Verwerping Nederlandstalig college

Prijsverantwoording kantelbare palen NMBS doorstaat toets: wettelijk vermoeden abnormale prijzen geldt niet bij vereenvoudigde onderhandelingsprocedure

Arrest nr. 261081 · 17 oktober 2024 · XIVe kamer

De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing omdat het wettelijk vermoeden van abnormale prijzen uit artikel 44, §4 KB 18 juni 2017 niet van toepassing is op de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure, en de NMBS de prijsverantwoording van de gegunde tijdelijke maatschap voor multifunctionele kantelbare palen zorgvuldig heeft onderzocht en op draagkrachtige motieven heeft aanvaard.

Wat gebeurde er?

De NMBS schrijft een overheidsopdracht voor werken uit in de speciale sectoren: een raamovereenkomst van vier jaar voor het vervaardigen, leveren en plaatsen van multifunctionele kantelbare palen, verspreid over het hele Belgische spoorwegnetwerk. De geraamde waarde bedraagt 4.000.000 euro, met een maximale waarde van 5.500.000 euro. Als plaatsingsprocedure wordt gekozen voor de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging (artikel 123 wet 17 juni 2016). Het enige gunningscriterium is de prijs. Vier inschrijvers dienen een offerte in. Na een algemeen prijsonderzoek (artikel 43 KB 18 juni 2017) stelt de NMBS bij alle inschrijvers schijnbaar abnormale prijzen vast voor bepaalde posten. Zonder over te gaan tot een bijzonder prijsonderzoek nodigt zij alle vier uit om een aangepaste offerte in te dienen. Drie inschrijvers — waaronder de tijdelijke maatschap BV E.-NV K. — handhaven hun initiële offerte. Alleen NV D. past haar offerte aan met een hogere totaalprijs. Vervolgens voert de NMBS een bijzonder prijsonderzoek op de finale offerte van de TM BV E.-NV K., die de laagste totaalprijs heeft (3.693.896,96 euro excl. btw). Na een eerste prijsverantwoording die onvoldoende was — een loutere prijssamenstelling zonder onderbouwing — vraagt de NMBS de inschrijver opnieuw om een echte prijsverantwoording. De tweede prijsverantwoording bevat per post een gedetailleerde opsplitsing met materiaal- en uurprijzen, offertes van leveranciers en facturen als bijlagen. NV D. vordert schorsing met een enig middel in twee onderdelen. Het eerste onderdeel stelt dat de NMBS al bij de initiële offertes een bijzonder prijsonderzoek had moeten voeren, omdat de offerte van de TM meer dan 26% afweek van het gemiddelde en dus behept was met het wettelijk vermoeden van abnormale prijzen uit artikel 44, §4 KB. De Raad wijst dit af: artikel 44, §4 is uitsluitend van toepassing op opdrachten geplaatst bij openbare of niet-openbare procedure, niet op de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure. Er was dus geen wettelijk vermoeden van abnormaliteit. Bij een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure mag de aanbestedende overheid de bijzondere bevraging uitstellen tot de laatst ingediende offertes (artikel 44, §1, tweede lid). De NMBS heeft in de eerste fase enkel een algemeen prijsonderzoek gevoerd, geen bijzonder prijsonderzoek — dat blijkt ook uit de bestreden beslissing zelf. Het eerste onderdeel is niet ernstig. Het tweede onderdeel betreft de aanvaarding van de prijsverantwoording. NV D. stelt dat de motieven te vaag en onvoldoende cijfermatig zijn, dat de aangehaalde elementen ook gelden voor alle andere inschrijvers en dat het vermoeden van abnormaliteit niet is weerlegd. De Raad verwerpt dit. Uit vertrouwelijke stukken — een gedetailleerde cijfermatige analyse van alle eenheidsprijzen vergeleken met het gemiddelde en de raming, plus intern e-mailverkeer — blijkt dat de NMBS het dossier grondig heeft onderzocht. De eenheidsprijzen van de TM wijken voor de niet-verwaarloosbare posten niet meer dan 10% af van de geraamde eenheidsprijzen. De formele motieven in de gunningsbeslissing — doorgedreven expertise, lean-en-mean structuur, seriematige productieaanpak die de projectduur reduceert, gunstige afnameprijzen door bulkinkoop, ervaring met gelijkaardige serieopdrachten, gespecialiseerd personeel, uitgerust machinepark en eigen conserveringsatelier — vormen plausibele en onderscheidende prijsverantwoordingselementen. Dat de TM een tijdelijke maatschap is, staat daar niet mee in strijd maar maakt prijsoptimalisaties juist mogelijk. De aanbestedende overheid hoeft niet aan te nemen dat al die elementen op dezelfde wijze gelden voor andere inschrijvers. Het tweede onderdeel is niet ernstig. De vordering wordt verworpen.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest verduidelijkt twee belangrijke principes voor het prijsonderzoek in speciale sectoren. Ten eerste: het wettelijk vermoeden van abnormale prijzen uit artikel 44, §4 KB 18 juni 2017 — dat een bijzonder prijsonderzoek verplicht bij een afwijking van meer dan 15% onder het gemiddelde — is uitsluitend van toepassing op openbare en niet-openbare procedures. Bij een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure geldt dit vermoeden niet. De aanbestedende overheid mag in dat geval de bijzondere bevraging uitstellen tot de laatste offertes. Ten tweede: een prijsverantwoording hoeft niet elke concurrent op elk punt te overtreffen. Bedrijfsspecifieke factoren zoals een lean structuur, seriematige productie, bulkinkoop en geoptimaliseerde processen vormen plausibele en onderscheidende verantwoordingselementen, ook als concurrenten beweren over vergelijkbare voordelen te beschikken.

De les

Controleer altijd welk prijsonderzoeksregime van toepassing is op uw plaatsingsprocedure: het wettelijk vermoeden van abnormale prijzen uit artikel 44, §4 geldt niet bij een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure. Vraag bij een ontoereikende eerste prijsverantwoording om een tweede, grondigere verantwoording met cijfermatige onderbouwing per post en bewijsstukken. Bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid mag u bedrijfsspecifieke elementen — lean structuur, productieoptimalisatie, bulkinkoop — als onderscheidende factoren meewegen. Vergelijk de eenheidsprijzen niet alleen met het gemiddelde van de offertes, maar ook met de raming.

Stel jezelf de vraag

Weet u welk prijsonderzoeksregime van toepassing is op uw plaatsingsprocedure? Past u bij een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure het wettelijk vermoeden van 15% niet ten onrechte toe? Vraagt u bij een ontoereikende eerste prijsverantwoording om een grondiger tweede verantwoording met bewijsstukken? Aanvaardt u bedrijfsspecifieke motieven alleen wanneer ze plausibel en onderscheidend zijn?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →