit (CSC 2022-33) voor de verhuur en het onderhoud van werkkledij voor haar diensten — 7 posten met onderposten (vesten, broeken, antistatische en vlamvertragende kledij, hoogvisibele kledij, kookkledij, regenkledij). Looptijd 72 maanden (24 maanden inrichting + 48 maanden verhuur). Geraamde waarde 606.598,13 euro HTVA. Drie inschrijvers: CWS Workwear België (824.543,90 euro HTVA), Mewa (934.607,70 euro), en Depairon (2.242.462,40 euro). De inventaris vraagt prijzen 'unitaires HTVA' voor de verhuurposten, met vermelde aantallen ('Quantité présumée'). Op 18 juli 2022 schrijft Charleroi naar CWS dat haar prijzen wekelijks zijn opgegeven en moeten worden geconverteerd naar maandelijkse prijzen door vermenigvuldiging met 4,3333 (52 weken / 12 maanden), 'op grond van artikel 34 KB Plaatsing — rectificatie van rekenfouten'. Charleroi past die formule eenzijdig toe op alle prijzen én op de prijstotalen. Op 22 juli 2022 antwoordt CWS dat haar wekelijkse eenheidsprijzen vermenigvuldigd met 4,3333 inderdaad de juiste maandelijkse eenheidsprijzen geven — maar op 25 juli 2022 mailt zij dat de doorrekening naar de prijstotalen niet zo eenvoudig is, omdat haar berekening de vermoedelijke hoeveelheid (45.600 stuks over 4 jaar voor post 1.a) door 208 weken deelt, niet vermenigvuldigt. Op 21 februari 2023 gunt Charleroi het marktcontract aan Depairon voor 2.242.462,40 euro HTVA. CWS' prijstotaal is in de evaluatie kunstmatig vermenigvuldigd, met als gevolg dat zij — die in werkelijkheid het laagste bod uitbracht — niet wint. CWS stelt UDN in en voert in haar tweede middel aan dat artikel 34 verkeerd is toegepast: de eenzijdige rectificatie respecteert haar werkelijke bedoeling niet. De Raad oordeelt scherp: artikel 34 vereist dat de aanbesteder de werkelijke bedoeling van de inschrijver achterhaalt door de offerte in haar geheel te analyseren en te vergelijken met de andere offertes en de marktprijzen. Een 'zuiver materiële fout' is in juridische zin alleen die fout die manifest leidt tot een resultaat in tegenspraak met wat de inschrijver wilde. Hier blijkt uit de mailwisseling het tegendeel: CWS aanvaardde de conversie van de wekelijkse naar maandelijkse eenheidsprijs, maar niet de daaruit afgeleide herziening van de prijstotalen; ook met Mewa was er een vergelijkbare onduidelijkheid. Wat 'tegenstrijdig met de bedoeling van de inschrijver' wordt is hier juist de correctie van de aanbesteder, niet de oorspronkelijke offerte. Charleroi heeft niet 'volgens haar eigen vaststellingen' gerectificeerd na een ondergeschikte verduidelijking (zoals artikel 34, §2, vierde lid toelaat), maar volgens haar eigen conceptie van wat aanvaardbaar was. Aangezien de bevoegdheid tot rectificatie een uitzondering is op het beginsel van onveranderlijkheid van de offerte na opening, moet zij strikt worden geïnterpreteerd. De miskenning van artikel 34 lijkt prima facie vast te staan. Het tweede middel is ernstig. Charleroi roept de belangenafweging in (continuïteit van de openbare dienst — kledij is essentieel voor de veiligheid van de agenten), maar zonder concrete elementen die de uitzonderlijke afwijking van de schorsingsregel zouden rechtvaardigen. UDN INGEWILLIGD: schorsing bevolen.
Waarom doet dit ertoe?
Eenheidsprijs- en hoeveelheidsstructuren in inventarissen leveren regelmatig dubbelzinnigheden op — vooral bij meerjarige verhuur- of onderhoudscontracten waarbij de basisperiode (week, maand, jaar) niet eenduidig in de tabel staat. De verleiding voor aanbesteders is groot om die dubbelzinnigheid 'op te lossen' via artikel 34, eenzijdig en wiskundig rechtomgaand. Maar dit arrest legt de juridische rem: artikel 34 is geen tool om een onduidelijke offerte achteraf te 'normaliseren'. Het is een uitzondering op het beginsel dat een offerte na opening niet meer wijzigt — en uitzonderingen worden strikt geïnterpreteerd. Een 'materiële fout' in artikel 34 betekent: een fout met een gevolg dat de inschrijver evident niet wilde. Wanneer een correctie het bod fundamenteel verandert (zoals hier: de prijstotalen vermenigvuldigen met 4,3333 zonder akkoord van de inschrijver), is het geen rectificatie meer maar een herziening — en dat is verboden.
De les
Als aanbesteder krijg je na opening een offerte met een prijsstructuur die niet matcht met je inventaris. De juiste reflex is niet: 'we corrigeren wel even wiskundig en kondigen het aan als artikel-34-rectificatie'. De juiste reflex is: bevraag de inschrijver om zijn werkelijke bedoeling, en als die bedoeling onduidelijk is of niet aanvaardbaar, beslis dan ofwel dat de eenheidsprijzen gelden, ofwel verwerp de offerte als onregelmatig. Eenzijdig rekenkundig herrekenen volgens je eigen conceptie van wat 'logisch' is, levert een schorsbare beslissing op. Voor inschrijvers: als je een 'rectificatie' onder artikel 34 ontvangt, antwoord dan glashelder en gescheiden — wat je aanvaardt (bv. de eenheidsprijscorrectie) en wat je expliciet niet aanvaardt (bv. de doorrekening naar de prijstotalen). Een ondertekende mail met die scheiding is je sterkste bewijs voor een latere schorsing.
Te onthouden
- Artikel 34 KB Plaatsing: rectificatie van rekenkundige fouten en zuiver materiële fouten — strikt geïnterpreteerd
- Een 'zuiver materiële fout' in de zin van artikel 34 is een fout met een resultaat dat manifest tegen de bedoeling van de inschrijver indruist
- De aanbesteder moet de werkelijke bedoeling van de inschrijver achterhalen — door de offerte in haar geheel te analyseren en te vergelijken met andere offertes en marktprijzen
- Wanneer een 'correctie' de prijsstructuur fundamenteel verandert (eenheidsprijs naar maandprijs én totaalvermenigvuldiging), is dat geen rectificatie meer maar een herziening
- Bij onduidelijkheid of weigering: ofwel de eenheidsprijzen toepassen, ofwel de offerte als onregelmatig weren — geen eenzijdige herrekening volgens eigen conceptie
- De belangenafweging (continuïteit openbare dienst) moet concreet onderbouwd worden om de uitzondering op de schorsingsregel te activeren — algemene principes volstaan niet
Waarop letten
- Een mail 'we passen artikel 34 toe' die de prijsstructuur fundamenteel verandert — kritisch lezen
- Een akkoord van de inschrijver dat enkel de eenheidsprijs betreft, terwijl de aanbesteder dat als breder akkoord interpreteert
- Een rectificatie die wiskundig sluitend is maar het bod kantelt van laagste naar veel duurder
- Belangenafwegingen die 'continuïteit van de openbare dienst' inroepen zonder concrete elementen — wegen meestal niet door
Stel jezelf de vraag
Als jouw aanbesteder een mail stuurt 'op grond van artikel 34 KB Plaatsing rectificeren we de volgende fouten…' en die rectificatie verandert je prijstotaal: heb je expliciet en in elke afzonderlijke component bevestigd of geweigerd? Een algemene 'akkoord' op de eenheidsprijscorrectie wordt anders in je nadeel uitgelegd als instemming met alle daaruit afgeleide herberekeningen.
Gerelateerde arresten
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →