Verwerping Nederlandstalig college

Raad van State onbevoegd voor beroep tegen driejarige uitsluiting op grond van artikel 48 KB uitvoering — geschil over uitvoering overeenkomst behoort tot de justitiële rechter

Arrest nr. 259003 · 1 maart 2024 · XIIe kamer

De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring van de beslissing van de gemeente Beveren om de NV Norré-Behaegel gedurende drie jaar uit te sluiten van deelname aan opdrachten wegens voortdurende tekortkomingen (34 processen-verbaal van ingebrekestelling), omdat de uitsluiting op grond van artikel 48 van het KB uitvoering kadert binnen de uitvoering van een overeenkomst en derhalve tot de bevoegdheid van de justitiële rechter behoort.

Wat gebeurde er?

Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Beveren gunt in 2018 de overheidsopdracht 'Renovatie van de Gaverlandwijk' (werken) aan de NV Aannemingsbedrijf Norré-Behaegel. Tijdens de uitvoering worden 34 processen-verbaal van ingebrekestelling opgesteld. Op 27 september 2021 weigert het college de voorlopige oplevering. Op 19 april 2022 legt het college boetes en refacties op en keurt het de definitieve oplevering goed. Op 9 mei 2022 maakt het college zijn voornemen bekend om de aannemer, met toepassing van artikel 48 van het KB uitvoering van 14 januari 2013, voor drie jaar uit te sluiten wegens voortdurende tekortkoming. De aannemer wordt gehoord op 31 augustus 2022. Op 3 oktober 2022 bevestigt het college de uitsluiting voor drie jaar, te rekenen vanaf de oplevering op 19 april 2022. Het college merkt op dat de aannemer ondertussen self-cleaning measures heeft genomen, maar oordeelt dat die desgevallend bij een toekomstige plaatsingsprocedure kunnen worden beoordeeld op basis van artikel 70 van de wet overheidsopdrachten 2016, niet in het kader van de uitsluitingsbeslissing zelf. De aannemer stelt beroep tot nietigverklaring in bij de Raad van State. De verwerende partij werpt een exceptie van onbevoegdheid op: de uitsluiting op grond van artikel 48 is een maatregel in het kader van de uitvoering van de overeenkomst, en geschillen over contractuitvoering behoren tot de justitiële rechter. De verzoekende partij beroept zich op de discretionaire bevoegdheid van de overheid en op arrest nr. 255.438 van 9 januari 2023, waarin de Raad zich wel bevoegd verklaarde. De Raad van State overweegt dat de bestreden beslissing kadert binnen de uitvoering van de overeenkomst: de omstandigheid dat de overheid een zekere discretionaire bevoegdheid heeft, wijzigt niets aan de contractuele aard van het geschil. De verwijzing naar artikel 70 (corrigerende maatregelen) geldt voor toekomstige plaatsingsprocedures, niet in het kader van de uitvoering van de opdracht. Arrest nr. 255.438 betrof een andere situatie — intrekking uit een kwalificatiesysteem — en bevestigde juist de onbevoegdheid voor artikel-48-beslissingen. De exceptie van onbevoegdheid is gegrond. Het beroep wordt verworpen. De zaak werd zonder terechtzitting behandeld overeenkomstig artikel 26, §2, van het reglement van rechtspleging.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest bevestigt de vaste rechtspraak dat de Raad van State niet bevoegd is om kennis te nemen van beroepen tegen uitsluitingsbeslissingen op grond van artikel 48 van het KB uitvoering. Dergelijke beslissingen kaderen in de uitvoering van een overeenkomst en vallen onder de bevoegdheid van de justitiële rechter (artikel 144 Grondwet). Het arrest verduidelijkt ook dat de mogelijkheid van self-cleaning measures (artikel 70 wet 2016) enkel geldt voor toekomstige plaatsingsprocedures: een uitgesloten opdrachtnemer kan bij een nieuwe procedure aantonen dat hij voldoende corrigerende maatregelen heeft genomen, maar dat speelt niet bij de uitsluitingsbeslissing zelf.

De les

Een driejarige uitsluiting op grond van artikel 48 KB uitvoering is een contractuele maatregel die tot de bevoegdheid van de burgerlijke rechter behoort, niet van de Raad van State. Wie een dergelijke uitsluiting wil betwisten, moet naar de gewone rechter stappen. Self-cleaning measures (artikel 70) zijn niet relevant voor de beoordeling van de uitsluitingsbeslissing zelf, maar pas bij toekomstige plaatsingsprocedures — een uitgesloten ondernemer kan dan bewijzen dat hij voldoende corrigerende maatregelen heeft genomen om opnieuw betrouwbaar te zijn.

Stel jezelf de vraag

Als aanbestedende overheid: wanneer ik een opdrachtnemer wil uitsluiten op grond van artikel 48 KB uitvoering, ben ik me ervan bewust dat een eventueel beroep bij de justitiële rechter zal komen, niet bij de Raad van State? Heb ik de aannemer vooraf gehoord en de beslissing gemotiveerd, zoals artikel 48 vereist? Als uitgesloten opdrachtnemer: heb ik mijn beroep bij de juiste rechter ingesteld (burgerlijke rechter, niet Raad van State)? Ben ik me ervan bewust dat self-cleaning measures pas relevant zijn bij toekomstige plaatsingsprocedures?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →