Gemeente Westerlo moet eenheidsprijzen grondig onderzoeken bij bouw afscheidspaviljoenen
Schorsing bevolen: gemeente Westerlo onderzocht bij de gunning van afscheidspaviljoenen op begraafplaatsen enkel de totaalprijzen maar niet de eenheidsprijzen, ondanks grote afwijkingspercentages per post.
Wat gebeurde er?
Gemeente Westerlo schrijft via vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking een opdracht uit voor het bouwen van afscheidspaviljoenen (6x) en bergruimtes (6x) op 7 begraafplaatsen, geraamd op 591.457,64 EUR (herzien: 623.403,59 EUR, ZBTW). Enig gunningscriterium is de prijs. Drie inschrijvers dienen een offerte in: nv D. (970.320,80 EUR), nv De Peuter (798.344,24 EUR) en bv V. (623.642,82 EUR), telkens ZBTW. De offerte van nv D. wordt substantieel onregelmatig verklaard wegens ontbreken van het verplichte attest van plaatsbezoek. In het gunningsverslag vermeldt de gemeente met een standaardformulering dat geen schijnbaar afwijkende totaal- of eenheidsprijzen zijn gevonden. Het college van burgemeester en schepenen gunt de opdracht op 15 april 2024 aan bv V. NV De Peuter vordert schorsing en stelt dat er geen deugdelijk prijsonderzoek naar de eenheidsprijzen is gevoerd. De Raad stelt vast dat artikel 36 KB plaatsing 2017 niet van toepassing is (vereenvoudigde onderhandelingsprocedure onder 500.000 EUR, §6), maar dat het algemeen prijsonderzoek van artikel 35 wél steeds verplicht blijft. De totaalprijs van bv V. ligt dicht bij de raming en slechts 13% onder het gemiddelde van de twee regelmatige offertes — op totaalprijsniveau is er dus geen onmiddellijk probleem. Echter, uit een vertrouwelijk stuk 'Onderzoek totaalprijzen' blijkt dat de gemeente zelf abnormaal hoge én lage prijzen vaststelde, zonder vervolgens een nader onderzoek naar de eenheidsprijzen te voeren. De gemeente legt bovendien een stuk 'Controle eenheidsprijzen' neer dat zij post factum heeft opgesteld na de vordering — dit stuk kan niet in aanmerking worden genomen. Uit dat stuk blijken overigens grote afwijkingspercentages per post voor niet-verwaarloosbare posten. De Raad oordeelt dat de gemeente niet aantoont vóór de gunningsbeslissing de eenheidsprijzen aan een zorgvuldig onderzoek te hebben onderworpen, en beveelt de schorsing.
Waarom doet dit ertoe?
Dit arrest maakt duidelijk dat een aanbestedende overheid niet kan volstaan met een prijsonderzoek op louter totaalprijsniveau. Wanneer er per post grote afwijkingspercentages bestaan — ook als de totaalprijs dicht bij de raming ligt — moet de overheid de eenheidsprijzen concreet onderzoeken en motiveren waarom die aanvaardbaar zijn. Een post factum opgesteld stuk kan dat gebrek niet herstellen. De loutere nabijheid van totaalprijs en raming bewijst niet dat elke post realistisch geprijsd is, noch dat de mededinging niet verstoord is.
De les
Voer altijd een eenheidsprijzenonderzoek uit, ook wanneer de totaalprijs in lijn ligt met de raming. Documenteer dat onderzoek vóór de gunningsbeslissing. Let op grote afwijkingspercentages per post: zelfs als de totaalprijs minder dan 15% afwijkt van het gemiddelde, kunnen individuele posten problematisch zijn. Een post factum analyse overtuigt de Raad van State niet.
Stel jezelf de vraag
Heb ik niet alleen de totaalprijzen maar ook de eenheidsprijzen onderzocht? Heb ik dat onderzoek gedocumenteerd vóór de gunningsbeslissing? Zijn er posten met grote afwijkingspercentages die ik nader moet onderzoeken en motiveren?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →