Bestekken, gunningsbeslissingen en getekende contracten zijn niet 'bedrijfsgeheim' — STIB kan camera-aanbestedingen sinds 2000 niet afschermen voor de Ligue des droits humains
De Raad van State verwerpt de schorsingsvordering van de MIVB tegen een CADA-beslissing die de MIVB verplicht haar camera-aanbestedingen sinds 2000 openbaar te maken aan de Ligue des droits humains, omdat de urgentie ontbreekt nu CADA de stukken feitelijk niet meer in bezit heeft.
Wat gebeurde er?
Op 19 juni 2024 diende de vzw Ligue des droits humains bij de MIVB een verzoek in om openbaarmaking van (a) de lijst en locatie van alle vaste bewakingscamera's in publiek toegankelijke ruimtes in het Brussels Gewest plus de bijbehorende impactanalyses, en (b) alle overheidsopdrachten-documenten (aankondigingen, bestekken, gunningsbeslissingen, getekende contracten) betreffende bewakingssystemen (vaste en mobiele camera's, thermisch, drones, bodycams, ANPR, schakelaars en software) verworven sinds 2000. De MIVB antwoordde niet binnen de termijn; de vzw stelde beroep in bij de CADA (Commission d'accès aux documents administratifs) van het Brussels Gewest. Op 21 oktober 2024 verklaarde de CADA het beroep ontvankelijk en gegrond: de MIVB moest voor 6 november 2024 een (desgevallend gecensureerde) versie van het camera-overzicht 'listing cam zones publiques V052024', de impactanalyses en de opdrachtendocumenten doorgeven. De MIVB stelde schorsingsberoep in. Op het overheidsopdrachten-vlak rekende de MIVB op drie argumenten: (1) het verzoek was te algemeen geformuleerd (geen specifieke opdracht aangeduid), (2) de offertes waren vertrouwelijk op grond van artikel 13 wet 17 juni 2016 overheidsopdrachten dat verbiedt dat de aanbesteder vertrouwelijke informatie van marktdeelnemers verspreidt, en (3) de bewaartermijn van tien jaar in artikel 164 § 4 impliceerde dat de MIVB 'mogelijk' niet meer over alle dossiers beschikte. De CADA verwierp elk argument. Eerste argument: het verzoek is precies geformuleerd (opdrachtendocumenten + type systemen + periode); dat het gaat om meerdere opdrachten maakt het verzoek niet te algemeen. Tweede argument: de offertes vallen niet onder het verzoek — het verzoek betreft aankondigingen, bestekken, gunningsbeslissingen en getekende contracten, die 'niet van nature vertrouwelijk zijn' en niet binnen het toepassingsgebied van artikel 13 vallen. Eventuele vertrouwelijke vermeldingen konden gecaviardeerd worden. Derde argument: artikel 164 § 4 bepaalt een MINIMUM-bewaartermijn, geen vernietigingsverplichting na tien jaar. 'Het is mogelijk dat de MIVB niet meer beschikt' is onvoldoende — de aanbesteder moet concreet nagaan of zij de stukken nog heeft. Voor de Raad van State voerde de MIVB aan dat onmiddellijke uitvoering onherstelbare schade zou veroorzaken: verlies van controle, risico voor de openbare veiligheid, en verplaatsing van camera's met publieke kost tot gevolg. De Ligue des droits humains werd in tussenkomst toegelaten; CADA werd buiten de zaak geplaatst omdat zij geen afzonderlijke rechtspersoonlijkheid heeft. Een door de tussenkomende partij opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid (de statuten van de MIVB uit 1990 zouden niet geldig zijn aangenomen zonder advies van de wetgevingsafdeling van de Raad van State) werd verworpen: de partij toonde niet aan dat het goedkeuringsbesluit een reglementair karakter had. De Raad wees de schorsing uiteindelijk af op de urgentievoorwaarde: de CADA had de documenten niet in haar bezit (de MIVB had enkel consultatie via het Ansarada-platform toegestaan) en kon ze dus niet zelf doorsturen. Daarnaast redigeert de CADA nooit zelf stukken; ze kan enkel reeds door de aanbesteder gecaviardeerde documenten doorgeven. Het risico dat de CADA de stukken zou vrijgeven, is dus 'prima facie onbestaande'. De dépens werden aangehouden.
Waarom doet dit ertoe?
Dit is het meest duidelijke precedent van de laatste jaren over welke overheidsopdrachten-documenten openbaar moeten worden gemaakt. Bestekken, aankondigingen van opdrachten, gunningsbeslissingen en getekende contracten zijn niet per definitie bedrijfsgeheim. Artikel 13 van de overheidsopdrachtenwet beschermt alleen wat marktdeelnemers zelf als vertrouwelijk hebben aangeduid bij hun inschrijving — niet de opdrachtdocumenten van de aanbestedende dienst zelf. Een bedrijf dat wil benchmarken tegen eerdere gunningen van een specifieke aanbesteder kan dus via openbaarheid van bestuur toegang vragen tot die dossiers. En de tien-jaar bewaartermijn in artikel 164 § 4 is een minimum, geen maximum: 'het is mogelijk dat we de stukken niet meer hebben' volstaat niet als weigeringsgrond. Voor aanbestedende diensten is de les: wanneer je een WOB-verzoek krijgt over oudere opdrachten, moet je concreet vaststellen wat je nog in bezit hebt — niet volstaan met een verwijzing naar de bewaartermijn.
De les
Als marktspeler: een CPV-code bij de RvS (of een eenvoudige openbaarheid-van-bestuur aanvraag) is een legitieme manier om bestekken, gunningsbeslissingen en contracten van concurrenten op te vragen bij dezelfde aanbesteder. De aanbesteder kan niet wegkomen met een algemeen beroep op 'bedrijfsgeheim' voor haar eigen opdrachtdocumenten. Als aanbestedende dienst: classificeer je opdrachtdocumenten niet standaard als 'vertrouwelijk'. Alleen offerte-inhoud die inschrijvers zelf als confidentieel markeerden valt onder artikel 13. Het bestek, je gunningsverslag en het getekende contract zijn in beginsel publiek. Weiger openbaarmaking alleen op concrete, gemotiveerde gronden en niet door te schermen met een bewaartermijn waar je je niet op kan beroepen.
Te onthouden
- Bestekken, aankondigingen, gunningsbeslissingen en getekende contracten zijn niet van nature vertrouwelijk
- Artikel 13 overheidsopdrachtenwet beschermt alleen info die marktdeelnemers zelf als confidentieel aanduidden — niet aanbestederdocumenten
- De 10-jaar bewaartermijn in artikel 164 § 4 is een MINIMUM, geen vernietigingsverplichting
- 'Het is mogelijk dat we de stukken niet meer hebben' is geen afdoende weigering — doe concreet onderzoek naar het bezit
- Een WOB-verzoek dat meerdere opdrachten bestrijkt is niet per definitie 'te algemeen' zolang de categorieën precies afgelijnd zijn
Waarop letten
- Een algemeen beroep op 'bedrijfsgeheim' zonder concrete identificatie van de confidentieel aangeduide elementen — rechtbanken verwerpen dat
- Pogingen om via de bewaartermijn een volledige weigering te dekken — die termijn gaat alleen over minimum conservering
- Bij schorsingsberoep tegen een CADA-beslissing: controleer of CADA nog materieel in staat is de stukken door te sturen — zo niet, ontbreekt urgentie
- Red flag bij caviardage: als de aanbesteder consultatie via een platform aanbiedt maar de CADA geen downloadbare kopie geeft, creëert dat later bewijsproblemen over wat de CADA wel/niet heeft gezien
Stel jezelf de vraag
Als aanbesteder die een WOB-verzoek krijgt over overheidsopdrachten: heb je per document een concrete weigeringsgrond geformuleerd, of schuif je generiek 'bedrijfsgeheim' en 'bewaartermijn' naar voren? Heb je werkelijk nagegaan welke stukken je nog in bezit hebt? Beperkt je caviardage zich tot wat de inschrijver als vertrouwelijk heeft aangeduid?
Over deze databank
De Raad van State is het hoogste administratieve rechtscollege in België. Bij geschillen over overheidsopdrachten — van de gunning van een contract tot de uitsluiting van een inschrijver — is het de Raad van State die in laatste instantie oordeelt. De arresten in deze databank zijn door TenderWolf samengevat in begrijpelijke taal, met concrete lessen voor inschrijvers en aanbestedende overheden. Bekijk alle arresten →