Verwerping Nederlandstalig college

Verwerping UDN-vordering tegen gunning werken herinrichting woonwagenterrein Park Groot Schijn — verbetering materiële fout post 50 (warmtepompboilers, tikfout '4' i.p.v. '1' op numeriek toetsenbord) terecht toegepast op grond van art. 34 KB — materiële fout mag ook worden ontdekt en verbeterd tijdens prijsonderzoek — motivering in gunningsverslag en aanvullend e-mailbericht volstaat

Arrest nr. 262153 · 29 januari 2025 · XIVe kamer

De Raad van State verwierp de UDN-vordering van TM L.-H. tegen de gunning door de Stad Antwerpen van de werken voor de herinrichting van woonwagenterrein Park Groot Schijn (Deurne) aan NV A., waarbij de aanbestedende overheid terecht een zuiver materiële fout in post 50 (warmtepompboilers) had verbeterd op grond van artikel 34 KB Plaatsing — de inschrijver had bij het overnemen van prijsgegevens van zijn onderaannemer het cijfer '4' ingetikt in plaats van '1' (twee cijfers die op het numeriek toetsenbord recht boven elkaar staan), waardoor de eenheidsprijs circa vier keer hoger was dan zijn werkelijke bedoeling, en de Raad oordeelde dat een materiële fout die tijdens het prijsonderzoek aan het licht komt alsnog mag worden verbeterd.

Wat gebeurde er?

De Stad Antwerpen schreef via een openbare procedure een overheidsopdracht voor werken uit met als voorwerp de herinrichting van woonwagenterrein Park Groot Schijn in Deurne, met de prijs als enig gunningscriterium. Vijf inschrijvers dienden een offerte in, waaronder TM L.-H. (de verzoekende partijen) en NV A. Bij het prijsonderzoek stelde de verwerende partij vast dat NV A. voor post 50 (warmtepompboilers) een schijnbaar abnormaal hoge eenheidsprijs had opgegeven. Zij vroeg daarom een prijsverantwoording. In haar antwoord van 17 september 2024 verduidelijkte NV A. dat er sprake was van een zuiver materiële fout in de zin van artikel 34 KB Plaatsing: bij het overnemen van de prijs uit de offerte van haar onderaannemer had zij per ongeluk het cijfer '4' ingetikt in plaats van '1' — twee cijfers die op het numeriek toetsenbord recht boven elkaar staan. Hierdoor was de eenheidsprijs voor de warmtepompboilers circa vier keer hoger dan haar werkelijke bedoeling. NV A. staafde dit met de offerte van haar onderaannemer en het identieke AKW-percentage. De verwerende partij aanvaardde de verklaring en verbeterde de materiële fout conform artikel 34 KB Plaatsing. Vóór de verbetering was TM L.-H. als eerste gerangschikt; na de verbetering daalde de totaalprijs van NV A. en werd zij als eerste gerangschikt. De opdracht werd op 13 december 2024 gegund aan NV A. De verzoekende partijen voerden drie onderdelen aan in hun enig middel. In het eerste onderdeel betoogden zij dat de wijziging geen zuiver materiële fout betrof maar een ontoelaatbare wijziging van de offerte na opening, aangezien de fout niet uit de offerte zelf bleek maar pas uit de prijsverantwoording. In het tweede onderdeel stelden zij dat de verwerende partij na ontvangst van de prijsverantwoording slechts twee opties had (aanvaarden of afwijzen) en niet mocht terugkeren naar de verbeteringsfase. In het derde onderdeel bekritiseerden zij de motivering als ontoereikend. De Raad verwierp alle drie de onderdelen. Over het eerste onderdeel oordeelde de Raad dat het begrip 'zuiver materiële fout' weliswaar strikt moet worden geïnterpreteerd, maar dat het niet vereist is dat de vergissing uit de offerte zelf moet blijken — artikel 34, §2 KB laat toe dat de aanbestedende overheid de werkelijke bedoeling nagaat via vergelijking met andere offertes, marktprijzen en verduidelijkingen van de inschrijver. De fout (verwisseling '1' en '4' op het numeriek toetsenbord) was aannemelijk, het AKW-percentage was identiek in offerte en prijsverantwoording, en het prijsverschil met de marktprijs was dermate groot dat een overnamefout plausibel was. Over het tweede onderdeel oordeelde de Raad dat noch artikel 33 noch enige andere bepaling zich ertegen verzet dat materiële fouten die aan het licht komen tijdens het prijsonderzoek alsnog worden vastgesteld en verbeterd. De aanbestedende overheid mocht de informatie uit het prijsonderzoek gebruiken en terugkeren naar de fase van de verbetering. Over het derde onderdeel oordeelde de Raad dat de motivering in het gunningsverslag voldoende was en dat het e-mailbericht van 26 december 2024 geen 'volledig andere motivering' gaf maar de motieven uit het gunningsverslag nader duidde. Het normdoel van de formelemotiveringsplicht was bereikt. Kosten ten laste van de verzoekende partijen (elk voor de helft): rolrecht 400 EUR, bijdrage 24 EUR, RPV 770 EUR aan verwerende partij. Tussenkomende partij: rolrecht 150 EUR.

Waarom doet dit ertoe?

Dit arrest verduidelijkt meerdere belangrijke principes rond de verbetering van materiële fouten bij overheidsopdrachten. Ten eerste: het begrip 'zuiver materiële fout' vereist niet dat de vergissing uit de offerte zelf blijkt — de aanbestedende overheid mag de werkelijke bedoeling van de inschrijver nagaan via vergelijking met andere offertes, marktprijzen en verduidelijkingen van de inschrijver zelf. Ten tweede: er is geen rigide scheiding tussen de verbeteringsfase (art. 34) en het prijsonderzoek (art. 35-36) — een materiële fout die tijdens het prijsonderzoek aan het licht komt, mag alsnog worden verbeterd, waarna de feitelijke basis voor het prijsonderzoek komt te vervallen. Ten derde: de aanbestedende overheid beschikt over een beoordelingsruimte om uit te maken of het aannemelijk is dat er sprake is van een zuiver materiële fout en wat de werkelijke bedoeling van de inschrijver was. Ten vierde: een aanvullende motivering per e-mail die de motieven uit het gunningsverslag nader duidt (zonder ze te wijzigen), is aanvaardbaar — het normdoel van de formelemotiveringsplicht is dan bereikt.

De les

Als aanbestedende overheid: wanneer een prijsonderzoek een mogelijke materiële fout aan het licht brengt, kunt u terugkeren naar de verbeteringsfase van artikel 34 KB. Documenteer het onderzoek zorgvuldig: leg uit hoe u de fout heeft vastgesteld, hoe u de werkelijke bedoeling van de inschrijver heeft achterhaald, en op welke bewijsstukken u zich baseert. Als inschrijver die een materiële fout heeft begaan: onderbouw uw verklaring zo concreet mogelijk met bewijsstukken die in tempore non suspecto bestonden (offerte onderaannemer, identiek AKW-percentage). Als concurrerende inschrijver die de verbetering betwist: het volstaat niet om te stellen dat de fout niet uit de offerte zelf bleek — u moet aannemelijk maken dat de doorgevoerde verbetering ertoe leidt dat er in werkelijkheid een nieuwe offerte wordt ingediend.

Stel jezelf de vraag

Als aanbestedende overheid: hebt u bij de vaststelling van een materiële fout de werkelijke bedoeling van de inschrijver nagegaan via een globale analyse, vergelijking met andere offertes en marktprijzen? Is de verbetering gestaafd met bewijsstukken die in tempore non suspecto bestonden? Hebt u de verbetering en de motivering ervan afdoende gedocumenteerd in het gunningsverslag? Als inschrijver: kunt u aantonen dat het AKW-percentage en de berekeningswijze in uw prijsverantwoording identiek zijn aan die in uw oorspronkelijke offerte? Beschikt u over bewijsstukken van vóór de indiening die uw werkelijke bedoeling staven?

Over deze databank

De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →