zonder_voorwerp Nederlandstalig college

Gunning intrekken ná de UDN-vordering: zaak wordt zonder voorwerp, maar de aanbestedende overheid betaalt wel de kosten

Arrest nr. 261014 · 11 oktober 2024 · XIVe kamer

De Raad van State verwerpt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid als zonder voorwerp omdat de stad Gent haar gunningsbeslissing introk nadat de vordering was ingesteld, maar veroordeelt de stad wel in de kosten — een waarschuwing om niet te wachten tot een UDN-procedure loopt.

Wat gebeurde er?

Op 22 augustus 2024 besliste het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent om de overheidsopdracht voor diensten 'Uitvoeren van metingen en proeven ter controle van wegenwerken' (bestek TDW/2024/002-ID5591) te gunnen aan een derde inschrijver. De verzoekster, NV L.D.-V.V., werd daarbij impliciet niet gekozen. Op 12 september 2024 stelde NV L.D.-V.V. een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in tegen zowel de expliciete gunningsbeslissing als de impliciete beslissing om niet aan haar te gunnen. Bij beschikking van 13 september 2024 werd de terechtzitting een eerste maal vastgesteld op 2 oktober 2024. Dan gebeurde er iets dat in de praktijk steeds vaker te zien is: op 19 september 2024 — dus zes dagen na het vaststellen van de zitting en slechts enkele dagen vóór de eerste zittingsdatum — trok het college van burgemeester en schepenen zijn gunningsbeslissing van 22 augustus in. De bestreden beslissing bestond niet meer. Voor de Raad van State bracht dat automatisch mee dat de vordering zonder voorwerp werd, ook wat betreft de onlosmakelijk verbonden impliciete niet-gunningsbeslissing. De vordering werd verworpen wegens onontvankelijkheid. Maar daarmee was de stad er niet. De Raad van State veroordeelde de stad Gent tot het dragen van de kosten van de vordering: een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro — die laatste verschuldigd aan NV L.D.-V.V. Kortom: de verzoekster kreeg geen schorsing, maar de kosten van haar vordering werden haar tegenstander aangerekend omdat die laatste pas na de vordering tot handelen overging.

Waarom doet dit ertoe?

Veel aanbestedende overheden denken dat een tijdige intrekking van een omstreden gunningsbeslissing hen uit de wind zet. Technisch is dat ook zo — de vordering wordt zonder voorwerp en de schorsing komt er niet. Maar de Raad van State kijkt naar het causaal verband tussen de inschrijver zijn vordering en de koerswijziging van de aanbesteder. Wie pas begint te bewegen ná een UDN-vordering, draagt doorgaans alsnog de procedurekosten. Dat is niet alleen relevant voor de portemonnee (€994 in dit geval) maar ook voor de reputatie: het signaal dat een beslissing niet standhield tegen een minimaal juridische blik is publieke informatie.

De les

Als u als aanbestedende overheid merkt dat een gunningsbeslissing zwak gemotiveerd is of een procedurefout bevat, trek ze dan in vóór een inschrijver UDN inroept — niet erna. Doet u het toch pas na de vordering, reken dan op een kostenveroordeling, ook al wordt de zaak zelf zonder voorwerp verklaard.

Te onthouden

  • Intrekking van de gunningsbeslissing ná een UDN-vordering maakt de zaak zonder voorwerp, maar niet kosteloos
  • De aanbestedende overheid wordt veroordeeld in rolrecht, bijdrage én rechtsplegingsvergoeding wanneer zij pas na de vordering actie onderneemt
  • Intrekking tijdens de standstill-periode vermijdt dit — intrekking tijdens de UDN-procedure niet

Waarop letten

  • De vordering werd ingesteld op 12 september, de intrekking volgde op 19 september — het causale verband is duidelijk
  • Zelfs een minimale UDN-voorbereiding (rolrecht, bijdrage, erelonen advocaat) is vermijdbare schade wanneer de beslissing kwetsbaar is

Stel jezelf de vraag

Hebt u binnen de 15-dagen wachttermijn (standstill) uw gunningsbeslissing grondig laten herlezen op motiveringsfouten en procedurele risico's? Of wacht u tot een inschrijver een formele vordering instelt en trekt u pas dán in?

Gerelateerde arresten

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →